- Foundation - Stichting
- Home Welkom
- Kalender
- Nieuwe Onderwerpen
- Nieuws nieuwsbank via rss
- Uitleg
- Milieu
- E-brochure Milieu
- Knipselkrant Alternatief-Idee
- Knipselkrant Klimaat
- Knipselkrant Voeding Gezondheid
- Alternatieve Geneeswijzen
- E-brochure Alternatieve Geneeswijzen
- Knipselkrant Alternatieve Geneeswijzen
Knipselkrant Alternatieve Geneeswijzen
Hallo ! Aan deze knipselkrant kan iedereen meewerken die ingelogd is, vermeld wel altijd waar je het vandaan hebt !
Teller
gratis teller
(Deze twee tellers tellen vanaf een verschillende datum)
Je kunt ons volgen op Twitter; http://twitter.com/AlternatiefIdee

Alternatieve en Reguliere Geneeswijzen in het nieuws
Naar aanleiding van een tv programma over de gevaarlijke kant van alternatieve geneeswijzen,
wil ik wat over voor en tegen verzamelen.
En ook wat over voor en tegen reguliere geneeswijzen.
Cadeautjescultuur medicijnfabrikanten lijkt ingeperkt
Gepubliceerd op 20-01-10
Medicijnfabrikanten houden zich over het algemeen aan de reclameregels als ze nascholingscursussen houden voor huisartsen. Die onderzoeksconclusie presenteerde de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) dinsdag. Maar hoe indrukwekkend is deze conclusie?
Niet representatief
De inspectie bezocht in de periode april-juni van vorig jaar twaalf nascholingscursussen van de naar schatting meer dan duizend bijeenkomsten die in Nederland per jaar op dat terrein worden gehouden. De overheidsinstantie realiseert zich dat de peiling niet representatief is. Daarom roept ze artsen op voorvallen te melden die niet door de beugel kunnen.
Gunstbetoon aan banden
Het onderzoek spitste zich vooral toe op 'gunstbetoon' van de fabrikanten aan de huisartsen. De inspectie spreekt van 'gunstbetoon' als fabrikanten geschenken, reisjes of andere leuke dingen uitdelen aan klanten voor een bedrag boven de 50 euro. Als er cadeautjes werden gegeven bij de cursussen, waren ze volgens de inspectie 'van geringe waarde' en hadden ze bovendien een link met het vak van de huisarts.
‘De uitslag verbaast mij niet,’ zegt huisarts Hans van der Linde. Hij werkte in 2008 mee aan onze uitzendingen over de farmaceutische industrie. ‘Het reclamebesluit waarin dit allemaal geregeld is, staat cadeautjes toe met een waarde van minder dan 50 euro, mits ze verband houden met de praktijkvoering. De cadeautjescultuur was een groot probleem, maar die hebben de medicijnfabrikanten opgegeven na alle kritiek. Dat doel heeft Radar bereikt. Maar de cadeautjes beneden de 50 euro blijven bestaan. En alle andere middelen om artsen in de luren te leggen, worden nog steeds ten volle aangewend. Bijvoorbeeld door financiële bijdragen voor zogenaamd onderzoek.’
Geen capaciteit voor verplichte nascholing
Nederlandse huisartsen zijn verplicht nascholingscursussen te volgen. Het gaat om 40 uur per huisarts per jaar. Volgens Van der Linde is hier geen geld voor. ‘Door de recessie is er geen capaciteit voor die verplichte nascholing. Artsen worden zo in de handen gedreven van de farmaceutische industrie. En die ziet het nog steeds als belangrijk marketinginstrument.’ Meer dan 60 procent van die nascholingen wordt momenteel dan ook georganiseerd en betaald door medicijnfabrikanten.
http://www.trosradar.nl/
LEVENSGEVAARLIJKE GENEZERS - 17 JANUARI 2010
Chronische hoofdpijn, ADHD, astma, of een huilbaby? Terwijl reguliere artsen vaak geen antwoord hebben op dergelijke problemen, beweren osteopaten, chiropractoren en craniosacraal therapeuten deze klachten eenvoudig te kunnen oplossen. De populariteit van manuele therapeuten neemt dan ook hand over hand toe. Maar over de risico’s hoor je ze zelden.
De ZEMBLA-aflevering ‘Levensgevaarlijke genezers’ wordt uitgezonden op zondag 17 januari om 21.45 uur bij de VARA/NPS op Nederland 2.
Volgens wetenschappelijk onderzoek helpt het manipuleren van wervels hoogstens bij lage rugpijn. Toch vergoeden ziektekostenverzekeraars ‘kraken’ voor alle mogelijke ziektebeelden. Ook consultatiebureaus of huisartsen bevelen de alternatieve behandeling steeds vaker aan. Het vertrouwen van patiënten is daardoor groot. Maar is dat terecht?
In ZEMBLA komen de ouders van baby Marloe aan het woord, die hun drie maanden oude dochter verloren door de behandeling van een craniosacraal therapeut. Marloe was een zogenaamde ‘onrustige baby’. Het consultatiebureau attendeerde de ouders op de mogelijkheid van een alternatieve genezer.Al voor de dood van Marloe is er in medische tijdschriften gewaarschuwd voor de behandeling. En na haar dood gebeurde dat opnieuw. Toch past de praktijk waaraan de therapeut verbonden was, de omstreden holding-methode nog steeds toe op baby’s. Ouders krijgen voorgehouden dat het ‘volstrekt ongevaarlijk’ is.
In de uitzending komt ook een 42-jarige man aan het woord, die een herseninfarct kreeg door de behandeling van een chiropractor. Van chiropractie is al tientallen jaren bekend dat het tot hersenbloedingen kan leiden.
Samenstelling en regie: Thomas Blom. Research: Elma Verhey. Eindredactie: Manon Blaas en Kees Driehuis.
ZEMBLA: ‘Levensgevaarlijke genezers’, op zondag 17 januari 2010 om 21.45 uur bij de VARA/NPS op Nederland 2.
LEVENSGEVAARLIJKE GENEZERS - 17 JANUARI 2010
http://zembla.vara.nl/Afleveringen.1973.0.html?&tx_ttnews%5Btt_news%5D=2...
Het einde van de psychotherapie 08-09-2009
Psycholoog en psychoanalyticus Paul Verhaeghe in Boeken
Paul Verhaeghe is klinisch psycholoog en psychoanalyticus. Hij is hoogleraar aan de Universiteit Gent. Afgelopen zondag was hij te gast in het VPRO-programma Boeken, en sprak met Wim Brands over zijn nieuwste boek, 'Het einde van de psychotherapie'.
Paul Verhaeghe schreef onder meer Tussen hysterie en vrouw (1996) en Over normaliteit en andere afwijkingen (2002), waarmee hij internationale erkenning won als Freud- en Lacankenner. Met Liefde in tijden van eenzaamheid (1998), een kritische analyse van de hedendaagse verhoudingen tussen man en vrouw, brak hij door naar een algemeen publiek. Het werd een internationale bestseller; het boek werd in acht talen vertaald. In 2009 publiceerde hij Het einde van de psychotherapie, een boek over de macht van de farmaceutische industrie en de reden waarom psychotherapie - 'praten' - een betere methode is dan domweg pillen slikken.
De theorie van Sigmund Freud is tegenwoordig niet meer zo populair, omdat algemeen wordt geloofd dat zijn ideeën geen wetenschappelijke basis hebben. Tegenwoordig ligt de nadruk op de genetische achtergrond van gedragsproblemen, die vaak wordt gepresenteerd als onweerlegbaar feit. In Het einde van de psychotherapie bewijst Paul Verhaeghe dat Freuds werk nog steeds heel waardevol en bruikbaar is en dat de genetische basis van psychologische problemen minder betrouwbaar is dan vaak wordt aangenomen.
De westerse wereld kampt met een depressie-epidemie, zoals beschreven door Trudy Dehue (eerder te zien bij Boeken). Voortbordurend op Freuds theorie over de oorzaken van depressie verklaart Verhaeghe dat deze epidemie het resultaat is van het verdwijnen van identiteit. Een vorige generatie weekte zich los van iedere soort van autoritaire inmenging met als resultaat leeglopende kerken, gebroken gezinnen en carrieremakers die zelden langer dan een paar jaar voor hetzelfde bedrijf blijven werken. Nu blijkt echter dat deze verdwenen stabiele factoren en sociale verbindingen een mens voorzien van zekerheid, bevestiging en op den duur van een identiteit. Het maakt dat je weet wie je bent ten opzichte van de ander. Depressie volgt wanneer door gebrek aan identiteit een mens zich ook niet meer zeker weet van het doel in het leven en op den duur ieder sociaal en ethisch richtingsgevoel verliest.
Verhaeghe stelt dat het gebrek aan identiteit door het verminderende aantal sociale banden heeft geresulteerd in een obsessie met het lichaam, een andere manier om een identiteit te verwerven. Kan je je immers niet vergelijken met je gezinsleden, pastoor of collega om jezelf zo te definieren, dan profileer je je door uiterlijk vertoon en seksueel gedrag. In het zoeken naar een identiteit is het eigen gender al snel een beginpunt. Door mannelijke of vrouwelijke eigenschappen extreem uit te vergroten vindt men een basis voor identiteit, maar deze blijkt minder bevrediging te geven dan een identiteit gebaseerd op sociale verbintenissen.
Deze problematiek zorgt voor een nieuw soort patienten. Waar zich vroeger patienten aandienden die een neurose of complex ontwikkelden omdat ze iedere seksuele fantasie moesten onderdrukken, is er nu een vloedgolf aan patienten die juist iedere snelle lichamelijke bevrediging aangrijpen, maar van binnen een grote leegte ervaren. Vroeger was het onderdrukken van het lichamelijk instinct een oorzaak voor problemen, nu is het gebrek aan enig andere beweegreden de oorzaak.
Het meest schrijnende aan deze nieuwe generatie patienten is dat de farmaceutische industrie gewetenloos op hun problemen inspeelt. Door ieder gevoel van eenzaamheid, verdriet, of onbehagen te labelen als ziekte wordt de oorzaak van de ellende buiten de patient gelegd. De patient is dan immers het slachtoffers van verkeerde genen, waar geen goed gesprek aan zal helpen. De oplossing staat vervolgens klaar in pilvorm.
Verhaeghe gaat zelfs zo ver te stellen dat aandoeningen zoals ADHD en PDD-NOS niet bestaan. De symptomen natuurlijk wel: drukke of verlegen kinderen zijn een feit. Het probleem ontstaat wanneer een patient niet als een persoon met een aantal eigenschappen wordt beschouwd, maar als die eigenschappen worden gefilterd tot een paar goed te classificeren afkortingen. Diagnose van zo'n soort aandoening gebeurt meestal met behulp van de DSM, een diagnostisch handboek dat niet, zoals men zou verwachten, samengesteld werd door onafhankelijke wetenschappers maar eerder een allegaartje van meningen is. De samensteller is de Amerikaanse Psychiatrische Associatie, een belangenvereniging die ooit zelfs met een stemming besloot of homoseksualiteit al dan niet een categorie moest worden. Zo worden ook te pas en te onpas aandoeningen toegevoegd, tot grote vreugde van de farmaceutische industrie. Zo kan er bijvoorbeeld weer een nieuwe pil in de markt worden gezet tegen een abnormaal lange rouwperiode. De DSM valt dus moeilijk wetenschappelijk te noemen, en blijkt in de praktijk al helemaal niet bij te dragen aan een structurele oplossing.
Verhaeghes voorstel om terug te keren naar een psychologische methode biedt een geruststelling. Hoewel de oplossing niet meer in een pilletje te vinden is, legt het de nadruk op een menselijker manier van omgaan met psychologische problemen. Niet langer regeren de zogenaamde allesbepalende genen en het wordt weer mogelijk jezelf te veranderen. Hoewel de psychiater ook niet almachtig is, kan deze in ieder geval wel helpen om van psychiatrisch ongelukkig te veranderen in 'gewoon ongelukkig'.
Het einde van de psychotherapie Psycholoog en psychoanalyticus Paul Verhaeghe in Boeken
http://noorderlicht.vpro.nl/themasites/mediaplayer/index.jsp?media=42445...
Eerste Nederlandse schadeclaim tegen medicijnfabrikant 9 juli 2009
Voor het eerst is in Nederland een fabrikant van antipsychotica aansprakelijk gesteld wegens het achterhouden van informatie over ernstige bijwerkingen. Farmaceut Lilly zou expres verzwegen hebben dat het medicijn Zyprexa diabetes kan veroorzaken.
Diabetes
De 18-jarige Robert van der Maaten kreeg diabetes na jarenlang Zyprexa te hebben geslikt. Hij kreeg het medicijn in 2000 voorgeschreven voor Gilles de la Tourette. Drie jaar later werd bij hem diabetes geconstateerd. Zijn ouders wisten niet dat Zyprexa diabetes kan veroorzaken. Tot eind 2003 stond dat ook niet in de bijsluiter van het medicijn. De ouders van Robert eisen nu een schadevergoeding wegens gemaakte onkosten.
Medicijnfabrikant Lilly wil niet voor de camera reageren. In een schriftelijke reactie stelt Lilly dat mensen met een ernstige psychische ziekte meer vatbaar zijn voor gezondheidsproblemen zoals gewichtstoename en hogere bloedsuikerspiegels.
Buitenlandse claims
Lilly heeft in januari van dit jaar 1,4 miljard dollar betaald om vergelijkbare Amerikaanse schadeclaims af te kopen. Uit eerdere interne documenten van Lilly zou blijken dat de fabrikant al in de jaren 90 op de hoogte was van de bijwerking, maar die met opzet verzweeg. In 2008 getuigde een oud-medewerker van Lilly voor een Amerikaanse Senaatscommissie over “het minimaliseren van bijwerkingen van Zyprexa” door de fabrikant. In Netwerk het verhaal van Robert en een reactie van directeur Ruud Coolen van Brakel van het Nederlands Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik.
Eerste Nederlandse schadeclaim tegen medicijnfabrikant
http://www.netwerk.tv/uitzending/2009-07-09/eerste-nederlandse-schadecla...
OPERATIE STILZWIJGEN - 5 APRIL 2009
Ziekenhuizen waar fouten worden gemaakt zwijgen daar meestal over, ook als patiënten gevaar lopen. Artsen houden meestal hun mond als ze zien dat collega’s hun werk niet goed doen. De controlerende instantie, de Inspectie voor de Gezondheidszorg, is vaak te laat met een onderzoek en grijpt zelden in. Artsen controleren elkaar en de inspectie voert alleen een papieren controle uit. In ZEMBLA geen nieuwe medische missers, maar wel het verzwijgen daarvan, waardoor slechte specialisten en ziekenhuisafdelingen soms jarenlang kunnen doorgaan zonder dat iemand er iets aan doet.
Arts in opleiding J. Bonte merkt in de praktijk dat je beter kunt zwijgen over je collega’s. Tijdens zijn opleiding doen ernstige verhalen de ronde over een chirurg in het Radboud Ziekenhuis. Bonte schrijft een brief naar de Raad van Bestuur van het Radboud en naar de Inspectie voor de Gezondheidszorg. De inspectie laat pas anderhalf jaar later iets van zich horen en zegt niets meer te kunnen doen.
Niet goed onderzocht
De huidige voorzitter van het Radboud Ziekenhuis, E. Lohman, geeft in ZEMBLA toe dat de chirurg zijn achterwacht niet goed vervuld heeft en dat de overige kritiek op deze chirurg niet goed is onderzocht. De specialist is inmiddels niet meer werkzaam in Nijmegen, maar in België. Hij is onder druk van gesprekken zelf vertrokken.
Als de vrouw van Hans Terbach overlijdt na een eenvoudige operatie, probeert hij uit te zoeken wat er precies mis is gegaan. Maar niet alleen het ziekenhuis zwijgt over de fouten die er gemaakt zijn, ook de inspectie - de aangewezen instantie om dergelijke fouten te onderzoeken - werkt niet mee om uit te zoeken wat er is gebeurd. De arts die de fout heeft gemaakt, werkt nog steeds in hetzelfde ziekenhuis.
Inspectie grijpt laat in
Cor Lem ervaart wat er gebeurt als je bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg aanklopt en meldt dat er ernstige ruzie is in een ziekenhuis, waardoor patiënten gevaar lopen. Je verwacht dat de inspectie je serieus neemt, maar dat gevoel heeft Lem allerminst. De inspectie heeft alleen navraag gedaan bij de directie van het ziekenhuis. Deze ontkende de problemen. De inspectie ging weer over tot de orde van de dag en sloot het dossier. Ruim een jaar later blijkt dat Lem gelijk had en dat er al 25 jaar ruzie was. Dan pas grijpt de inspectie in.
ZEMBLA laat zien waartoe al het zwijgen van specialisten en ziekenhuizen kan leiden en dat uiteindelijk de patiënt de dupe is.
Research: Sanne Boer Samenstelling en regie: Nicolien Herblot Eindredactie: Kees Driehuis
OPERATIE STILZWIJGEN - 5 APRIL 2009
http://zembla.vara.nl/Afleveringen.1973.0.html?&tx_ttnews%5Btt_news%5D=1...
Relatie farma-industrie en artsen moet transparant zijn
Toespraak, 28 mei 2009
De financiële relatie tussen de farmaceutische industrie en medische beroepsbeoefenaren moet transparant zijn. Dat zei minister Klink op het symposium ter ere van de tiende verjaardag van stichting Code Geneesmiddelenreclame. De bewindsman overweegt met wetgeving op dat vlak te komen, maar geeft de betrokken partijen eerst de mogelijkheid door zelfregulering tot afspraken te komen. Hij is in overleg met de industrie en beroepsgroepen over de gewenste transparantie.
Dames en heren,
Onder het kopje ‘Let the sunshine in’ kwam ik in het programma van dit symposium mijn eigen naam tegen. Dat is natuurlijk een aardige verwijzing naar de Physicians Payments Sunshine Act, die momenteel wordt behandeld in het Amerikaanse Congres. Een wet die farmaceutische bedrijven verplicht openheid van zaken te geven over betalingen aan artsen en wetenschappers. Ik ben een groot voorstander van de in die wet beoogde transparantie. De farmaceutische industrie, zorgaanbieders, wetenschappelijke onderzoekers en patiëntenorganisaties moeten het publiek volledig informeren over hun financiële relaties. Open kaart spelen is in het belang van alle betrokkenen en in het bijzonder van de volksgezondheid. De Sunshine Act borduurt voort op Amerikaanse wetgeving in de jaren ’70 toen de overheid onder druk van de publieke opinie tot meer openheid besloot. De overheid dient haar werk inderdaad te doen in het ‘zonlicht’ van de openbaarheid in het publieke. Zoals het mooie licht dat hier door de gebrandschilderde ramen de Paleiskerk binnenstroomt. Het was de republikeinse senator van Iowa, Chuck Grassley,- die in 2007 voorstelde een meldingsplicht voor betalingen aan artsen en wetenschappers in de wet op te nemen. Hij reageerde op een stroom publicaties in de VS over financiële verwevenheid tussen medisch opinieleiders en de pillenindustrie. Je zou kunnen zeggen de Nederlandse politieke variant van Joop Bouma. Openheid van zaken zou het imago van de pillenfabrikanten zeker opvijzelen. Dat imago heeft - niet voor het eerst - de afgelopen periode schade opgelopen door artikelen in de krant en diverse opinieprogramma’s op radio en televisie. Daarbij is soms het beeld geschetst van een manipulerende en omkopende farmaceutische sector en een graaicultuur bij artsen en farma-wetenschappers. Het tv-programma Radar rekende zijn kijkers onlangs voor dat de consument de afgelopen 15 jaar drie miljard euro te veel heeft betaald voor medicijnen. Volgens verzekeraars is dat bedrag zelfs vijf miljard euro. Dat zijn cijfers om van te schrikken.
Geachte aanwezigen,
Net als voor andere onderdelen van de zorg vind ik het van allergrootste belang dat de farmaceutische sector in Nederland kiest voor transparantie. Die is ook goed mogelijk. Ik zei onlangs in Trouw - naar aanleiding van een rapport van de RVZ – dat de farmaceutische industrie niet echt problemen maakt van openbaarmaking van betalingen aan artsen en wetenschappers. In de VS niet en in Nederland niet. Enkele grote bedrijven, waaronder Eli Lilly en Merck, hebben zelf al aangekondigd dat ze hun betalingen aan artsen openbaar willen maken. Met die transparantie illustreert de farma-sector dat ze niet met schimmige praktijken bezig zijn. De Pharmaceutical Research and Manufacturers of America geeft een goed voorbeeld. In een nieuwe gedragscode is vastgelegd dat vrijwillig wordt gestopt met het geven van cadeaus aan voorschrijvers. Tot mijn genoegen is volgens de koepel Nefarma in Nederland ook ‘een tendens naar vermindering’ merkbaar. Dat is een eerste stap maar nog niet genoeg, wat mij betreft.
Dames en heren,
Ik overweeg serieus om te komen tot wetgeving om meer transparantie te bewerkstelligen. Maar ik zal eerst met de betrokken partijen – industrie en beroepsgroepen - overleggen over de gewenste transparantie. In het bijzonder over de vraag of die kan worden bereikt op basis van toch zelfregulering, zoals in Nederland tot nu toe gebruikelijk is in de sector. Nefarma heeft zich al positief uitgelaten over openbaarheid van financiële bijdragen en ook de KNMG lijkt te willen meewerken aan een oplossing. Zelfregulering - wanneer beroepsbeoefenaren hun eigen normen kunnen stellen en zich eraan conformeren - vergroot het draagvlak. Bepaal zelf je agenda en regel het zelf, voordat anderen dat voor jou doen. Inmiddels is het al weer tien jaar geleden dat onder meer daarvoor de stichting Code Geneesmiddelenreclame is opgericht. En dat feit wordt vandaag gevierd met dit symposium. Bij deze ook van harte gefeliciteerd! Onlangs heeft het Nivel het Reclamebesluit Geneesmiddelen geëvalueerd. Daaruit bleek dat de stichting CGR vooral actief is geweest in het ontwikkelen van normen. En deze normen ook actief heeft verspreid. Ik vind de CGR dan ook bij uitstek de partij die met een voorstel kan komen voor normen voor de Nederlandse variant van de Sunshine Act. Ik kijk even naar de voorzitter om te zien of hij daar iets voor voelt.
Het is overigens niet zo dat de farmaceutische industrie altijd het voortouw neemt bij betalingen van de industrie aan artsen. Bedrijven worden geregeld ook door artsen aangespoord om met geld, presentjes of diensten over de brug te komen. De industrie heeft geen belang om dat aan de grote klok te hangen, maar achter de schermen is het een bron van klachten en ergernis. Openbaarheid over dergelijk gunstbetoon aan artsen, of soms zelfs gunstbejag, is ook van groot belang voor de patiënt. Die moet kunnen nagaan of er sprake is van verwevenheid tussen arts en industrie. In dat geval zou hij zich kunnen afvragen waarom een huisarts bijvoorbeeld in tegenspraak met de eigen richtlijn een ander, duurder – en soms niet een veiliger - geneesmiddel voorschrijft. In de wetenschap is openheid eveneens geboden. Het is nodig dat je kunt nagaan welke belangen met een onderzoek zijn gemoeid. Daarbij heb ik geen enkel bezwaar tegen samenwerking tussen farma-wetenschappers en farmaceutische bedrijven bij onderzoek naar werking en bijwerking van geneesmiddelen. Maar in het licht van de soms enorme commerciële belangen én verstrekkende belangen van patiënten moeten huisartsen en medisch specialisten gewoon open kaart spelen. Ik ben daarom blij met het initiatief dat de KNMG en Nefarma hebben genomen om een invitational conference te organiseren over de relatie tussen farmaceutische industrie en onderzoekers. Vorige week is de, inmiddels tweede invitational conference gehouden. Die stond dit keer in het teken van invloed op behandelrichtlijnen. Een minstens even belangrijk onderwerp. Als klinisch onderzoek naar wetenschappelijke maatstaven te verantwoorden is, is er niks mis mee als bedrijven daarin geïnvesteerd hebben. Afgelopen oktober is de nieuwste versie van de Declaration van Helsinki aangenomen. Daarin gaat artikel 19 over de openbaarmaking van kerngegevens van klinisch onderzoek middels een algemeen toegankelijke databank. Eén van de kernwaarden van de wetenschap is dat je in je conclusies en aanbevelingen traceerbaar bent. Neem de recente commotie over het baarmoederhalskankervaccin en de vermeende belangenverstrengeling van enkele leden van de adviescommissie van de Gezondheidsraad die banden hebben met een farmaceutisch bedrijf dat deze vaccins maakt. Het is heel goed geweest dat diegenen die onderzoek deden voor de producenten van de HPV-vaccins of financiële banden hadden met die bedrijven, zich hebben onthouden van stemming. Ze konden dus niet mee beslissen over aard en strekking van het advies. De conclusies waren zoals het hoort, traceerbaar. En inzichtelijk was wie banden had met de industrie. Duidelijkheid over financiële verwevenheid is een vereiste. En die verwevenheid hoeft niet direct te duiden op laakbaar of onzorgvuldig gedrag. Het is oorbaar om wetenschappelijk onderzoek te laten financieren door derden. Dat wil de overheid zelf. Volstrekt ónoorbaar is het om een behandelrichtlijn in een door de farmaceutische industrie gewenste richting te manipuleren. Je moet zelfs de schijn tegengaan.
Dames en heren,
laat er geen misverstand over bestaan. Dat een farmaceutisch bedrijf winst maakt, lijkt me volstrekt logisch. En niet alleen uit financieel-economisch oogpunt. Sterker nog, een goed renderende farmaceutische industrie kan ook beter presteren bij de ontwikkeling van nieuwe en betere geneesmiddelen. Innovatie dus. De farmaceutische industrie is ‘gewoon’ een commerciële sector. En een commerciële sector is in beginsel goed voor de ontwikkeling, productie en distributie van geneesmiddelen. Inherent aan die setting zijn verkoopbevorderende activiteiten zoals marketing en gunstbetoon. Artsen moeten zich daar op hun beurt terdege van bewust zijn en de patiënt moet erop kunnen vertrouwen dat de arts het geneesmiddel voorschrijft dat voor de patiënt zelf en niet voor zijn of haar arts het juiste is. Dat is in het publieke belang. Ik ga ervan uit dat artsen geen onnodig dure medicijnen voorschrijven of anderszins ondoelmatig handelen. Farmacotherapeutische zorg kan niet zonder een goede samenwerking tussen artsen, wetenschappers en fabrikanten van geneesmiddelen. Zij moeten samenwerken. Vanaf de eerste stap van de ontwikkeling van een nieuw medicijn tot aan de zorgverlening in de dagelijkse praktijk. Maar het belang van de patiënt dient in alle fasen op de eerste plaats te komen.
Dames en heren,
Tot slot. Ik doe een klemmend beroep op u te werken aan transparantie. Laat de zon door uw sector schijnen. En daarbij is natuurlijk ook een belangrijke rol weggelegd voor de stichting Code Geneesmiddelenreclame. De zelfregulering heeft de afgelopen tien jaar laten zien goed in staat te zijn normen te ontwikkelen en deze actief binnen de farmaceutische industrie te verspreiden. Van een lezing op de Seychellen, naar een lezing met kroketten. Ik ga er vanuit dat de CGR dit werk zal voortzetten. Wat mij betreft mag de CGR zich daarbij nog meer gaan richten op de beroepsbeoefenaren,want daar is de kennis over de normen in veel mindere mate aanwezig dan bij de farmaceutische industrie. Succes met uw werkzaamheden en ik wens u een inspirerende jubileumbijeenkomst.
Dank u wel
http://www.minvws.nl/
"Jomanda hield Millecam weg bij reguliere artsen"
12 mei 09 - Door Silvia Pilger en Jan Reiff
"Jomanda hield Sylvia Millecam weg bij reguliere artsen". Dat zegt Ronald ter Heegde, voormalig assistent van Jomanda. Ter Heegde was Jomanda's assistent in de tijd dat Jomanda Millecam ter zijde stond. Medium Jomanda en twee alternatieve artsen staan de hele week terecht voor de rechtbank in Amsterdam in verband met de dood van actrice Sylvia Millecam. Zij overleed in 2001 aan borstkanker. Ze liet zich behandelen door Jomanda en de twee andere genezers.
Infectie
Jomanda zou actrice Sylvia Millecam hebben afgeraden om zich te laten opereren. Dat hebben haar partner en andere bekenden van de actrice verklaard, op de eerste dag van het proces tegen Jomanda en de twee alternatieve artsen. Verder hebben getuigen, onder wie twee huisartsen, gezegd dat Jomanda Millecam wijsmaakte dat ze geen kanker zou hebben, maar een bacteriële infectie en dat een operatie niet nodig was. Volgens het Openbaar Ministerie (OM) zijn de drie er dan ook medeschuldig aan dat Millecam in 2001 overleed aan borstkanker. Jomanda bevestigde in 2001 tegenover NOVA (Realplayer) - na het overlijden van de actrice - dat er bij Millecam geen sprake was geweest van kanker.
Schuldig
In de visie van het OM zijn Jomanda en de alternatieve artsen schuldig aan, onder meer, het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel en het onthouden van de benodigde medische zorg. Uit de getuigenverklaringen blijkt ook duidelijk dat Millecam het fijn vond dat Jomanda aangaf dat ze geen kanker had. Ze wilde niet horen dat ze kanker had. Jomanda ontkent dat ze Millecam heeft weggehouden bij reguliere artsen, maar Ronald ter Heegde, voormalig assistent van Jomanda, zegt dat Jomanda de waarheid verdraait. Ter Heegde was Jomanda's assistent in de tijd dat Jomanda Millecam ter zijde stond. In de studio een gesprek met de voormalig assistent van Jomanda, Ronald ter Heegde.
"Jomanda hield Millecam weg bij reguliere artsen"
http://player.omroep.nl/?aflid=9492785
Familie Millecam heeft veel moeite met een groep extreme pro-regulieren die erop uit is een anti-alternatief signaal af te geven
Redactie Medicalfacts/Janine Budding on June 9, 2009
We hebben er veel moeite mee dat over de rug van Sylvia een groep extreme pro-regulieren erop uit is een anti-alternatief signaal af te willen geven. Sylvia wordt door hen gezien als het symbool van de alternatieve geneeswijze, dat nu als een groot maatschappelijk kankergezwel weggesneden moet worden. Alleen omdat zij vinden dat de reguliere zorg de enige juiste weg is?
Oud-inspecteur voor de Gezondheidszorg Westerouen van Meeteren heeft van de zaak Millecam een persoonlijke zaak gemaakt en zich aangesloten bij de Vereniging tegen de Kwakzalverij en Stichting Skepsis. Samen zijn ze een procedure begonnen waarbij alsnog vervolging werd afgedwongen. Met andere woorden: de familie van Sylvia Millecam hebben nooit om de strafzaak gevraagd. Op zich vinden we het goed dat er naar de zaak wordt gekeken en er lering uit getrokken kan worden. Maar waarom nu speciaal dit geval? Vanwege de impact van Sylvia’s bekendheid? Maar BN’ers hebben toch ook recht op privacy? Of zijn die automatisch vogelvrij?! En hoe zit het met Sylvia’s zelfbeschikkingsrecht? Wij weten niet beter dan dat dit absoluut haar eigen keuze betrof en ze met geen mogelijkheid een ziekenhuis in te krijgen was. Sylvia stond het gewoonweg niet toe. Tot haar laatste snik. In de rechtspraak is er niet eerder een uitspraak gedaan in relatie tot een zaak als deze. Het stoort ons heel erg dat Sylvia’s dood wordt gebruikt om jurisprudentie te realiseren. Op ons komt het over als een heksenjacht. Voor alle duidelijkheid: dit is geen pleidooi voor de alternatieve behandelaars, maar tegen de reguliere verontwaardiging van een onbehandelde kanker en tegen het justitieel meten met verschillende maten. Bij de zaak Anna van der Heide, een onbekende Nederlander, zat de Inspectie voor de Gezondheidszorg, Stichting Skepsis, Vereniging tegen de Kwakzalverij, justitie, overheid en media er niet zo bovenop als bij Sylvia. Toeval? Een bewuste of onbewuste keuze?
De aantijgingen laten Cees Renckens koud. Volgens hem heeft Millecam erg weinig met deze zaak te maken. De vraag is of deze behandelaars een misdrijf hebben gepleegd. Elke arts kent patiënten die aanvankelijk geen chemotherapie of bestraling willen en die na verloop van tijd toch gaan nadenken. Wij zien mensen van gedachten veranderen, op basis van gedegen argumenten. Ook Millecam moet een moment hebben gekend waarop ze twijfelde. Ze was kwetsbaar en is in die kwetsbaarheid de verkeerde kant op gestuurd. Renckes betreurt het dat iedereen de geneeskunst mag beoefenen, behalve een aantal voorbehouden handelingen. Kwakzalvers hebben daardoor te veel status gekregen. Terwijl geneeskunde een moeilijk en riskant beroep is.’ We moeten terug naar de oude wet van Thorbecke: als je wilt genezen, moet je eerst een grondige studie hebben gedaan. Bovendien zal dan ook bij justitie het animo moeten groeien om alternatieve genezers aan te pakken. Slechts een handvol is de afgelopen jaren vervolgd.
Bron: Dutchtv & VtdK
http://www.medicalfacts.nl
“Dit nooit meer”:Openheid en oorzaken van medisch missers
Redactie Medicalfacts/Janine Budding on November 25, 2009
Medische missers, lang tijd kwam de buitenwereld weinig over die fouten te weten. Om verschillende redenen: omdat artsen zich bijvoorbeeld schaamden. Uit angst voor claims, beschadiging van de naam van het ziekenhuis. Die cultuur wordt nu doorbroken; in het boekje ‘Dit nooit meer’. ‘Artsen vertellen over hun incident’, vertellen twaalf vooraanstaande artsen over hun eigen medische missers.Die hadden vaak de dood van de patiënt tot gevolg. Initiatiefnemers van het boekje zijn neonatoloog Harry Molendijk van de Isala Klinieken in Zwolle en Ian Leistikow, arts en bestuurder van het UMC Utrecht. Morgen wordt het boekje gepresenteert. Een boekje dat onder medici verspreid gaat worden
‘Dit nooit meer. Artsen vertellen over hun incident’ is een uitgave van het Kwaliteitsinstituut voor de gezondheidszorg CBO en kwam tot stand in samenwerking met drs. Ian Leistikow van het UMC Utrecht en dr. Harry Molendijk van Isala klinieken Zwolle. De interviews zijn opgetekend door freelance journalist Matthijs Buikema. Het boekje is financieel mogelijk gemaakt door het UMC Utrecht en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Het boek kost € 6,95 en is te bestellen via www.cbo.nl/publicaties.
In het boek vertellen enkele gevestigde medici over “hun” incident, waar zij niet trots op zijn, maar dat een inherent deel vormt van hun professionaliteit. Zij vertellen over hoe zij dit ervaren hebben en hoe zij daarmee zijn omgegaan. Zij hopen hierdoor bij te dragen aan een cultuur waarin het normaal is om open en opbouwend met elkaar te praten over de kwetsbaarheid en feilbaarheid van zorgverleners.
Het boek past in de lijn om patiëntveiligheid in Nederland te verbeteren. Openheid rondom medische incidenten is onontbeerlijk op weg naar een veiliger patiëntenzorg, omdat openheid leidt tot inzicht hoe dit een volgende keer kan worden voorkomen. Zorgverleners kunnen leren van elkaars fouten. Openheid helpt ook bij het verwerken van de emoties waarmee de betrokken hulpverlener en de patiënt of diens nabestaanden nadien kunnen kampen en het draagt bij aan het scheppen van een cultuur waarin het normaal is om als hulpverleners met elkaar te praten over feilbaarheid.
Patiënten lopen in ziekenhuizen onbedoelde schade op als gevolg van de geleverde zorg. NIVEL-onderzoeker Marleen Smits promoveerde op 23 november – in de week van de patiëntveiligheid – aan de VU op onderzoek naar de oorzaken van dit soort onbedoelde gebeurtenissen in Nederlandse ziekenhuizen.
Patiëntveiligheid
Uit eerder onderzoek van het NIVEL en EMGO+ is gebleken dat bij 5,7% van de ziekenhuisopnames bij een patiënt onbedoelde schade optreedt. Hiervan is 40% potentieel vermijdbaar. De percentages zijn gebaseerd op een landelijk onderzoek op basis van patiëntendossiers dat in 2007 is gepubliceerd. “Deze dossierstudie bood ook de gelegenheid om de oorzaken van de onbedoelde schade te onderzoeken”, stelt Marleen Smits. “Het is niet alleen belangrijk te weten hoe vaak het misgaat, maar ook waardoor. Om de patiëntveiligheid te verbeteren moeten de basisoorzaken worden aangepakt.” Aan de hand van de patiëntendossiers beoordeelden artsen of de schade was veroorzaakt door menselijke, organisatorische, technische of met de individuele patiënt samenhangende factoren. Vaak speelden meerdere oorzaken tegelijkertijd een rol. Bij meer dan de helft van de gevallen van onbedoelde schade waren ‘menselijke’ oorzaken betrokken. Bijvoorbeeld wanneer de toestand van de patiënt verkeerd werd ingeschat of niet werd geverifieerd of alle noodzakelijke materialen en instrumenten aanwezig waren voor een procedure of ingreep.
PRISMA oorzakenanalyse
Op afdelingen Spoedeisende Hulp, chirurgie en interne geneeskunde is bovendien onderzoek gedaan op basis van meldingen van zorgverleners. Zorgverleners werd gevraagd alles te melden wat niet de bedoeling was, ongeacht of de patiënt er gevolgen van ondervond. De oorzaken van de onbedoelde gebeurtenissen werden onderzocht met PRISMA, een methode waarbij de gebeurtenis met een ‘oorzakenboom’ wordt uiteengerafeld in basisoorzaken. Dit bleek een betrouwbare methode. “Ziekenhuizen kunnen zelf met PRISMA aan de slag”, vertelt Smits. Ook in dit onderzoek kwamen veel ‘menselijke’ oorzaken naar voren, maar in veel gevallen was dat in combinatie met oorzaken in de werkomgeving, zoals de techniek en organisatie. Smits: “Het is dus belangrijk om verbeteringen te richten op het systeem waarin mensen werken. Met alleen extra trainingen of motivering van het personeel zal de patiëntveiligheid niet verbeteren. Gelukkig zie je dat ook terug in het veiligheidsprogramma ‘Voorkom schade, werk veilig’, waarin projectmatig de grotere risico’s worden aangepakt.”
Methode
De oorzaken van onbedoelde gebeurtenissen zijn onderzocht met een dossieronderzoek in 21 ziekenhuizen (7926 dossiers) en een onderzoek op basis van meldingen van medewerkers op 28 afdelingen in 19 ziekenhuizen (1885 meldingen). Het onderzoek is uitgevoerd door het NIVEL en EMGO+ op initiatief van de Orde van Medisch Specialisten, met subsidie van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
Bron: VU & NOS
http://www.medicalfacts.nl
http://www.cbo.nl/algemeen/Publicaties/
Nauwe banden farmaceuten en artsen
Gepubliceerd op 26-10-09
Wat kijkers van Radar al lang wisten, is nu bevestigd in een rapport van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ). Pillenfabrikanten en medici zijn nog steeds te veel met elkaar verweven. Zo heeft de farmaceutische industrie volgens IGZ nog steeds nauwe banden met medici en wetenschappers die de richtlijnen vaststelden die dokters gebruiken bij het voorschrijven van medicijnen.
De inspectie onderzocht zes werkgroepen die richtlijnen maken die artsen weer gebruiken bij het voorschrijven van medicatie. Bij één van deze werkgroepen is de farmaceutische industrie betrokken bij het ontwikkelen van behandelrichtlijnen, ontdekte de IGZ. ,,Bij vijf van de zes onderzochte richtlijnen werd de schijn gewekt dat er sprake was van beïnvloeding'', aldus de IGZ.
,,Het komt voor dat de farmaceutische industrie aan ziekenhuizen geneesmiddelen in eerste instantie goedkoop aanbiedt om er voor te zorgen dat het geneesmiddel in de markt wordt gezet en blijft. Op die manier is niet gegarandeerd dat patienten het best passende medicijn krijgen. Als patienten later het ziekenhuis verlaten bestaat de kans dat het medicijn automatisch ook door huisartsen worden voorgeschreven'', stelt de inspectie.
Het gaat vaak om geneesmiddelen die veel worden gebruikt, zoals geneesmiddelen tegen suikerziekte en antidepressiva. Volgens de IGZ komen farmaceutische bedrijven soms bij de werkgroepen langs, die richtlijnen samenstellen, om hun geneesmiddelen te bepleiten; dat die wordt opgenomen in een richtlijn. ,,Ook onderhoudt de farmaceutische industrie banden met werkgroepleden die behandelrichtlijnen opstellen.''
In één werkgroep zitten drie hoogleraren die onderzoek doen en door de industrie wordt gefinancierd. Ook worden werkgroepleden niet altijd geselecteerd volgens vaste criteria en worden financiele banden met de farmaceutische industrie niet altijd expliciet uitgesloten, aldus de IGZ. Die beveelt de ontwikkelaars van richtlijnen nu aan om een 'richtlijn voor richtlijnontwikkeling' op te stellen. ,,Opstellers en gebruikers van behandelrichtlijnen worden zich zo meer bewust van de mogelijke invloed die de farmaceutische industrie op de totstandkoming van behandelrichtlijnen kan hebben.''
Bron: ANP
http://www.trosradar.nl/
Uniek portret van het Pieter Baan Centrum 13 december 2008
Door Camelea Buys en Hans Kema
Criminelen die ernstige en onbegrijpelijk misdaden hebben gepleegd, worden naar het Pieter Baan Centrum gestuurd. Daar bepalen deskundigen of ze wisten wat ze deden en of ze naar de gevangenis gaan of naar een tbs-kliniek.
Lang was het oordeel van het Pieter Baan Centrum onomstreden, maar de laatste jaren groeit de kritiek. Niet alleen omdat wetenschappers de onderzoeksmethodes betwisten en advocaten de monopoliepositie, maar vooral omdat het aantal verdachten groeit dat weigert om aan het onderzoek mee te werken.
Uit angst een tbs-advies te krijgen, weigert nu al meer dan 40% mee te werken als ze eenmaal binnen de deuren van de kliniek zijn. Toch wordt het volledige onderzoek van zeven weken à 50.000 euro per verdachte uitgevoerd en wordt er te allen tijde een rapport uitgebracht. Jaarlijks rapporteert de kliniek over 220 verdachten. Rechters nemen veruit de meeste adviezen over.
Het Pieter Baan Centrum reageert op alle kritiek door de deuren open te zetten en gaf NOVA twee jaar lang exclusief toegang tot de kliniek.
De programmamakers van NOVA kregen toestemming medewerkers en verdachten te spreken en de methode van het instituut te portretteren aan de hand van het onderzoek van twee verdachten, ook wel 'observandi' genoemd.
Eén van de twee verdachten die NOVA portretteert was eerder al 'ambulant' onderzocht in het huis van bewaring door een psychiater en psycholoog. Nadat deze niet tot een eenduidig oordeel konden komen over zijn geestesgesteldheid ten tijde van het delict besloot de rechtbank de verdachte naar het Pieter Baan Centrum te sturen voor een definitief oordeel. De tweede verdachte kwam op eigen verzoek in de observatiekliniek terecht nadat de rechtbank hem veroordeelde tot tbs, waar hij het mee oneens was. Hij hoopt dat het Pieter Baan Centrum over hem een ander advies zal uitbrengen, zodat zijn hoger beroep slechts een gevangenisstraf zal opleveren.
Naast verdachten, psychiaters en psychologen komen ook milieuonderzoekers, groeps-, sport- en arbeidsbegeleiders aan het woord. Medewerkers die allen een deel van de observatie voor hun rekening nemen. Directeur Erik Heijdelberg gaat in op de vraag waarom het kostbare onderzoek in het geval van weigerende verdachten toch volledig wordt uitgevoerd. En hij geeft in NOVA toe dat weigeren voordeel kan opleveren voor verdachten.
Uniek portret van het Pieter Baan Centrum
http://www.novatv.nl/page/detail/uitzendingen/6556/Uniek+portret+van+het...
DODELIJKE BIJWERKINGEN - 17 FEBRUARI 2005
Honderden mensen sterven jaarlijks door bijwerkingen van medicijnen, aldus de inspectie voor de gezondheidszorg eind januari 2005. ZEMBLA vroeg zich af of dit getal wel klopt. Het antwoord op de vraag is te zien in 'Dodelijke bijwerkingen'.
In 'Dodelijke bijwerkingen' wordt ook de vraag gesteld of de veiligheid van medicijnen zoals antidepressiva of de anti-conceptiepil wel goed wordt gecontroleerd.
Als medicijnen op de markt worden toegelaten, hoe kan het dan toch nog misgaan? Worden bijwerkingen wel goed in de gaten gehouden? En als er iets mis is, wordt er dan op tijd gereageerd? Is er wel voldoende toezicht op medicijnen in Nederland en zijn de pillen veilig?
Samenstelling en regie: Jos van Dongen Research: Esther Reijnen Eindredactie: Kees Driehuis
DODELIJKE BIJWERKINGEN - 17 FEBRUARI 2005
http://zembla.vara.nl/Dossier-Gezondheidszorg.1967.0.html?&tx_ttnews%5Bb...