- Foundation - Stichting
- Home Welkom
- Kalender
- Nieuwe Onderwerpen
- Nieuws nieuwsbank via rss
- Uitleg
- Milieu
- E-brochure Milieu
- Knipselkrant Alternatief-Idee
- Knipselkrant Klimaat
- Knipselkrant Voeding Gezondheid
- Alternatieve Geneeswijzen
- E-brochure Alternatieve Geneeswijzen
- Knipselkrant Alternatieve Geneeswijzen
Knipselkrant Voeding en Gezondheid
Hallo ! Aan deze knipselkrant kan iedereen meewerken die ingelogd is, vermeld wel altijd waar je het vandaan hebt !
Teller
gratis teller
(Deze twee tellers tellen vanaf een verschillende datum)
Je kunt ons volgen op Twitter; http://twitter.com/AlternatiefIdee

Voeding
Slechts twee procent waterverbruik Nederland komt uit de kraan 22 maart 2010
Het is vandaag Wereldwaterdag. Het Wereld Natuur Fonds (WNF) wil van deze gelegenheid gebruik maken om besparingsmogelijkheden onder de aandacht te brengen. Volgens het WNF kunnen irrigatietechnieken het waterbeheer in het buitenland verbeteren. Elke Nederlander verbruikt 2,3 miljoen liter water per jaar. Slechts twee procent daarvan komt thuis uit de kraan, 31 procent is nodig om goederen te maken en maar liefst 67 procent gaat op voor de productie van eten en drinken.
http://www.nos.nl/
Watervoetafdruk van Nederland
De Nederlander verbruikt gemiddeld 2,3 miljoen liter water per jaar. Slechts 11 procent daarvan is water van eigen bodem. Maar liefst 89 procent verbruiken we in het buitenland door de waterbehoefte van de producten die we importeren. Dat blijkt uit de zogenaamde 'watervoetafdruk' die het Wereld Natuur Fonds (WNF) voor ons land berekende, in samenwerking met de Universiteit Twente. Vandaag, op Wereld Water Dag, wil het WNF laten zien dat bedrijven wel degelijk invloed hebben op het waterbeheer in landen waar hun producten vandaan komen. Daarmee kunnen ze een belangrijke bijdrage leveren aan het behoud van onze mondiale watervoorraad en de natuur.
Download het rapport De Watervoetafdruk van Nederland op http://www.wnf.nl/
Zoet water is kostbaar op onze planeet: het aardoppervlak bestaat voor 70 procent uit water, maar slechts 3 procent daarvan is zoet. Nederlanders gebruiken per jaar bijna twee keer zoveel water als de gemiddelde wereldburger. Ons land is afhankelijk van de import van vele producten en verbruikt op deze manier grote hoeveelheden water in het buitenland. Water dat voor de consument niet meer terug te vinden is in het eindproduct. De productie van één katoenen shirt kost 2.700 liter water; 1 kop koffie 140 liter; 1 boterham 40 liter en 1 kilo kaas 5.000 liter.
Regio's waar water schaars is
Er zit verrassend veel waterverbruik vast aan de teelt van bijvoorbeeld sesamzaad (voor veevoer), zonnebloemolie, katoen, rietsuiker en fruit. Deze producten zijn vaak afkomstig uit regio’s waar waterschaarste is of dreigt, zoals Sudan, Pakistan en Spanje. De gevolgen van gebrekkig waterbeheer in deze landen van herkomst zijn onder andere watertekorten, te lage grondwaterstanden of verzilting. In Spanje heeft de irrigatie voor de grootschalige teelt van groenten en fruit ertoe geleid dat 60% van de oorspronkelijke Spaanse wetlands is verdwenen. In Zuid-Afrika leidt de verbouw van fruit en pinda’s tot toenemende verdroging in het stroomgebied van de rivier de Limpopo, een van de belangrijkste watervoorraden van het land. De Gele Rivier in China is hoofdleverancier voor water dat nodig is voor de katoenteelt (China levert een kwart van de wereldwijde katoenproductie); de benedenloop van de rivier staat tegenwoordig minimaal 200 dagen per jaar droog zodat de rivier zelfs de zee niet meer bereikt in deze periode.
Maatschappelijk verantwoord ondernemen
In deze tijd waarin maatschappelijk verantwoord ondernemen hoog op de agenda staat, loont het voor bedrijven zeer de moeite om het eigen waterverbruik onder de loep te nemen. Veel bedrijven doen dat ook vanuit het oogpunt van bedrijfsrisico. Watertekorten kunnen leiden tot lagere productie of hogere kosten. Ook kan watertekort leiden tot spanningen en conflicten. In het vandaag verschenen rapport biedt het Wereld Natuur Fonds bedrijven een overzicht van de mogelijkheden voor zowel een efficienter watergebruik als het bijdragen aan een verbeterd, duurzaam waterbeheer ter plekke. Van het gebruik een (gestandaardiseerde) meetmethode voor de watervoetafdruk tot efficiëntere irrigatie-technieken. Ook vraagt het WNF de Nederlandse overheid onder meer om verder te kijken dan haar eigen grenzen en de kennis op het gebied van duurzaam waterbeheer te exporteren. Daarnaast bestaan voor de helft van de belangrijke internationale zoetwatergebieden nog geen afspraken over het beheer tussen de verschillende landen.
http://www.wnf.nl/
De Discussie over Gentech
Geclaimde Voordelen:
•Gentechnologie maakt het mogelijk om heel gericht 1 gen met een nuttige eigenschap in te brengen in een plant.
•Transgene gewassen maken een vermindering van pesticidengebruik mogelijk.
•Gentechlandbouw leidt tot besparingen op brandstofgebruik en vermindert erosie omdat er minder geploegd hoeft te worden door gebruik herbicide resistente gewassen.
•Met gentech-gewassen worden mogelijkerwijs hogere opbrengsten gerealiseerd. Dit is met name nodig gezien de toenemende wereldbevolking en de afnemende hoeveelheid landbouwgrond.
•Gentechnologie kan een substantiële bijdrage leveren aan het oplossen van het hongerprobleem in de wereld
•Met gentechnologie kunnen in de toekomst mogelijkerwijs zoutresistente en droogteresistente gewassen worden gemaakt.
•Met gentechnologie kunnen er meer voedzame gewassen worden ontwikkeld (bijv. rijst met vitamine A oftewel Gouden Rijst).
•Er is geen bewijs dat gentechgewassen onveilig zijn. In Amerika eet men al jarenlang ggo's en er is nog niemand ooit ziek van geworden.
Geclaimde nadelen:
•De techniek is helemaal niet zo precies. Het ingebrachte genconstruct komt op een willekeurige plek in het plantgenoom terecht. Daardoor valt niet te voorspellen wat voor uitwerking het construct in de plant zal hebben.
•De meeste gentechgewassen zijn tot nu toe herbicide-resistent. Daardoor is er juist een toename van pesticidengebruik.
•Er is geen sprake van hogere opbrengsten. Onderzoek laat zien dat de oogst vaak een paar procent lager is.
•Honger is een verdelingsprobleem, geen productieprobleem.
•Droogteresistentie en zoutresistentie komen van nature voor in allerlei planten. Daar is geen gentechnologie voor nodig.
•Een gevarieerd dieet is van veel groter belang dan rijst met toegevoegde vitamine.
•Door gentechgewassen ontstaan ‘superonkruiden” of de gentechgewassen worden zelf een onkruid. Dit vormt een bedreiging voor het milieu, omdat meer en zwaardere bestrijdingsmiddelen moeten worden gebruikt tegen dit superonkruid.
•Gentechnologen kijken niet naar de oorzaken van de problemen maar zijn meestal bezig met symptoombestrijding.
•Er is geen bewijs dat ggo's veilig zijn voor de gezondheid. In Amerika wordt helemaal niet onderzocht of mensen er ziek van worden.
•De lange termijn gevolgen van ggo’s voor het milieu en de biodiversiteit zijn grotendeels onbekend. En wat wel bekend is belooft niet veel goeds.
•Gentechlandbouw bedreigt de biologische en traditionele landbouw omdat gentech planten natuurlijke planten kunnen verdringen.
•Niemand wil het; er is geen consumentenvraag naar genetisch gemanipuleerd.
•In m.n. ontwikkelingslanden verkrijgen multinationals een te grote machtspositie en wordt de autonome voedselproductie in gevaar gebracht. Het afdwingen van patenten die op gentech zaden rusten en het verbieden van het hergebruik van zaaigoed vormen daarbij een groot probleem.
VROM moffelt antibioticumresistentie-beleid weg
(19 maart 2010) Het ministerie van VROM heeft na de recente toelating van de Amflora-aardappel de vermelding van zijn webplek verwijderd dat dergelijke gewassen met antibioticumresistentie-genen in Nederland niet geteeld mogen worden. Mocht de Amflora dezer dagen toch de grond ingaan, dan is dat desalniettemin in strijd met het Nederlandse gentechbeleid. Want dat beleid is niet veranderd, al wekt VROM die indruk. Dat zou ook niet mogen onder het demissionaire kabinet. Moest de cosmetische ingreep op de VROM-webplek de weg bereiden voor de verschijning van de Amflora in het VROM-register van GGO-teelt?
Op 2 maart nam de Europese Commissie het controversiële besluit om de teelt van de zetmeel-aardappel Amflora van BASF toe te laten. Een van de bezwaren tegen de Amflora is dat hij het nptII-gen bevat, dat resistentie geeft tegen o.a. kanamycine en neomycine. In Nederland mogen gentechgewassen met antibioticumresistentie-genen niet geteeld of ingevoerd worden. Dit stond letterlijk op de webplek van VROM – althans, kort na de Amflora-toelating stond het er nog. Nu is het ineens verdwenen. Op de pagina http://www.vrom.nl/pagina.html?id=8323 stond voordien letterlijk: "Het kabinet heeft in de Integrale Nota Biotechnologie vastgelegd dat genetisch aangepaste organismen met antibioticum-resistentiegenen niet meer grootschalig op de markt mogen komen."
De zelfcensuur van VROM lijkt ingegeven door de discussie over de vraag of de Amflora in Nederland geteeld zal worden. Trouw kopte al op 3 maart, een dag na de toelating: "Gentech-aardappel nu ook snel in Nederland". Een week later specificeerde de krant dat BASF de Amflora als pootaardappel in Nederland wil telen, rond het IJsselmeer, in Zeeland, het noorden van Friesland of Noord-Holland. Met het mooie weer gaan dezer dagen overal aardappels de grond in, dus de grote vraag is nu: wordt ook de Amflora in de Nederlandse bodem gestopt? Gebeurt dat, dan is dat nog altijd strijdig met het Nederlandse gentechbeleid. Dat beleid is namelijk zelf niet veranderd. Op blz. 49 van de "Integrale nota biotechnologie" uit 2001 (http://www.minlnv.nl/portal/page?_pageid=116,1640321&_dad=portal&_schema...) staat: "Er zal geen goedkeuring meer verleend worden aan grootschalige marktintroductie van genetisch gemodificeerde organismen die antibioticum-resistentiegenen bevatten." Het demissionaire kabinet zou dit ook niet mogen veranderen, want de Tweede Kamer heeft GGOs op de lijst met controversiële onderwerpen gezet waarover de demissionaire ministers geen besluiten mogen nemen.
Aan de Tweede Kamer zal het niet liggen: VROM was niet snel genoeg voor de SP, die in kamervragen over de Amflora op 8 maart de later verwijderde zinsnede van de VROM-webplek citeerde. Ook de PvdD stelde op 10 maart kamervragen aan de ministers Verburg, Klink en Huizinga onder verwijzing naar het antibioticumresistentie-gen van de Amflora. De partijen kunnen nu de vraag toevoegen of minister Huizinga van VROM zelf de hand heeft gehad in de censurering van haar webplek en wat haar bedoeling daarmee is.....
Wie benieuwd is of de Amflora de grond in gaat in Nederland, kan dit van dag tot dag volgen in het "Register ggo-teelt" op http://www.vrom.nl/ggoregister. Hier moet VROM een openbaar overzicht bijhouden van alle velden in Nederland waar op commerciële basis GGOs worden geteeld. Het lijkt wel of VROM, voordat het formeel meldt dat de Amflora geteeld wordt, zijn webplek wilde 'kuisen' van de vermelding dat dat helemaal niet mag. Gentech.nl lichtte twee jaar geleden de status van de antibiotica kanamycine en neomycine toe, waartegen de Amflora resistenties bevat: http://www.gentech.nl/alle_berichten/landbouw/amflora_aardappel_gebrekki...
144 miljoen kg meer pesticiden door ggo's 19.11.2009
Een nieuwe studie van landbouwonderzoeker Charles Benbrook geeft aan dat in de VS van 1996 t/m 2008 144 miljoen kg meer pesticiden gebruikt zijn dan vergeleken met conventionele teelt. Dit heeft vooral met herbicide-resistente onkruiden te maken, en met het feit dat op conventionele gewassen constant steeds minder herbiciden gebruikt werden.
Landarbeiders in de VS wieden katoen met de hand - deze foto uit het Benbrook verslag "The first 13 years" is niet op een biologische boerderij genomen, maar op een veld waar genetisch gemodificeerde katoen geteeld word. Voor herbicide-tolerante (HT) kantoen was beloofd dat de teelt makkelijker zou worden, omdat alleen nog een keer het herbicide Roundup (glyphosate) gesproeid zou moeten worden en dus minder werk vereisd zou zijn. Een belofte die nog ernstiger gebroken is dan de meeste critici 10 jaren geleden gedacht hadden. In zijn nieuwe studie analyseert Charles het gebruik van bestrijdingsmiddelen (herbicide en insecticide) tijdens de 13 jaar sinds de introductie van ggo's in de VS. Hij vergelijkt daarbij het verbruik bij de teelt van herbicide tolerante (HT) en insecticide-producerende Bt maïs, katoen en soja van 1996 t/m 2008 met het gebruik op conventionele gewassen in dezelfde periode. Benbrook gebruikte voor zijn analyse gegevens uit officiële bronnen, en zijn studie bevat dit alles in gedetailleerde tabellen. Zijn resultaat is eenduidig: Er zijn door de teelt van ggo's 318.4 miljoen pond meer bestrijdingsmiddelen gebruikt, dat zijn 144 miljoen kg. Er is wel een vermindering van insecticide bij de teelt van Bt-maïs en katoen, maar deze reductie verdwijnt onder de grote toename in het herbicide-gebruik. Benbrook concludeert dat de waargenomen toename van het gebruik van pesticiden voornamelijk twee redenen heeft:
- herbicide-resistente onkruiden leiden tot meer en extra gebruik van herbiciden, waaronder ook oude en meer giftige herbiciden als paraquat en 2,4-D;
- het gebruik van pesticiden op conventionele gewassen is in dezelfde tijd gedaald, vooral als gevolg van de ontwikkeling van herbiciden die in lagere doses gebruikt kunnen worden.
Voor de toekomst voorspelt hij de voortdurende toename van gebruik van herbiciden. Dit heeft ook daarmee te maken dat steeds meer gg-maïs, katoen en soja alleen nog als "stacked events" verkocht worden - als soorten met drie of meer gentechnische veranderingen, waardoor op meer en meer velden HT gewassen geteeld worden en een mogelijke reductie van insecticide-gebruik op Bt-planten gedwarsboomd word.
Voor Europa zouden zulke cijfers nog erger uitvallen omdat in de meeste gevallen bij maïs-teelt überhaupt geen insecticide gebruikt wordt, en dus ook niet gereduceerd kan worden. 144 miljoen kg bestrijdingsmiddel meer in 13 jaar met een stijgende tendens is niet alleen voor het milieu slecht nieuws, maar ook voor het klimaat. Deze agro-chemicaliën worden op basis van olie-producten geproduceerd en zijn volgens het IPCC een van de belangrijkste bijdragen aan de uitstoot van broeikasgassen als gevolg van de landbouw.
Charles Benbrook (2009): "Impacts of genetically engineered crops on pesticide use: The first thirteen years" Published by The Organic Centre. https://www.organic-center.org/science.pest.php?action=view&report_id=159
Nieuwe logo's 'ggo-vrij' in Duitsland en Frankrijk 02.09.2009
In navolging van onder andere Frankrijk wil de Duitse overheid dat consumenten gemakkelijker kunnen beoordelen of voor levensmiddelen genetisch gemodiceerde organismen (ggo's) zijn gebruikt. Daarom wordt een nieuw 'Ohne Gentechnik'-logo geïntroduceerd. De Franse nationale consumentenraad lanceerde eerder dit jaar ook al een dergelijk label. Deze labels zijn vooral bedoeld voor zuivel- en vleesproducten afkomstig van dieren die gevoederd zijn met ggo's, omdat van deze productgroepen tot nu toe geen enkele eenduidige informatie aan de consument geboden wordt.
De Duitse overheid richt zich speciaal op vlees- en melkproducten en eieren, omdat die vaak voeder met ggo's krijgen, terwijl dat niet op de verpakking van het product hoeft te worden vermeld. Ook in andere producten hoeven sporen van genetische gemodificeerde organismen beneden bepaalde grenzen niet te worden gedeclareerd. Dan gaat het om ingredienten waarvan met een ggo-gehalte van minder dan 0.9%. Producten met het nieuwe Duitse label mogen nog wel additieven als vitaminen, aminozuren en enzymen bevatten, die geproduceerd zijn met gebruik van genetisch gemodificeerde micro-organismen.
Bedrijven kunnen nu ook al op de verpakking aangeven dat producten ggo-vrij zijn. Dat gebeurt echter maar mondjesmaat. De Duitse minister van Landbouw Ilse Aigner, die het nieuwe logo begin augustus onthulde, hoopt echter dat dat vaker het geval zal zijn nu er een nieuw logo is. Consumenten kunnen dan beter keuzes maken. Het is de bedoeling dat in de herfst de eerste producten met het nieuwe logo in de schappen liggen. De verschillende bondsstaten worden verantwoordelijk voor de controle op de juistheid van het gebruik van het logo.
Natuurbeschermingsorganisatie BUND is blij met het nieuwe logo hoewel ze wel vindt dat het vrijwillige karakter ervan te wensen over laat. Het is daardoor geen adequaat middel om consumenten te informeren over het al dan niet gebruik van gentechnologie bij producten, omdat bedrijven die het logo niet willen gebruiken ervoor zorgen dat er nog steeds geen duidelijkheid over producten zonder het logo. Mede om deze reden had FoodWatch dan ook ter aanvulling een tweede label 'Met gentechnologie' voorgesteld.
Vanuit de de Italiaanse provincie Zuid-Tirol kwam een positieve reactie. De provincie heeft al sinds 2001 een ggo-vrij label. De Zuid-Tirolse Gedeputeerden Hans Berger en Michl Laimer zijn trots dat landbouwland Duitsland in hun voetsporen treedt: "Dit bevestigt dat het beleid van de provincie, gericht op een drastische terugdringing van GGO's, het juiste is." De positieve feedback die het Zuid-Tirolse ggo-vrij label krijgt van producenten, bevestigt eveneens het succes van het initiatief, benadrukken de voorstanders. In discussies over dergelijke labels komen twee doelen daarvan naar voren, volgens de Gedeputeerden: "Aan de ene kant het verzekeren van transparantie naar de consumenten, aan de andere kant het geven van een mogelijkheid aan producten zich sterk te profileren op de markt. Dit is de enige manier om succes te hebben in een zeer competitieve sector."
De Franse Nationale Consumenten Raad heeft eerder dit jaar ook al een dergelijk label geintroduceerd. Uit onderzoek van www.sans-ogm.org bleek dat 86% van de Fransen graag wil weten of zuivel- en vleesproducten afkomstig zijn van dieren die ggo's hebben gegeten. Het Franse label verschilt van het Duitse omdat het expliciet aangeeft dat het om veevoer gaat: 'Gevoerd met GGO's' luidt het.
Naar aanleiding van de introductie van het Duitse logo heeft de Partij van de Dieren kamervragen gesteld aan de ministers van LNV, VROM en EZ over de perspectieven op een ggo-vrij label voor Nederland en de huidige keuzevrijheid van consumenten.
http://www.gentech.nl/
Schwarzenegger-forel duikt op
12 maart 2010 Door: Ronald Veldhuizen
Na supergespierde runderen, muizen en bodybuilders bestaan nu ook supergespierde forellen. Afgezien van hun imposante uiterlijk, is de genetisch veranderde spierforel vooral lekker op je bord, aldus zijn uitvinder.
Viswetenschappers Terry Bradley en zijn collega’s van de Amerikaanse Universiteit van Rhode Island melden in een persbericht dat ze een genetisch veranderde forel hebben gekweekt die veel gespierder is dan gewone forellen. Deze gentechforel levert meer visvlees dan gewone forellen en is daarom goedkoper om te kweken. De forel is in principe klaar voor de wereldmarkt. “We wachten alleen nog op goedkeuring”, vertelt Bradley. Bradley raakte geïnspireerd door dikbilrunderen. Dat zijn koeien en stieren met een natuurlijke genafwijking, waardoor ze het stofje myostatine niet meer aanmaken. Het resultaat: zo’n twintig á dertig procent meer spiermassa dan normale runderen. Belgische boeren vinden dat wel prettig omdat één dikbilrund meer biefstuk oplevert dan gewone runderen. Mensen met een myostatine-afwijking bestaan trouwens ook. Ze zijn op jonge leeftijd vaak enorm sterk en zouden zonder training een carrière bodybuilding kunnen beginnen. Forellen hebben wel zo’n myostatine-systeem, maar vertonen geen extra spiergroei wanneer je het uitschakelt. Bradley probeerde het daarom maar met follistatine, de tegenhanger van myostatine. Hij maakte het gen voor follistatine overactief en dat werkte wel. De forellen kregen net als de Belgische Witblauwe runderen zo’n twintig tot dertig procent meer spiermassa.
Terry Bradley: Transgenic Fish
De gentechforellen op een filmpje van de universiteit. Let op, het is Engels!
De gentechforellen zijn verder gewoon gezond en gedragen zich normaal, meldt Bradley. Op een YouTube-filmpje van de universiteit toont hij trots zijn forel: “Hij heeft eigenlijk net als sommige mannen een echte sixpack.” Bradley is alvast begonnen met het goedkeuringsonderzoek, zegt hij in het persbericht. Voordat de gentechforel op de markt mag, moet worden vastgesteld of het veranderde gen de werking van andere genen aantast, en zo ja, of dat schadelijk is voor de gezondheid van de forel of de mensen die ‘m op hun bord krijgen.
(uiteraard ben ik het niet eens met deze onderzoeker, zo ga je niet met dieren om vind ik, het commentaar van de webmissis)
Gentechvrij is dweilen met de kraan open
26 januari 2010 Door: Ronald Veldhuizen
Genetisch veranderde planten zijn niet meer te stoppen. In Nederland hebben we daarom nieuwe regels nodig. Dat schrijven Nederlandse onderzoekers in het nieuwe rapport ‘Trendanalyse Biotechnologie 2009’.
Ooit per post een briefje ontvangen met de vraag: ‘wilt u genetisch veranderd voedsel? Kruis aan JA/NEE.’? Waarschijnlijk nooit, misschien uitgezonderd de enkele Nederlanders die in 2001 werden uitgenodigd om hun stem over gentechnologie te laten horen in het publieke debat ‘Eten & Genen’. Maar daarvoor was het toen al te laat, vonden de deelnemers zelf. De wereld om Nederland en Europa heen was volop bezig met genetisch gesleutel in planten en dieren – en accepteerde de techniek – eraan ontsnappen leek onmogelijk.
Dat gentechnologie in voedsel een dagelijkse realiteit gaat worden, onderstrepen nu ook Nederlandse onderzoekers in een gezamenlijk rapport van de Gezondheidsraad, de Commissie Genetische Modificatie (COGEM) en de Commissie Biotechnologie bij Dieren (CBD). In de zogenaamde ‘Trendanalyse Biotechnologie 2009’ constateren de wetenschappers dat het genetisch veranderen van planten en dieren wereldwijd zo snel verloopt, dat inmenging in Europese en dus ook Nederlandse voedselproducten onvermijdelijk is.
Volgens het rapport is het te laat om het tij te keren: een kwestie van dweilen met de kraan open. En dat gaat ten koste van de keuzevrijheid van de consument die liever geen gentechnologie in zijn eten wil vinden.
Op dit moment krijgt vooralsnog ons vee genetisch veranderd voedsel voorgeschoteld, maar langzaamaan zullen steeds meer genetisch veranderde planten in de supermarkt verschijnen – we hebben het dan vooral over geïmporteerde groente, zoals maïs en soja. In de wat verdere toekomst komen daar rijst en wellicht zelfs tomaten.
Omdat voedselverwerkers in het buitenland niet zoveel letten op gentechnologie, komen de natuurlijke en de genetisch gemodificeerde (GM) groente bij het oogsten gewoon door elkaar te liggen. Het verschil kun je aan de buitenkant niet zien, dus er is geen sorteren aan. Wanneer Nederland vervolgens de groenten importeert, wordt het geëtiketteert met de opmerking dat de groente deels genetisch gemodificeerd is.
De eerste groentesoort waarvan we dat merken zal soja zijn – maar meer zullen volgen, schrijven de onderzoekers. Dat komt doordat de groei aan GM-gewassen in het buitenland alsmaar toeneemt. In Zuid-Amerika bijvoorbeeld is bijna alle soja genetisch gemodificeerd, en in Azië planten boeren steeds vaker gentechrijst.
Door de groei van GM-gewassen en het feit dat ze in het buitenland alles op één hoop gooien, worden gegarandeerd gentechvrije groenten steeds zeldzamer, en dus ook duurder. Maar is het straks onmogelijk om eraan te komen? Frank van der Wilk, mede-auteur van het rapport denkt van niet. “Gentechvrije soja uit Brazilië bestellen is mogelijk, maar het moet apart geselecteerd, ingepakt, en vervoerd worden. Dat is veel duurder dan wanneer je niet op gentechnologie let, en alle geteelde soja gewoon in één grote silo gooit.”
Uiteindelijk betekent het dat keuzevrijheid kan blijven bestaan, zolang je er maar genoeg geld voor over hebt. “Maar niet iedereen heeft zoveel geld aan voedsel te besteden”, merkt Van der Wilk op. Die mensen zullen – of ze nu willen of niet – GM-voedsel moeten kopen. Voor de mensen die het wel kunnen betalen, is keuzevrijheid overigens niet honderd procent zeker. Volgens de onderzoeker de afzetmarkt aan dure gentechvrije groente groot genoeg blijven. Wanneer de groep mensen die het iets kan schelen steeds kleiner wordt, is het voor bedrijven snel te duur om aparte, gentechvrije groente te blijven verkopen.
Had de keuzevrijheid minder in het nauw gezeten als de overheid veel eerder aan het publiek had gevraagd om hun mening over gentechnologie in het voedsel? “Moeilijk te zeggen”, antwoordt Van der Wilk. “Het enige wat je dan als overheid had kunnen doen is met andere landen praten over aparte gentechvrije teelt. Maar Europa wordt steeds minder belangrijk; dus of dat nou had geholpen? Ik weet het niet zeker, maar ik geef het weinig kans.”
Weinig bezwaar tegen goedkope gentechboter
Door: Ronald Veldhuizen
Veel genetisch gemodificeerd (GM) voedsel ligt er niet in de supermarkt. Maar het zou zomaar kunnen dat er steeds meer in de schappen terechtkomt. De vraag is dan of dat niet ten koste gaat van keuzevrijheid; misschien wil je geen GM-halvarine kopen. Maar let je daar eigenlijk wel op? Onderzoek zegt van niet.
Even tellen: in heel Nederland kun je in totaal achttien verschillende soorten GM-voedsel kopen. Daar horen margarine en halvarine, slaolie, zoutjes en maïskiemolie bij. Op de bijbehorende etiketten staat netjes vermeld dat het gentechvoedsel is. Dat is sinds april 2004 verplicht.
Onverschillig
Omdat GM-eten sinds het publieke debat Eten & Genen uit 2001 een slecht imago heeft – die door daaropvolgende enquêtes alsmaar bevestigd werd – zou je haast verwachten dat niemand ook maar één van die achttien GM-producten koopt. Het tegendeel blijkt waar. Dat zegt Susanne Sleenhoff, promovenda wetenschapscommunicatie van de Technische Universiteit Delft (TU Delft). Zij werkte mee aan een Europees onderzoek dathet gedrag van consumenten tegenover hun houding ten opzichte van gentechvoedsel peilde. Volgens Sleenhoff is hun gedrag niet bepaald negatief. Eerder wat onverschillig.
“We hielden het koopgedrag van zesduizend huishoudens bij en namen bij een deel daarvan een enquête af”, licht Sleenhoff toe. In totaal kocht minstens tien procent van de zesduizend huishoudens eenmaal per jaar een gentechproduct. “De meeste mensen kijken niet of ze gentechvoedsel kopen, ook al zeggen sommigen dat ze het niet kopen.” Van deze niet-kopers bleek eenderde toch wél GM-eten te kopen.
Gooi het in de groep
Waarom dat zo is weet de promovenda niet zeker. Om na te gaan hoe mensen denken terwijl ze boodschappen doen, organiseerde de onderzoekster een paar groepsgesprekken. Daaruit kwam naar voren dat mensen bij hun dagelijks inkopen doorgaans het meest op prijs letten. Kwaliteit – waar ook wel of geen gentechnologie bij hoort – komt pas op de tweede plaats. Sleenhoff vroeg zich af of diezelfde mensen nog steeds prijs op nummer één zetten, wanneer ze zich bewust zijn van het gentechvoedsel dat ze kunnen kopen. Daarom zette ze vier verschillende soorten boter of slaolie op tafel. Één daarvan was genetisch gemodificeerd: de goedkoopste halvarine van de Albert Heijn.
Op enkele principiële tegenstanders na vonden de meesten het niet erg om de gentechhalvarine of slaolie te kopen. En geïnformeerd of niet: wéér was geld het belangrijkst. Sleenhoff: “Heel soms noemden de mensen andere redenen. Één vrouw koos voor de gentechslaolie en zei: ’hier zitten de minste calorieën in’.”
Uit de groepsgesprekken kwam ook naar voren dat consumenten het etiket van een product normaal gesproken nooit lezen. “Zelfs mensen die GM-voedsel willen vermijden doen het weinig. En dat terwijl het etiket dé plek is waaraan je kunt zien of iets genetisch gemodificeerd is”, zegt Sleenhoff.
De omslag en de bijklank
Dat gaat volledig in tegen de verwachtingen van de bedrijven die de supermarkten van voedsel voorzien. Zij dachten dat mensen wél op etiketten zouden letten. Sleenhoff legt uit: “Vóór de etiketteringsplicht waren er zeker nog 130 soorten gentechvoedsel in Nederlandse supermarkten. Na die plicht zijn er maar 18 overgebleven. Blijkbaar vonden de leveranciers het nodig dat er minder GM-voedsel in de schappen lag.”
Een woordvoerder van een grote voedselleverancier die onder meer de Jumbo en de Plus supermarkten bevoorraadt, kan dat bevestigen. “Ik herinner me dat de etiketteringsplicht eraan kwam. We vonden toen dat genetische modificatie een negatieve bijklank had. Dus gingen we meteen na welke producten genetisch gemodificeerde organismen (ook wel GGO) bevatten, en hebben daarvan zoveel mogelijk vervangen met gentechvrije soorten. Alleen nog onze sojaolie is genetisch gemodificeerd. Die werd anders te duur.”
Prijs bepaalt keus
Prijs speelt dus – net als voor consumenten – ook voor leveranciers een belangrijke rol. Nu blijkt dat consumenten nogal nonchalant tegenover GM-voedsel staan, is het denkbaar dat in financieel moeilijke tijden de supermarktleveranciers eerder op het vaak goedkopere gentechvoedsel durven over te stappen. Er zal dan dus meer GM-eten in de schappen liggen – en dan moet je vooral denken aan soja- en maïsproducten. Daar horen margarine, halvarine en slaolie bij.
Maar als geld zo bepalend is voor wat we kunnen kopen, kun je je afvragen of consumenten nog wel echte keuzevrijheid hebben. Sleenhoff vindt dat die vrijheid er wel moet zijn, maar denkt dat hij nauwelijks bestaat: “In feite hebben de supermarkten onze keuzevrijheid beperkt door al die GM producten te weren. GM-voedsel of niet: we laten nu dus ook al door anderen bepalen wat we eten. De supermarkten zitten vol met eten waar we niet zelf voor hebben gekozen. Tenzij we nooit meer boodschappen doen en zelf een boerderij beginnen, geef je die keus al uit handen.”
http://www.ditisbiotechnologie.nl/
Voeding
Tros Radar over bacterien MSRA en ESBL bij vlees 22-03-2010
Vanuit de intensieve veehouderij verspreidt een gevaarlijk bacterie zich onder de Nederlandse bevolking. Het gaat om MRSA, een bacterie die resistent is tegen antibiotica. Deze bacterie ontstaat in de intensieve veehouderij doordat daar erg veel antibiotica wordt gebruikt. Vee krijgt in Nederland meer antibiotica dan waar dan ook in Europa. Uit onderzoek blijkt dat 5% van de dierenartsen verantwoordelijk is voor het voorschrijven van 80% van alle antibiotica. Deze 5% ontving in 2008 uit de verkoop van antibiotica zo'n 285.000 euro per dierenartsenpraktijk. Een logische oplossing zou zijn om het verkopen en het voorschrijven van medicijnen te ontkoppelen.
Vanuit de intensieve veehouderij verspreidt een gevaarlijk bacterie zich onder de Nederlandse bevolking. Het gaat om MRSA, een bacterie die resistent is tegen antibiotica. Deze bacterie ontstaat in de intensieve veehouderij doordat daar veel antibiotica wordt gebruikt. De dierenartsen die deze antibiotica voorschrijven, verdienen in Nederland ook aan de verkoop van antibiotica. Deze bacterie is vooral gevaarlijk voor mensen die een zwakke weerstand hebben, bijvoorbeeld mensen die in het ziekenhuis liggen. Gezonde mensen hebben nauwelijks last van deze bacterie, ook niet als ze hem bij zich dragen. Voor deze mensen wordt de bacterie pas een probleem als zij met medische problemen in het ziekenhuis komen. MRSA komt in een andere variant al geruime tijd voor in Nederland. Deze wordt ook wel de ziekenhuisbacterie genoemd. Er is in ziekenhuizen een strikt beleid dat erop gericht is om deze bacterie buiten de deur te houden. Daardoor komt de 'oude' variant van deze bacterie nauwelijks voor in Nederland. De laatste jaren zien we een behoorlijke toename van een nieuwe variant van MRSA. Deze nieuwe variant komt uit de veehouderij en ontstaat daar doordat er veel antibiotica wordt gebruikt. Er wordt ook wel gesproken over het veegerelateerde MRSA. Deze veegerelateerde variant springt van de dieren in de intensieve veehouderij over naar de mensen die met deze dieren werken. Ook de familieleden van deze mensen dragen vaak deze bacterie bij zich. Uit onderzoek blijkt dat 29% van de mensen die intensief contact met bijvoorbeeld varkens hebben, besmet is met deze variant. Ook mensen die werken op vleeskalverbedrijven zijn vaak besmet met deze bacterie. De MRSA-bacterie is niet gevaarlijk voor gezonde mensen. Maar zodra iemand verzwakt raakt, kan de bacterie toeslaan. Er kan dan een hele serieuze infectie ontstaan met verstrekkende gevolgen. Omdat deze bacterie niet reageert op antibiotica is een infectie erg moeilijk te behandelen. Patienten die een infectie hebben, krijgen erg zware antibiotica toegediend. Mensen die besmet zijn met MRSA en in het ziekenhuis komen voor een operatie moeten eerst MRSA vrij worden voordat ze kunnen worden geopereerd. Hierdoor kan namelijk een gevaarlijke infectie ontstaan en dat moet voorkomen worden. Ze worden daarom eerst behandeld met een neuszalf, speciale shampoo en zeep. Pas als ze vrij zijn van de bacterie worden ze geopereerd. In Nederland is in ziekenhuizen een streng beleid om deze bacterie buiten de deur te houden. Dit beleid heet het 'Search and destroy' beleid en is gericht op het opsporen en elimineren van de MRSA bacterie. Als blijkt dat iemand de bacterie bij zich draagt en in het ziekenhuis verpleegd wordt, moet die persoon in quarantaine. Dat betekent dat deze op een aparte kamer worden gelegd. Het verplegend personeel moet extra hygiënemaatregelen nemen om te voorkomen dat de bacterie zich door het ziekenhuis verspreidt. Omdat veel veeboeren besmet zijn met deze bacterie, wordt vooral in de streken waar veel intensieve veehouderij is, extra opgelet in de ziekenhuizen. In deze ziekenhuizen worden veeboeren gevraagd om duidelijk te melden dat zij op een veehouderij wonen of werken. Zij worden dan allemaal getest op de aanwezigheid van de bacterie. Mochten zij drager zijn van MRSA dan worden ze met de voorgeschreven voorzorgsmaatregelen behandeld. Het 'Search and destroy' beleid komt onder druk te staan omdat steeds meer mensen MRSA bij zich dragen. De kosten en de werkdruk in de ziekenhuizen neemt toe. Het MRSA-probleem zou eigenlijk bij de bron moeten worden aangepakt, zegt Pieter Winsemius, raadslid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid in de reportage. De oorzaak van de groei en opkomst van het veegerelateerde MRSA is het antibioticagebruik in de intensieve veehouderij. Nederland is koploper als het gaat om antibioticagebruik. Een dier krijgt hier meer antibiotica dan waar ook in Europa. Doordat de MRSA-bacterie resistent is tegen antibiotica, gaat deze dus niet dood door het gebruik hiervan. Omdat veel andere bacteriën wel doodgaan, krijgt de resistente bacterie als het ware vrij spel. Om de resistentieproblematiek tegen te gaan moet er dus minder antibiotica gebruikt worden in de intensieve veehouderij. Bijna alle partijen die hiermee te maken hebben, zijn het daarover eens. Er wordt erg veel antibiotica gebruikt omdat er snel ziektes ontstaan in de intensieve veehouderij. Dieren staan dicht op elkaar en de omstandigheden waaronder de dieren worden gehouden zijn niet optimaal. Zo is de ventilatie vaak slecht en is het ook snel te warm of te koud in de stallen. Ook wordt antibiotica gebruikt om dieren sneller te laten groeien. Dat is eigenlijk niet toegestaan, maar zou veel gebeuren. Een dier dat van nature resistentie opbouwt, kan deze energie niet gebruiken om te groeien. Als je een dier antibiotica geeft, hoeft het geen resistentie op te bouwen. Dan kan het dier die energie gebruiken om te groeien. Dieren die veel antibiotica krijgen, groeien dus sneller. Maar omdat zij geen weerstand opbouwen, worden ze ook sneller ziek en dus hebben ze weer meer antibiotica nodig.
De dierenarts speelt een belangrijke rol bij het terugdringen van het antibioticagebruik in de intensieve veehouderij. De dierenarts schrijft de antibiotica voor en verdient daar ook aan. Uit onderzoek blijkt dat 5 procent van de dierenartsen, zon 80 procent van de antibiotica voorschrijft. Deze 5% had in 2008 zon 280.000 euro aan inkomsten per praktijk uit het voorschrijven van antibiotica. Het lijkt logisch dat de dierenarts minder antibiotica gaat voorschrijven als de verdienprikkel wordt weggenomen. Het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit (LNV) heeft laten onderzoeken wat het effect is als het voorschrijven en het verkopen van antibiotica wordt losgekoppeld. Dat zou betekenen dat de dierenartsen wel de antibiotica voorschrijven, maar dat zij deze niet meer verkopen aan de veeboeren. Het ministerie van LNV heeft besloten om niet te ontkoppelen, maar met andere maatregelen te proberen om het antibioticagebruik terug te dringen. Minister Verburg (LNV) vindt dat het antibioticagebruik volgend jaar al met 20% gedaald moet zijn. Zij laat het aan de sector (veeboeren, dierenartsen en de farmaceutische industrie) om te bepalen hoe zij deze vermindering bewerkstelligen. In het studiogesprek discussieert Antoinette Hertsenberg met de voorzitter van de KNMvD, de branchevereniging van dierenartsen, over de uitkomsten van dit rapport.
Naast MRSA wordt er de laatste tijd ook veel gesproken over andere resistentie. Het gaat dan om de zogenaamde ESBL's. Dat zijn enzymen die door bacteriën gemaakt worden en in feite de werking van antibiotica uitschakelen. Deze ESBL's komen op grote schaal voor in pluimveehouderijen. Wetenschappers hebben sterke vermoedens dat deze ESBL's via de voedselketen bij mensen terecht komen. Ook bij mensen worden steeds meer ESBL's aangetroffen. Momenteel lopen er onderzoeken die bekijken of er een verband is tussen het eten van kip en een besmetting met ESBL's. Mocht uit onderzoek blijken dat ESBL's via de voedselketen in de mens terechtkomen, dan gebeurt dat door het eten van onvoldoende verhitte kip. Ook het onzorgvuldig omgaan met rauwe kip kan een besmetting veroorzaken. In de pluimveesector wordt massaal een antibioticum gebruikt dat eigenlijk verboden is. Door dit gebruik zouden de bacteriën die ESBL's maken in opkomst zijn.
Om besmetting met bacteriën via vlees te voorkomen is het belangrijk om zorgvuldig met vlees om te gaan. Hieronder vindt u een aantal tips waar u op moet letten: Zorg dat het vlees (vooral de kip) goed gaar is als u het opeet. Dat betekent dat u het vlees goed moet verhitten. Vooral met kip is het belangrijk dat u geen rauw vlees eet. Daar kunnen namelijk veel bacteriën inzitten waar mensen ziek van kunnen worden. Als u vlees bereidt, zorg er dan voor dat u hygiënisch werkt. Dat betekent dat u na het snijden en aanraken van het rauwe vlees direct uw handen moet wassen. Op het rauwe vlees zitten namelijk veel bacteriën en als u na het vastpakken van bijvoorbeeld een kipfilet de koelkast opendoet, zitten deze bacteriën ook op de koelkastdeur. Als uw dochter vervolgens de koelkast opendoet, krijgt zij die bacteriën op haar hand. Zo kan besmetting plaatsvinden. Als u vlees snijdt, zorg dan dat u het met en de snijplank goed afwast voordat u er andere producten mee of op gaat snijden. Was ook goed het handvat af en vergeet vooral uw handen niet te wassen. Het is verstandig om voor vlees en voor gevogelte een andere snijplank te gebruiken dan voor bijvoorbeeld groente en vis. In professionele keukens wordt voor elke groep (vlees, gevogelte, vis en groente) een andere plank gebruikt. Het lijkt misschien wat overdreven om dit in uw eigen keuken ook te doen. Toch is een snijplank een bron van bacteriën en als u bijvoorbeeld eerst een kipfilet heeft gesneden en u snijdt vervolgens kaas voor de salade op dezelfde snijplank dan kan al kruisbesmetting plaatsvinden. De kaas kan dan de bacteriën overnemen die op de rauwe kip zitten. Let ook bij het opdienen van het vlees goed op. Leg een gebraden kip bijvoorbeeld net op hetzelfde bord dat u heeft gebruikt voor het marineren van deze kip. De bacteriën die op dit bord zitten en afkomstig zijn van de rauwe kip, kunnen dan zo overspringen op de gebraden kip. Het is dus zaak om het vlees dat u heeft bereid nooit te serveren op een schaal of bord waar ook rauw vlees op gelegen heeft.
http://www.trosradar.nl/
Term "Bio-industrie" afgeschaft 1 november 2009
Veertien organisaties voor dieren- en milieubescherming, waaronder Biologica, schaffen het woord "bio-industrie" per vandaag af. Vanaf nu spreken we over "vee-industrie", als het over grootschalige industriële veeteelt gaat. Die bestaat helaas nog wel!
Uit onderzoek blijkt dat veel burgers de termen bio-industrie en biologisch door elkaar halen; terwijl ze juist een tegenovergestelde betekenis hebben. Biologische landbouw is een gecertificeerde vorm van duurzame, diervriendelijke landbouw en voeding. Bio-industrie stond van oudsher gelijk aan legbatterijkippen en kistkalveren.
Vee-industrie wordt nu de nieuwe algemene term voor industriële veehouderijen waar dieren op grote schaal, intensief gehouden worden. Stallen met tienduizenden kippen, talloze varkens, koeien, kalveren of konijnen vallen onder die noemer.
Uit onderzoeken van Varkens in Nood en Wakker Dier bleek dat meer dan de helft van de Nederlanders de betekenissen van "bio-industrie" en "biologisch" door elkaar haalde. Zeven van de tien Nederlanders vindt het woord "vee-industrie" een goed alternatief voor "bio-industrie".
De introductie van de term vee-industrie gebeurt op initiatief van Varkens in Nood en Wakker Dier. De volgende organisaties hebben zich hier bij aangesloten: Biologica, CIWF, Dier & Recht, Dierenbescherming, IFAW, Milieudefensie, Natuur en Milieu, Sophia-Vereeniging tot bescherming van dieren, Varkens in Nood, Vegetariërsbond, Viervoeters, Wakker Dier, WSPA.
Ook een groot aantal politieke partijen heeft laten weten in te stemmen met de nieuwe term vee-industrie. We hopen dat ook bij de media vee-industrie snel zal inburgeren ten koste van bio-industrie.
http://www.biologica.nl/
http://www.veeindustrie.nl/
Neem nou gehakt
woensdag 28 oktober 2009 door NRC Handelsblad
Menigeen pakt bij de visboer, in de supermarkt of in het restaurant niet zijn portemonnee om te betalen, maar om de Viswijzer te raadplegen. Dat handzame kaartje geeft aan of een vis, schaal- of schelpdier wel duurzaam is verworven, dat wil zeggen via zorgvuldige kweek of door overbevissing mijdende visserij. De Viswijzer is een succes, het kaartje werd zeven miljoen keer gedrukt. Het droeg ertoe bij dat supermarkten viskeurmerken zijn gaan hanteren en stimuleerde mede dat viswinkels nu met een certificaat aangeven dat hun waar voldoet aan milieu- en vangsteisen.
Veel consumenten eten niet alleen vis, maar ook vlees. En net als bij de victoriabaars willen sommige mensen weten of een kipkluifje past in een voorkeur voor een milieubewuste maaltijd die niet al te veel ellende voor het dier en het milieu teweeg brengt. Sinds kort valt daartoe de Vleeswijzer te raadplegen – zelfde naamgeving als de Viswijzer, net zo’n handig kaartje voor in de portemonnee.
Maar waar de Viswijzer op alfabet, van alaska pollak tot zwaardvis, overzichtelijk aangeeft wat de keuze voor een bepaalde vis betekent, is de Vleeswijzer vooral verwarrend. In plaats van zakelijk te informeren geeft hij de uitslag van een wedstrijd tussen vleessoorten, die de vleeseter bovendien ook nog eens vreemd voorkomt, omdat de ranglijst wordt aangevoerd door vier vegetarische producten.
De Vleeswijzer stelde punten vast voor ‘Dierenwelzijn’ en voor ‘Milieu’. Op basis daarvan is een rangorde vastgesteld. Na diskwalificatie van het vegetarische ‘vlees’ staat biologisch rundergehakt op één, ex aequo met biologisch kalfsvlees. Al het biologische rundvlees (milieu: halve punt; dierenwelzijn: drieënhalve punt) verliest het van grootscheeps gefokte kip (milieu: vier punten; dierenwelzijn: halve punt), en van alle kalfs- en lamsvlees. De consument die snel even wil nakijken wat het eventuele effect is van zijn varkenslapje, staat in verwarring bij de slager.
Dankzij een verwante naam- en vormgeving lift de Vleeswijzer mee op het gezag van de Viswijzer. Ze verschillen echter fundamenteel. De Viswijzer wordt jaarlijks opgesteld door het Wereld Natuur Fonds (WNF) en de Stichting de Noordzee, op basis van wetenschappelijk onderzoek op fikse schaal en werkbezoeken. De Vleeswijzer is afkomstig van Varkens in Nood (ViN). Het milieueffect van de verschillende soorten vlees is ontleend aan de rapportage van één bureau voor duurzaamheidsonderzoek. Voor de oordelen over dierenwelzijn werden de meningen gepeild van vijftien wetenschappers, werkzaam bij Diergeneeskunde in Utrecht of bij de Animal Sciences Group aan de universiteit van Wageningen. De Viswijzer biedt advies en laat de keuze verder aan de consument. De Vleeswijzer is het appèl van een actiegroep die op haar website op sentiment speculeert met vragen als: „Wist u dat varkens dromen?’’
De consument die in de Viswijzer kijkt, krijgt een zakelijk antwoord. Wie de Vleeswijzer raadpleegt, wordt betrokken in een emotioneel debat, waar hij niet om vroeg. Vleeswijzer is emotioneel appèl en geen zakelijk advies
http://weblogs.nrc.nl/
Hier staan de vis en vleeswijzer
http://www.goedevis.nl/
http://www.vleeswijzer.nl/
Eten we al kloonvlees en -zuivel? 29.12.2008
In Groot Brittannië is waarschijnlijk al vlees en zuivel van nakomelingen van gekloneerde dieren op de markt, volgens onderzoek van de Britse GM Freeze campagne. Onduidelijk is of dit in Nederland ook zo is.
GM Freeze, een gentech-campagne van een groot aantal Britse maatschappelijke organisaties, heeft 88 Britse voedselproducenten, detaillisten en andere bedrijven gevraagd naar hun beleid rond het gebruik van producten van gekloneerde dieren en hun nakomelingen. Van de 30 die reageerden, hebben zeven geen beleid of wijzen deze producten niet af. Wat GM Freeze meer zorgen baart is dat vele bedrijven die afhankelijk zijn van dierlijke producten voor hun kernactiviteit, zoals McDonald’s, Burger King en bepaalde zuivelbedrijven, niet reageerden. Bij bedrijven die wel beleid tegen kloondieren hebben, verhindert dit beleid bovendien niet in alle gevallen de verkoop van kloonproducten. Deze worden wel duidelijk buiten de deur gehouden door bijvoorbeeld Marks and Spencer, Sainsbury en Waitrose.
In de VS zijn deze producten zeer waarschijnlijk al op de markt gekomen, ondanks een oproep van het Amerikaanse Ministerie van Landbouw aan boeren om een vrijwillig moratorium in acht te nemen. De Food and Drug Administration (FDA) had namelijk kort daarvoor als haar mening bekendgemaakt dat zuivel en vlees van gekloneerde dieren net zo veilig zijn als die van gewone dieren. Groot Brittannië importeert vlees uit de VS, dus daar kan in principe kloonvlees bij zitten.
Groot Brittannië, noch de EU of Nederland, heeft tot nu toe beleid over producten van gekloneerde dieren. De Europese Voedsel Veiligheids Autoriteit (EFSA) roept op tot meer onderzoek naar de veiligheid; de Europese Groep voor de Ethiek van wetenschap en nieuwe technologieën (EGE) betwijfelt of kloonproducten ethisch te rechtvaardigen zijn en ziet geen overtuigende argumenten om deze in voedsel te verwerken. Er zijn ernstige bedenkingen over gezondheid en welzijn van gekloneerde dieren. Risico’s voor het milieu zijn niet onderzocht. In de veeteelt vreest GM Freeze dat het kloneren van dieren het verlies van genetische diversiteit zal bevorderen.
http://www.gentech.nl/
The World's First Bionic Burger 1 februari 2007 ?
McDonald's 4 Year Old Cheeseburger 3 maart 2008 ?
Food Ad Tricks: Helping Kids Understand Food Ads on TV 4 februari 2008 ?
Video van: Meat org
the website the meat industry doesn't want you to see
De beelden kunnen als schokkend worden ervaren.
Find out more at Meat.org.
Dieren in voeding
Dier = ding
De realiteit voor dieren die gebruikt worden als voeding is hard en minder romantisch dan de reclameplaatjes en lobbypraatjes van de dierenuitbuitende sector het publiek wil doen laten geloven. Intensieve veehouderijen zijn industriële bedrijven geworden (grote schuren waar duizenden dieren opeengepakt zitten, ver weg uit het zicht en daardoor uit het geweten van mensen), waar een dier verworden is tot een ding. Een bijzonder winstgevend product. Op http://www.vilt.be vind je een goed voorbeeld van hoe een varkensboerderij virtueel wordt voorgesteld als een plaats waar varkentjes vrolijk rondhuppelen alsof er niets aan de hand is. Lachende varkens bij de slager of supermarkt mogen de kadavers van hun broeders en zusters aanprijzen. En het publiek wordt weggehouden van de ‘boerderijen’. Zonder witte overal, mondkapje en chemische baden (voor je schoeisel) kom je er tegenwoordig bijna niet binnen. Een sector die bol staat van de voedselschandalen: BSE (gekkekoeienziekte), vogelpest, varkenspest, dioxinecrisis, salmonella, E-coli, Campylobacter etc. Jaarlijks worden er honderden mensen ziek of sterven zelfs als gevolg van zo’n voedselvergiftiging. Bij een uitbraak van een ziekte op een bepaald bedrijf prevaleren de economische belangen: massale ruimingen, vaak met miljoenen dieren tegelijk - ziek of niet ziek - zijn de gevolgen van het kunstmatig in stand houden van de vleesindustrie. Zelfs de dieren van hobbyboeren en particulieren moeten het dan ontgelden: zonder pardon worden zij mee geruimd. Allemaal in naam van de ‘heilige’ vleessector. Hieronder geven we in het kort een overzichtje van de verschillende dieren die het slachtoffer zijn van de vleesconsumptie.
Dierenfabrieken
De gangbare industrie (veehouderij) houdt dieren op een dieronwaardige en wrede manier in grote bio-industriële schuren waar ze in zeer korte tijd worden vetgemest en geslacht. Dit systeem wordt bio-industrie of intensieve veehouderij genoemd. Veel mensen eten, zonder het echt te weten, veelal jonge dieren. Een vleeskip (kuiken) wordt vaak gemiddeld niet ouder dan 6 weken. Ze zitten met (tien)duizenden opeengepakt in overvolle schuren. Temperatuur en ventilatie worden automatisch geregeld. Ze worden in zo’n rap tempo opgefokt (zgn. ‘plofkippen’) dat veel dieren door hun te snelle groei door de poten zakken, vaak voetzoolproblemen, borstblaren (doordat ze in hun eigen mest zitten), groeistoornissen en ademhalingsproblemen krijgen en door dit alles vaak niet meer goed kunnen bewegen. Regelmatig sterven dieren hierdoor de hongerdood of worden het slachtoffer van kannibalisme. Daarbij zitten de kuikens bijna de klok rond in kunstmatig licht. Na 6 weken worden de vleeskuikens door speciale kippenvangers geruimd en letterlijk in kratten gegooid (gaat om snelheid waarbij het welzijn van de kuikens totaal ondergeschikt is) om afgevoerd te worden naar binnen- en buitenlandse slachthuizen. Kalkoenen en eenden worden ook in dezelfde bio-industrieschuren vetgemest en jong geslacht. De eenden hebben geen zwemwater tot hun beschikking. Kalkoenen lijden aan dezelfde aandoeningen als de vleeskuikens. De mannelijke kalkoenen zijn vaak te zwaar om de vrouwelijke kalkoenen te bevruchten dus wordt er steeds vaker kunstmatige inseminatie toegepast. Ook vleeskonijnen worden gehouden in batterijsystemen (draadgazen kooien). In batterijsystemen kunnen dieren absoluut niet hun soorteigen gedrag vertonen. Konijnen kunnen bijvoorbeeld niet eens rechtop staan in de krappe batterijkooien, laat staan kuilen graven en zich vrijuit bewegen. Ook is er een niet zo bekende tak van de bio-industrie: gefokt wild (fazanten, herten, wilde zwijnen etc.) worden in stallen en schuren vetgemest en verkocht als wild. Al deze dieren hebben nooit de frisse buitenlucht kunnen opsnuiven, de zon gezien of de aarde onder hun pootjes kunnen voelen. De basisrechten van dieren op een dierwaardig bestaan worden hen ontnomen.
Kippen, haantjes en ééndagskuikens
Kippen worden verminkt doordat hun snavels gekapt worden (afgebrand: ook bij scharrelkippen, bij biologische kippen wordt dit door de regel genomen niet gedaan, echter soms wel het puntje van de snavel). Een legkip moet haar leven slijten in de beruchte legbatterij (het licht wordt bewust de klok rond aangelaten zodat het natuurlijk ritme van de legkip verstoord raakt en ze daardoor gedwongen wordt nog meer eieren te leggen!) om na een klein jaar te eindigen als soepkip.
Zelfs scharrelkippen komen nooit buiten (met uitzondering van biologische kippen) en zitten met duizenden opeen in bio-industriële schuren. Alle legkippen, zowel bio-industrie-, scharrel- en biologische kippen worden uiteindelijk allemaal geslacht. Bij het selecteren van het geslacht van legkippen (op speciale bedrijven) worden miljoenen haantjes (economisch niet rendabel, leggen geen eieren en kosten alleen maar graan, ruimte en geld) vergast of versnipperd. Meer hierover lees je op www.waardelozehaantjes.nl Legkippen of vleeskuikens komen van broederijen. Broederijen zijn bedrijven die gespecialiseerd zijn in het uitbroeden van bevruchte eieren/kuikens. Deze eieren komen van ‘ouderdierenbedrijven’ (bedrijven waar ouderdieren - kippen en hanen - worden ingezet voor het fokken van kuikens). Vaak worden dieren op een streng (honger)dieet gezet om te voorkomen dat ze te zwaar worden.
Kettingzeugen en biggenbatterijen
Ook met de andere dieren in de intensieve veehouderij is het buitengewoon slecht gesteld. Varkens worden bijv. in 6 maanden tijd opgefokt tot slachtrijp. Fokzeugen (vrouwelijke varkens) zitten opgesloten tussen ijzeren stangen, vastgezet om geen biggen te pletten (dat zou de veehouder immers geld kunnen kosten), de biggen worden veel te vroeg bij de moeder weggehaald (na ongeveer 4 weken, in de V.S. al na 10 dagen), de hoektanden en staarten afgeknipt en gecastreerd, en dit allemaal zonder verdoving (!). Biggen worden ook vaak in biggenbatterijen gepropt om vervolgens te eindigen in krappe, donkere betonnen, stimulusarme hokken. Andere biggen worden op (inter)nationaal transport gezet om elders vetgemest te worden. Deze hokken worden de afmesthokken genoemd. In deze hokken is geen stro aanwezig. De zeugen worden direct na het verwijderen van de biggen weer zwanger gemaakt. Vaak gebeurt dit middels kunstmatige inseminatie of wordt er een dekbeer (mannelijk varken) ingezet. Biologische varkens krijgen - in het algemeen - wel een uitloop naar buiten en kunnen meer soorteigen gedrag vertonen. Biologische biggen worden echter ook gecastreerd zonder verdoving. Dit gebeurt omdat de mannelijke biggen een specifieke berenlucht produceren en het vlees een onaantrekkelijk smaak zou hebben voor consumenten die varkensvlees willen eten. De staarten van biologische biggen worden niet geknipt en de biggen blijven ongeveer 40 dagen bij de moeder.
Varkens die nooit het daglicht zullen zien
Opeengepakt en in het donker (om de varkens rustig te houden, een varken is van nature een intelligent en ondernemend wezen) slijten de varkens hun dagen met eten, drinken en zich vervelen. Veel varkens hebben last van stress (maagzweren komen regelmatig voor) en vaak komt het tot gevechten tussen de dieren omdat ze geen kant uitkunnen. Daarom worden de staarten en hoektanden (zonder verdoving!) verwijderd omdat er anders nog meer uitval (lees: dood, verwondingen) van varkens zou zijn.
Vlees- en melkkoeien
Vlees- en melkkoeien lijken het op het eerste zicht beter te hebben. Maar schijn bedriegt. Melkkoeien worden jaarlijks opzettelijk zwanger gemaakt (vaak door kunstmatige inseminatie, daar komt tegenwoordig bijna geen stier meer aan te pas, er zijn zelfs gespecialiseerde bedrijven die zich alleen maar bezig houden met het aftappen van sperma bij stieren!) om hun melkproductie op een rendabel niveau te houden. Daarin verschilt de koe absoluut niet van andere zoogdieren die alleen melk produceren als er een baby/zwangerschap is. Direct na de geboorte van haar kalf wordt het kalf (in de gangbare melksector) direct gescheiden van de moeder. Een wrede praktijk. En vaak uiten de moederkoeien en kalveren dit door klaaglijk naar elkaar te loeien. De melk, die bedoeld is voor haar eigen kind (een zoogdier zoals een koe geeft immers alleen maar melk indien er een kind/zwangerschap is) krijgt als bestemming de supermarkt. De biest (dit is de eerste moedermelk met erg noodzakelijke bestanddelen zoals antistoffen) krijgt het kalfje vaak wel. Kalveren zijn bijproducten van de melkindustrie en dus direct te linken aan de vleesindustrie. De kalveren die je wel eens ziet lopen op het platteland met hun moeders zijn veelal de zgn. dikbilkoeien. Maar daar draait het om het vlees en niet om de melk. Dikbilkoeien kunnen in de regel door hun onnatuurlijke bouw niet meer op een natuurlijke manier bevallen, enkel nog met een keizersnede.
Het gruwelijk lot van de kalfjes
De mannelijke dieren (de stiertjes) worden vaak verkocht en op transport gezet naar binnen- en buitenland om vetgemest te worden in zgn. kalverkisten. De stiertjes hebben weinig economische waarde: een stierkalfje brengt tegenwoordig weinig meer op. Kalveren van nog maar een paar dagen oud worden opgekocht, gaan na 2 weken naar veemarkten en worden over grote afstanden internationaal vervoerd. De kalfjes zullen in 6 maanden tijd vetgemest worden (krijgen regelmatig bloedarmoede omdat ze geen ruwvoer zoals hooi of stro krijgen maar alleen maar poedermelk) om vervolgens afgevoerd te worden naar het slachthuis. Dat zal de eerste en de laatste keer zijn dat het kalf even zijn poten mocht strekken. De vrouwelijke kalfjes mogen hun moeder opvolgen: hiermee begint de vicieuze cirkel weer van voor af aan, ook hun kalfjes zullen worden verkocht aan vetmestbedrijven of geslacht. In België mogen er vanaf 31 december 2006 geen kalveren meer in kisten worden gezet. Maar schijn bedriegt: de eerste 8 weken mogen ze (wettelijk gezien) wel nog in een kist gezet worden omdat de zuigreflex (is normaal voor een babyzoogdier) nog te sterk is en men bang is dat de kalfjes aan elkaar gaan sabbelen, wat slecht zou zijn voor de hygiëne en ziekteoverdracht zou bevorderen. Sommige kalveren krijgen nu ruwvoer zoals stro of hooi en soms wordt hun ijzertekort (consumenten eten graag ‘wit’ kalfsvlees) aangepakt door hen ijzerinjecties te geven. Blijft dat ze worden weggenomen van hun moeders, amper hun poten kunnen strekken in de groepshuisvesting of kalvereniglo (buitenhok voor kalveren, bestaande uit een wit plastic overdekt hokje met een kleine uitloop afgesloten door een metalen hekwerk) en in hun korte 6 maanden oude leventje geen weide zullen zien en vroegtijdig worden afgevoerd naar het slachthuis.
Wil je niet meewerken aan deze ellende, dan is er een alternatief: geen zuivelproducten meer kopen maar wel plantaardige melkproducten (bijv. sojamelk, sojakaas, plantaardige boter etc.) die verkrijgbaar zijn in supermarkten en natuurvoedingszaken. Melkkoeien worden tegenwoordig gemiddeld maar 4-5 jaar oud (lees: dan worden ze afgevoerd naar het slachthuis, omdat de melkopbrengst minder winstgevend wordt) terwijl koeien wel tussen de 15 en 20 jaar kunnen worden! Ook in de biologische melksector worden de meeste kalveren bij hun moeder weggenomen en in een groepshuisvesting geplaatst en komen in het reguliere transport/handelscircuit terecht (dus ook in de bio-industrie): het melkveebedrijf is immers een economisch bedrijf en kan het zich economisch niet veroorloven om de kalveren bij de moederdieren te houden. Er zullen uitzonderingen zijn voor vleeskoeien en ook zullen er bedrijven zijn die het toelaten dat koeien hun kalveren mogen zogen, maar dat komt helaas niet vaak voor. De zogenaamde melk‘gift’ eist ook van melkkoeien haar tol: steeds meer koeien krijgen last van uierontsteking, slijterziekte, pijnlijke hoeven etc. Ook staan steeds meer koeien (langer) op stal in plaats van in de wei wat genoemde aandoeningen alleen maar doet verergeren. Antibiotica en hormonen vinden gretig aftrek in de veehouderij en is wettelijk toegelaten in sommige landen. Geiten worden ook steeds vaker bio-industrieël gehouden voor hun melk en vlees. De jonge, pasgeboren bokken (mannelijke geiten) eindigen jong in slachthuizen of bij rituele slacht. Ook is er een nieuwe tak binnen de melkveehouderij: paarden die gehouden worden voor de paardenmelk. Jonge veulens (vaak de hengsten) gaan de internationale dierenhandel in en ook zij worden jong geslacht. Ook in België worden er veulens en paarden geslacht.
Telexbericht
Veerman wil einde aan versnipperen levende haantjes
12 Februari 2004 - Minister Veerman heeft de SP toegezegd een einde te willen maken aan het levend versnipperen van 30 miljoen haantjes per jaar door de Nederlandse pluimveesector. De minister zal na overleg met de sector een onderzoek uit laten voeren naar de alternatieven voor het doden van miljoenen ’economisch onrendabele’ haantjes.
Minister Veerman deed zijn toezegging in reactie op een vraag van SP-Kamerlid Krista van Velzen tijdens een Kamerdebat over dierenwelzijn. Hanen leggen geen eieren en de vraag naar "halve haantjes" bij de snackbar is zeer beperkt, waardoor ze in economische zin onbruikbaar en waardeloos zijn. Van Velzen: "Verschillende bedrijven hebben methoden ontwikkeld om prenataal vast te stellen of er zich een haan of een hen in het ei bevindt. Als de verdere ontwikkeling van deze methodes via overheidsmaatregelen gestimuleerd wordt, en een verbod op de haantjesmoord wordt aangekondigd, hoeven deze miljoenen dieren niet langer versnipperd te worden. Dan kunnen de prenataal gesekste eieren gewoon in de eierkoek of mayonaise worden verwerkt." "Door de toezegging van Veerman is het einde van dit dieronwaardige systeem in zicht. De nonchalance waarmee op dit moment tientallen miljoenen dieren versnipperd worden, past niet in een fatsoenlijke samenleving." Van Velzen heeft het LTO en de Pluimveesector (PVV) per brief op de hoogte gebracht van de toezegging van de minister. De LTO en pluimveesector wordt door Van Velzen uitgenodigd op korte termijn contact op te nemen met de minister om voortvarend aan de slag te gaan met het ontwikkelen en toepassen van alternatieven.
Telexberichten worden opgepikt uit verschillende media. Wij willen u die zeker niet onthouden. De inhoud van deze berichten komt niet noodzakelijk overeen met de standpunten van Bite Back.
http://www.biteback.be/
Eendagskuikens: moreel dilemma 12 december 2008
In Netwerk een reportage over de dertig miljoen eendagskuikens, de haantjes, die ieder jaar in ons land worden vergast omdat ze ongeschikt zijn om als kipfilet te dienen. Uit recent onderzoek van het ministerie van LNV blijkt dat bijna zestig procent van de Nederlanders het hier niet mee eens is. Er wordt nu gebroed op een alternatief. De Partij voor de Dieren, de Universiteit Wageningen en de pluimveehouders buigen zich in Netwerk over dit morele dilemma.
http://www.netwerk.tv/
Paaskuiken vraagt aandacht voor dierenleed achter het ei 15-03-2008
Het paaskuiken trok veel aandacht in de drukke Haarlemmerstraat in Leiden. Vooral kinderen wilden maar al te graag een handje krijgen van het grote paaskuiken of zwaaiden enthousiast, maar ook tieners en volwassenen stonden stil om naar het paaskuiken te kijken en een flyer in ontvangst te nemen over het dierenleed achter het ei.
Tijdens het protest dat om 12 uur begon, werden honderden flyers uitgedeeld. De reacties tijdens de succesvolle actie waren erg positief te noemen.
Een aantal mensen wilden in eerste instantie geen flyer aannemen, omdat ze al vegetariër waren. Maar nadat ze hoorden dat achter eieren veel dierenleed schuil gaat en dat zowel pasgeboren ééndagskuikens als de legkippen gedood worden als gevolg van de consumptie ervan, wilden ze toch wel even de flyer op hun gemak lezen.
Er waren ook veel mensen die eigenlijk nog nooit hadden stilgestaan bij het dierenleed dat achter hun ei schuil gaat. Bij het horen dat het vergassen en levend versnipperen van ééndagskuikentjes ook bij biologische eieren gebeurt, viel er bij velen een stilte. Dit is een waarheid die nog steeds onbekend is, zo merkten we.
De actie verliep vlotjes en de enthousiaste activisten van de NVV en Bite Back informeerden honderden mensen over dit verborgen dierenleed. Ook de pers was aanwezig die het grote paaskuiken met zijn afgebrande snaveltje, zoals het in de eierindustrie ook gebeurt, fotografeerde.
http://www.waardelozehaantjes.nl/
Voeding
Voeding vroeger gezonder?
Aten de mensen vroeger gezonder? Was de voeding uit grootmoeders tijd gezonder?
Het is heel moeilijk om op deze vraag een algemeen antwoord te geven. Vroeger waren de dingen anders dan nu. Er gaan altijd een aantal zaken zijn die vroeger beter waren, maar ook weer andere die nu beter zijn. Hier volgen enkele aspecten:
Meer controle
Vandaag wordt er meer aandacht besteed aan veilig voedsel in vergelijking met vroeger. Als je denkt aan de dioxinecrisis, gekke koeienziekte of andere schandalen, is er een voedselagentschap nodig die ons het vertrouwen geeft dat ons voedsel veilig is. Niet enkel om deze schandalen te voorkomen, maar deze betere controle geeft ons ook meer zekerheid over wat we eten. Vroeger had iedereen zijn eigen tuin en kweekte iedereen zijn eigen vlees.
Meer aandacht voor gezonde voeding
Gezonde voeding trekt meer en meer onze belangstelling. Mensen worden nu bewust gemaakt van de noodzaak aan een gezonde voeding. Verschillende instanties doen nu aan gezondheidsopvoeding en – voorlichting via tijdschriften, brochures, de televisie, het internet, … Zelfs op de verpakking van voedingsmiddelen is informatie terug te vinden over de samenstelling van het voedingsmiddel en de voordelen van deze voedingsstoffen voor de gezondheid. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het gebruik van gezondere smeer- en bereidingsvetten. Olijfolie en een dieetmargarine rijk aan gezonde of onverzadigde vetten komen de gezondheid ten goede. In de supermarkt is er een ruimer aanbod aan deze gezonde smeervetten. Vroeger kenden de mensen deze gezondheidsinformatie niet en werd er vooral boter (rechtstreeks van de boerderij), reuzel of smout gebruikt. Deze vetstoffen zijn eerder rijk aan ongezonde of verzadigde vetten. Ze beschikten toen ook niet over zo’n ruim aanbod zoals nu in de winkel.
Bewaring
De ontdekking van de koelkast en de diepvries heeft voor heel wat verbetering gezorgd. Deze moderne bewaarmethode zorgt voor een goed behoud van de voedingswaarde en de smaak, mits correct gebruik. Vroeger werd vooral het inzouten gebruikt om voeding beter en langer te bewaren. Het nadeel is dat dit een negatieve invloed heeft op de voedingswaarde en de smaak. Te veel zout eten is onder andere nadelig voor de cholesterol, hart- en bloedvaten. In sommige gevallen werd echter ook azijn of suiker gebruikt voor de bewaring.
Meer of minder vitamines?
Het is heel moeilijk te zeggen of de groenten en fruitsoorten van vroeger meer of minder vitamines bevatten. De hoeveelheid vitamines en mineralen wordt bepaald door verschillende factoren. Er is variatie in het gehalte aan vitamines en mineralen door de verschillen in seizoenen en de omgeving waarin groente en fruit worden gekweekt. De manier van telen zal mogelijk invloed hebben. Daarnaast zijn de oogstmethodes veranderd. Daarbij komt nog dat er vroeger andere meetmethodes gebruikt werden dan nu. De methodes van nu zijn veel betrouwbaarder, vroeger werden er vaak andere stoffen mee gemeten waardoor het vitaminegehalte hoger uitkwam.
Chemisch behandeld
Vandaag worden heel wat groenten en fruitsoorten besproeid. Dit maakt dat je ze goed moet wassen of schillen. Gelukkig bestaan hier wel wettelijke bepalingen rond. De boer of de producent moet hierbij wettelijk vastgelegde normen opvolgen. Vroeger werden voedingsmiddelen niet chemisch behandeld. Zo werden groenten en fruit niet besproeid.
Voedingsaanbod ruimer
Nu zijn er heel wat transportmogelijkheden waardoor we ook uitheemse voedingsmiddelen ontdekken. Dit transport heeft ook nadelen. Het is belastend voor het milieu. Als we de winkel binnenstappen is er een heel groot aanbod aan heel wat voedingsmiddelen. Ook voedingsmiddelen die we niet echt nodig hebben om gezond te zijn. Denk hierbij aan het uitgebreid assortiment van snoepgoed, zoute snackjes, calorierijke aperitiefhapjes,… Dit groot aanbod doet heel wat mensen deze dingen kopen en eten. Het nadeel hiervan is dat je van deze voedingsmiddelen gemakkelijk bijkomt, wat kan zorgen voor overgewicht. Door het drukke levensritme grijpen heel wat mensen naar kant-en-klare gerechten. Doordat de mensen vroeger hun eigen voedsel teelde en kweekte, was het voedingsaanbod niet zo ruim. In de meeste gevallen was het zo dat elk gezin voor zichzelf kookte. Het is dus moeilijk te zeggen welke voeding nu eigenlijk het gezondste is. Aan de ene kant heeft de vooruitgang gezorgd voor heel wat verbetering. De andere zijde van de medaille is dat de vooruitgang op andere vlakken nadelen levert.
Claudia Fripont, diëtiste
Verschenen op 24 februari 2009 http://www.gezondweb.be/
Vitamines in voeding
De meeste vitamines halen we uit onze voeding. Mensen zijn niet in staat om vitamines zelf aan te maken. Er zijn een paar uitzonderingen. Vitamine K en D kunnen wel door het lichaam aangemaakt worden. Vitamine B en A kan het lichaam ook zelf maken, maar daar is wel het aminozuur tryptofaan of bèta-caroteen voor nodig uit de voeding. Wie voldoende én gevarieerd eet (zie hiervoor de Schijf van Vijf), krijgt alle vitamines binnen die dagelijks nodig zijn. Maar niet iedereen kan voldoende vitamines uit de voeding halen. Voor deze groepen is een supplement wenselijk.
http://www.vitamine-info.nl/
Vitaminen en Mineralen, hoeveel heb ik nodig?
Adviezen over hoeveel vitamines en mineralen we per dag nodig hebben zijn opgesteld door de Beraadsgroep Voeding van Gezondheidsraad. De Gezondheidsraad is een adviesorgaan van de overheid. De ‘aanbevolen dagelijkse hoeveelheid’ (ADH) kan verschillen per leeftijdsgroep en per geslacht.
De ADH heeft betrekking op de gemiddelde behoefte van de Nederlandse bevolking, met daar bovenop nog een ruime marge om rekening te houden met de spreiding van de behoefte in de bevolking. Volgens de definitie zou de ADH de behoefte van 97,5% van de bevolking moeten dekken. 2,5% van de bevolking heeft dus meer nodig dan de ADH, maar daar staat tegenover dat het merendeel van de bevolking aan minder ook al voldoende heeft.
Als iemand structureel (langer dan enkele weken) minder vitamines binnenkrijgt dan de ADH, betekent dat nog niet automatisch dat er sprake is van een tekort. De kans is groot dat deze persoon hoort bij de 97,5% van de bevolking die aan minder ook al voldoende heeft. Daarom kan een tekort nooit worden aangetoond zonder in het lichaam te meten hoeveel van een vitamine beschikbaar is om de normale functies van de organen en weefsels te laten plaatsvinden. Zo’n onderzoek wordt vitaminestatus-onderzoek genoemd.
In dit hoofdstuk staan voor verschillende bevolkingsgroepen in Nederland (kinderen, volwassenen, senioren en overige bevolkingsgroepen) de ADH’s per vitamine en mineraal vermeld. Daarnaast wordt er bij een aantal groepen een toelichting gegeven wanneer supplementen gewenst zijn en waarom.
zie verder voor meer informatie ; http://www.vitamine-info.nl/hoeveel-heb-ik-nodig/
Vegetariërs en veganisten
Vegetariërs zijn mensen die geen vlees, vis, schaaldieren of gevogelte eten. Zo’n 4,5% van de Nederlanders eet volledig vegetarisch. Daarnaast zijn er ook veel mensen die regelmatig vegetarisch eten: de ‘parttime’ vegetariërs.
Voeding voor vegetariërs
Bij een goed samengestelde vegetarische maaltijd is het mogelijk om zonder vlees of vis alle benodigde vitamines en mineralen binnen te krijgen. Maar er zijn wel een paar aandachtspunten. Dit zijn vitamine B12 en ijzer. Vitamine B12 komt alleen voor in dierlijke producten, zoals vlees, vis, zuivel en eieren. Daarom moeten vegetariërs dagelijks zuivel (en eieren) gebruiken. Plantaardig ijzer wordt moeilijker opgenomen dan dierlijk ijzer. Daarom ligt de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid voor ijzer bij vegetariërs anderhalf keer hoger dan bij mensen die wel vlees eten. Maar er zijn voldoende plantaardige ijzerbronnen om in de behoefte te voorzien. Bovendien wordt geadviseerd om bij elke maaltijd vitamine C te eten. Dit zorgt ervoor dat het lichaam ijzer uit plantaardige producten beter opneemt. Koffie, thee, rode wijn, oxaalzuurrijke groenten en fytinezuur remmen de ijzeropname. Deze kun je als vegetariër dus beter niet in combinatie met ijzerrijke plantaardige voedingsmiddelen eten.
Naast ijzer en vitamine B12 is vlees ook een belangrijke leverancier van eiwit, zink, vitamine D en verschillende B-vitamines. Een goede vervangende bron van deze voedingsstoffen is bij vegetariërs belangrijk.
Supplementen
Vegetariërs hoeven in principe geen extra vitamines of mineralen te gebruiken, mits ze voldoende en gevarieerd genoeg eten.
Veganisten
Veganisten zijn mensen die helemaal geen dierlijke producten eten. Dus naast het vlees en de vis, laten ze ook bijvoorbeeld melk en eieren staan.
Voeding voor veganisten
De adviezen die voor vegetariërs gelden, gelden in principe ook voor veganisten. Maar omdat veganisten helemaal geen producten van dierlijke afkomst eten, kan een tekort aan vitamine B12 ontstaan. Vitamine B12 is belangrijk voor het zenuwstelsel en de aanmaak van rode bloedcellen. Kant-en-klare vegetarische burgers zijn verrijkt met vitamine B12, maar vleesvervangers als tofu en tempé bevatten geen vitamine B12. Ook wordt van zeewieren en algen beweerd dat dit goede plantaardige bronnen van vitamine B12 zouden zijn. Deze producten bevatten wel een vorm van vitamine B12, maar deze vorm is voor de mens niet functioneel. Verder kan een veganistische voeding gemakkelijk te weinig calcium (kalk) en vitamine B2 bevatten, voedingsstoffen die in het Nederlandse voedingspatroon vooral door zuivelproducten worden geleverd.
Supplementen
Het risico op een tekort aan calcium, vitamine B2 enB12 kan opgevangen worden door het gebruik van een (multi-vitamine) supplement.
Bronnen:
Nederlandse Vegetariërsbond: www.vegetariers.nl
Voedingscentrum: www.voedingscentrum.nl
http://www.vitamine-info.nl/hoeveel-heb-ik-nodig/vegetariers-en-veganisten/
Voedingstoffen in eieren
Om gezond te blijven hoef je absoluut geen eieren te eten. Qua voedingstoffen zitten er eiwitten in, maar die kun je makkelijk vervangen door plantaardige producten te eten, zoals tofu of tempeh.
Verder zit in ei een aantal vitamines en mineralen, zoals vitamine A, B, D, E en fosfor, kalium natrium en ijzer, maar die zitten ook in (groene) groenten.
Niettemin komt ei in veel dagelijkse producten voor. Het zit verwerkt in koekjes, cakes, taarten, broodjes, verse pasta zoals macaroni, spaghetti, verse pizzabodems, vers Italiaans ijs, bladerdeeg, mayonaise en andere sausjes, als glansmiddel over voedsel heen en ook zelfs in bepaalde shampoo's.
Gebruik van eieren is helemaal niet nodig. Er zijn tal van lekkere en gezonde producten op de markt waarin geen ei is verwerkt. Eieren die gebruikt worden voor het koken en bakken, kunnen makkelijk vervangen door bijvoorbeeld tofu, banaan of appelmoes.
http://www.waardelozehaantjes.nl/
Voeding
Wouter Bos wint verkiezing Lekkerste Vegetarisch Recept van het Binnenhof (25 februari 2010)
De risotto met groenten uit de oven van Wouter Bos is door Stichting Wakker Dier verkozen tot het Lekkerste Vegetarische Recept van het Binnenhof. Hij laat ondermeer Sharon Gesthuizen (2e met Koude Knoflookamandelsoep, SP), Femke Halsema (3e, Pastei pompoen&blauwe kaas, GL), Ton Elias (4e, Courgette Cannelloni, VVD), Marianne Thieme (5e, Kool met amandelen, PvDD), Jacqueline Cramer en Maria van der Hoeven achter zich. Nu de Kamer aandringt op vleesvermindering, keek Wakker Dier wat Haagse politici zélf koken op een vleesloze dag. ‘Een beter milieu (en minder dierenleed) begint bij jezelf’, zo leerde de overheid ons immers jaren geleden al. Ministers en Kamerleden stuurden hun favoriete vegetarische recept op.
Met culinaire hulp van de Volkskeuken (Volkskrant), in de persoon van Pay-Uun Hiu, de enige fulltime vegetarische volkskok, beoordeelde Wakker Dier de gerechten op smaak, originaliteit en gemak. Deelnemende parttime of fulltime vegetariërs die hun favoriete vegetarische recept instuurden waren ondermeer: Jacqueline Cramer (ex. Min.VROM, PvdA), Femke Halsema (GL), Wouter Bos (ex. Min Fin, PvdA), Henk Jan Ormel (CDA), Gerdi Verbeet (PvdA), Marianne Thieme (PvdD), Bas van der Vlies (SGP), Tofik Dibi (GL), Boris van der Ham (D66), Ton Elias (VVD), Sharon Gesthuizen (SP), Esmé Wiegman (CU), Fatma Koser Kaya (D66) en Maria van der Hoeven (Min.EZ). Veel gerechten zijn niet alleen culinair interessant, ze reflecteren bovendien de politieke smaak van de partijen. Zo maakt Gesthuizen van de SP een koude soep met oud witbrood en kokkerelt Elias van de VVD met geblancheerde “cresson”.
De groentenrisotto van Wouter Bos (vegetariër) werd gekozen als winnaar. Pay-Uun Hiu: ‘Het is een lekkere en volledige maaltijd, met karakteristieke smaken (eekhoorntjesbrood en vermout), maar met producten die vrij eenvoudig verkrijgbaar zijn. Als handleiding is het recept een drama. Er staan nergens hoeveelheden bij - heel typisch voor een (oud) minister van financiën. Tip: gebruik een blokje Bospaddestoelenbouillon ipv groentenbouillon.’
Sharon Gesthuizen werd verkozen tot nummer 2 vanwege haar zeer smakelijke knoflookamandelsoep met vrij onbekende soepingrediënten welke toch makkelijk te maken is. Femke Halsema (3e) maakt regelmatig een makkelijke maar lekkere pompoenpastei die wel stijlvol is doorontwikkeld. Ton Elias (4e) koos een culinair hoogstandje met een lekkere combinatie van bijzondere groenten. Marianne Thieme (5e) koos een vermoedelijk zelf bedachte combinatie van een geheel dierloos koolgerecht met de ondergewaardeerde rooktahoe.
Met de verkiezingen wil Wakker Dier aandacht vragen voor een dagje zonder vlees. Vooral het aantal vleesverminderaars groeit snel: uit onderzoek van onderzoeksbureau Team 4 in opdracht van Wakker Dier in 2009 blijkt dat 41% van de Nederlanders 2 tot 4 dagen per week geen vlees eet en 9% zelfs meer dan 5 dagen in de week geen vlees eet. Maar ook de politiek lijkt hierover wakker geschud. Zo werd deze maand nog in de Tweede Kamer een motie (31 532, nr.31) aangenomen die de regering verzoekt ‘aan te sturen op vermindering van consumptie van dierlijke eiwitten‘.
De winnende recepten zijn voor iedereen terug te vinden in het online kookboek “De Kamer in de Keuken” op www.wakkerdier.nl/vegetarisch-kookboek . Daarin staan de lekkerste vegetarische recepten van de politici opgesomd met veelal een persoonlijke noot van het Kamerlid of de minister.
www.wakkerdier.nl
Nieuws over voeding
Achtste editie Wine Professional zeer succesvol
Duurzaamheid centraal thema tijdens vakbeurs
AMSTERDAM, 20-01-2010 -- Van 11 t/m 13 januari vond in de Amsterdam RAI de achtste editie plaats van Wine Professional, de meest toonaangevende vakbeurs op het gebied van kwaliteitswijn en fijne gastronomische producten. De organisatie was zoals ieder jaar in handen van The Wine and Food Association. Duurzaamheid vormde het voornaamste thema van de verschillende proeverijen en presentaties waarmee de beurs omlijst werd.
Strenger toegangsbeleid, grotere internationale uitstraling Mede op last van de brandweer en op verzoek van de exposanten is het bezoekersaantal bewust iets teruggebracht, via een aangepast, strenger toegangsbeleid. Er was duidelijk een verschuiving te zien in de samenstelling van het bezoek: meer eindbeslissers, meer eigenaren, meer professionals uit de het hogere restaurantsegment. Dat het internationale aanzien van Wine Professional nog altijd stijgt, ondanks de economische recessie, bleek wel uit het feit dat veel producenten en speciale gasten uit het buitenland overkwamen om gastrollen te vullen bij de proeverijen en presentaties. Ook onder bezoekers waren veel buitenlandse producenten en vertegenwoordigers van consortiums om zich alvast te oriënteren en de mogelijkheden te onderzoeken voor deelname aan Wine Professional 2011. De overige bezoekers van Wine Professional kwamen uit de sectoren wijnspeciaalzaak, slijterij, hotel en pers.
Topchefs
Wine Professional ontleent een groot deel van zijn aantrekkingskracht aan kwaliteit en interactiviteit. Beide worden gecombineerd op de twee proeftheaters (GaultMillau Theater en Forum Gastronomicum Theater) waar drie dagen lang verrassende en leerzame presentaties, masterclasses en proeverijen worden gepresenteerd. Ook dit jaar kon The Wine and Food Association daarbij weer rekenen op de actieve deelname van bijna 40 vooraanstaande chefs uit binnen- en buitenland en veel toonaangevende sommeliers.
Aandacht voor duurzaamheid en de toekomst Naast de deelname van deze topchefs waren er programmaonderdelen op het gebied van kwaliteitswijn die in het teken stonden van actuele trends, duurzaamheid, en educatie. Zo stonden bij enkele proeverijen duurzame gevangen vissoorten, biologische producten en biologisch of biodynamisch geproduceerde wijnen centraal. En verder waren er uiteraard traditionele presentaties van diverse beroemde wijnen en wijnhuizen, al dan niet in aanwezigheid van de producent en/of wijnmaker zelf. Een aantal proeverijen was speciaal georganiseerd voor de jongste generatie sommeliers. In de komende nummers van Proefschrift verschijnen verschillende artikelen aan naar aanleiding van deze unieke programma's.
Hoogtepunten - een greep
Zoals gebruikelijk telde Wine Professional weer diverse spraakmakende programmaonderdelen. De officiële opening van Wine Professional 2010 werd verricht door miss Wine Professional | Miss Buscaglione, Federica Bertolani, in het bijzijn van Andreas Larsson (Beste Sommelier van de Wereld van 2007), Jean-Michel Deiss en zijn vrouw, en Jan van Lissum, directeur van Wine Professional. De eigenzinnige Deiss, wijnmaker van het Elzas-domein Marcel Deiss, presenteerde aansluitend een prachtige openingsproeverij. Hoe mooi Barolo kan zijn - met de nadruk op de nebbiolo-druif en het terroir - bewees Alvio Cavallotto, wijnmaker en oenoloog van het gelijknamige wijnhuis. De Flemish Primitives (topchef Peter Coucquyt en food scientist Bernard Lahousse) boden origineel gastronomisch perspectief bij een proeverij waarbij de Loire-streek Vouvray centraal stond. Andreas Larsson leverde gedurende de drie beursdagen bij een groot aantal wijn-spijssessies zijn kundig commentaar bij de gepresenteerde combinaties.
Officiële Partners
Wine Professional wordt jaarlijks georganiseerd door The Wine and Food Association en wordt ondersteund door Koninklijke Horeca Nederland, SVH, Jeunes Restaurateurs d'Europe, Relais Restaurants, Les Patrons Cuisiniers, Alliance Gastronomique, GaultMillau Nederland, Fa. H.L. Granaat, Proefschrift, KVNW en Jaargids Wijn.
The Wine & Food Association
http://www.thewinesite.nl/
Kraanwater voor klimaat
Wat kunt u zelf doen voor een beter klimaat? Soms iets heel simpels: bijvoorbeeld vragen om water uit de kraan in plaats van een fles. Voor water uit een fles wordt gemiddeld 300 keer zoveel energie gebruikt (voor verpakking en vervoer) als voor kraanwater. Dat is dus ook 300 keer zoveel uitstoot van CO2 (broeikasgas). Daarom sluit het WNF zich aan bij de actie 'Gratis Kraanwater' van de Vara. Met name de verpakking van water (in pakken en flessen) zorgt voor veel CO2-uitstoot. Zo levert water in een herbruikbare PET-fles 12 keer zoveel CO2-uitstoot op als kraanwater. Water in een kartonnen verpakking levert 124 keer zoveel CO2-uitstoot. Water dat in glas wordt verpakt, levert ruim 1300 keer zoveel CO2-uitstoot op. Kortom: water uit de kraan drinken, bespaart behoorlijk wat uitstoot van CO2. Thuis is dat geen probleem, maar in restaurants vaak wel. Daarom is de Vara gestart met de actie 'Gratis Kraanwater': restaurants die meedoen, ontvangen een speciale sticker, waaraan de klant ziet dat hij of zij rustig om kraanwater kan vragen. Inmiddels hebben verschillende restaurants zich aangemeld, waaronder de restaurantketen 'La Place'. Het Wereld Natuur Fonds (WNF) roept alle restauranthouders in Nederland op om mee te doen aan deze actie en op die manier het gebruik van water in flesssen te verminderen. Wat kunt u zelf doen? U kunt in een restaurant vragen om een karaf gewoon kraanwater in plaats van bronwater. Wordt dat geweigerd, dan kunt u als gebaar een actie-visitekaartje achterlaten bij het betalen van de rekening: die kaartjes zijn te downloaden via de speciale website van de actie: gratiswater.vara.nl
http://kassa.vara.nl/tv/afspeelpagina/fragment/actie-gratis-kraanwater-i...
http://kassa.vara.nl/actueel/dossiers/dossier/dossier/4789910/
Hoeveel water drinken Nederlanders eigenlijk uit flessen? Een overzicht:
- 119 miljoen flesjes van 0.5 liter
- 42 miljoen flesjes van 0,75 liter
- 33 miljoen PET-flessen van 1 liter (herbruikbaar)
- 72 miljoen PET-flessen van 1,5 liter
(Alle berekeningen van de CO2-uitstoot van kraanwater en bronwater, zijn afkomstig van de consumentenorganisatie Milieucentraal.)
Nieuws over voeding
Eerste Foodlovers Festival in het hart van de Betuwe
Twee dagen lang genieten van puur eten, drinken en muziek
ZEIST, 10-01-2010 -- Evenementenorganisator Heerlijk Festival bv organiseert 15 en 16 mei 2010 voor de eerste keer het FoodLovers Festival. Tijdens dit evenement in De Veiling te Andelst ligt het accent overduidelijk op genieten. In een ontspannen en hip vormgegeven atmosfeer genieten de bezoekers van food, drinks en niet te vergeten van muziek. Daarnaast is er voor de bezoeker ook veel te leren. Professionele koks verzorgen verassende workshops.
Puur en genieten
Marleen Haubrich, een van de initiatiefnemers: "Nieuw aan het concept is dat de gerechten niet door restaurants wordt verzorgd. We werken samen met een professionele cateraar met wie we mooie recepten hebben samengesteld, op basis van eerlijke, pure producten. Bij de keuze van de ingrediënten hebben we niet alleen gelet op de wijze van telen of fokken, maar ook op andere mileutechnische aspecten. Er is veel aandacht voor producten van eigen bodem. Daarnaast moeten de ingrediënten makkelijk verkrijgbaar zijn voor iedere thuiskok." Naast het eten en drinken zelf ligt de nadruk ook op het geníeten daarvan. FoodLovers Festival besteedt daarom ook aandacht aan muziek, buitenkoken, keukenbenodigdheden enzovoort.
Doelgroep
De organisatie van het festival richt zich op mannen en vrouwen tussen de 30 en 50 jaar. Levensgenieters die graag voor zichzelf of voor gasten koken. Ze staan open voor nieuwe eetculturen, gezonde en eerlijke producten en zijn bereid daar iets meer voor te betalen.
Wining&Dining
Om het evenement landelijk aandacht te geven, wordt samengewerkt met het bekende culinaire magazine Wining&Dining.
Ook voor ondernemers.
Hoewel het festival zich richt op particuliere bezoekers, is er ook voor ondernemers volop te beleven. Haubrich: "We bieden bedrijven die op ons festival exposeren de mogelijkheid hun relaties uit te nodigen en hen eens goed culinair te verwennen. Daarnaast kunnen zij er ook voor kiezen de koks met hun producten te laten koken. De recepten worden verzameld in een receptenboek dat behalve tijdens het festival ook in de detailhandel verkrijgbaar zal zijn."
Lokatie.
Het festival zal plaatsvinden in De Veiling. Wageningsestraat 6673DB te Andelst.
Website: www.foodloversfestival.nl/
Stichting foodwatch is de nieuwe waakhond voor voedsel in Nederland
AMSTERDAM, 08-01-2010 -- Na zeven succesvolle jaren in Duitsland komt foodwatch nu ook naar Nederland. Stichting foodwatch is een onafhankelijke non-profit consumentenorganisatie, die aandacht vraagt voor de werkwijze en informatievoorziening in de levensmiddelenindustrie. Vaak is onduidelijk wat de precieze samenstelling is van een product. foodwatch vindt dat de consument het recht heeft te weten wat er in zijn eten zit. Ook moeten wetgevers consumenten beschermen tegen schadelijke stoffen in producten. Samen met de consument strijdt foodwatch vanaf nu in Nederland voor eerlijke en transparante informatie over voeding. Mensen moeten zelf kunnen kiezen wat zij willen eten, deze keuze is niet aan de industrie.
foodwatch gaat verder dan de bestaande instellingen. Bart van Opzeeland, directeur van foodwatch Nederland, zegt hierover: "Wij komen op voor het recht van consumenten op veilige en eerlijke voeding." foodwatch is onafhankelijk en neemt geen blad voor de mond. Daarom is foodwatch in staat producenten transparant te laten communiceren over hun producten en maatregelen af te dwingen bij de overheid. Zo stelt Van Opzeeland: "Consumenten eisen duidelijkheid en foodwatch gaat daarbij helpen".
foodwatch is in 2002 opgericht in Duitsland en is daar zeer succesvol. Bezorgde consumenten stuurden in Duitsland mails aan de levensmiddelenindustrie met het verzoek te stoppen met kwalijke praktijken. Een toenemend aantal donateurs steunt foodwatch in haar strijd. Een succesvolle campagne richtte zich op de aanwezigheid van het kankerverwekkende acrylamide in chips. Sinds foodwatch dit publiekelijk aan de kaak heeft gesteld, zijn de concentraties acrylamide in Duitse chips drastisch verminderd.
foodwatch wil dat de consument eerlijke en transparante informatie over zijn dagelijkse eten krijgt. Wat je eet, moet je als consument zelf kunnen bepalen.
www.foodwatch.nl
Na twee jaar nieuwe impuls campagne Werkfruit
DEN HAAG, 04-01-2010 -- Twee jaar na de aftrap door Paul Rosenmöller van het convenant overgewicht, krijgt de landelijke campagne Werkfruit een nieuwe impuls. Dit meldt www.werkfruitonline.nl, centraal informatiepunt voor de campagne. Zo zullen er vanaf januari op 200 NS stations in totaal ruim 1200 werkfruit-posters komen te hangen, is er een promotieteam dat werkfruit actief onder de aandacht zal brengen en is de website www.werkfruitonline.nl geheel vernieuwd. "We hebben er lang op moeten wachten." Aldus Sieger Koeman, projectleider werkfruit en directeur van leverancier www.degroenetas.nl.
Werkfruit, ook bekend als "fruit op het werk", "bedrijfsfruit" of "kantoorfruit", is het gratis beschikbaar stellen van fruit aan werknemers, om zo de gezondheid te bevorderen. Uit onderzoek door www.werkfruitonline.nl is gebleken dat managers facilitaire zaken, P&O en HRM wel interesse hebben in werkfruit, maar het door de economische crisis in 2009 geen prioriteit hebben gegeven. Het geplande mediaoffensief moet hier verandering in brengen. "Werkfruit is immers geen kostenpost, maar een kostenbesparing", aldus Koeman.
"Werkfruit aanbieden is niet meer vanzelfsprekend voor bedrijven", aldus www.fruitmandshop.nl, ook een landelijk opererende leverancier van werkfruit. "Toch hebben wij onze klanten weten vast te houden, een teken dat werkfruit voor onze klanten een meerwaarde heeft. Met name als preventief middel tegen ziekteverzuim."
De fruitmandleveranciers hebben goede hoop voor de toekomst: "De economische crisis lijkt over zijn dieptepunt heen en gezonde voeding staat meer in de belangstelling dan ooit tevoren", aldus Koeman. "Wij verwachten dat de doelstelling van de campagne om voor het jaar 2011 ruim 3000 MKB bedrijven werkfruit te laten aanbieden ruimschoots gehaald zal worden. Op dit moment zijn ongeveer 2000 bedrijven geregistreerd."
Voor meer informatie: www.werkfruitonline.nl, www.degroenetas.nl en www.fruitmandshop.nl
Deze berichten zijn verkregen via nieuwsbank.
Informatie over Omega vetzuren
Omega-3 vetzuren
Binnen dit artikel proberen we een antwoord te geven op de vraag “Wat zijn omega vetzuren” of “Wat is omega 3”. De Omega 3 groep bevat het alfa-linoleenzuur (ALA), deze alfa-linoleenzuur kan je ook terugvinden in beperkte mate in groene groenten, paranoten, pompoenpitten, pompoenpittenolie, walnoten, kastanjes, tarwekiemolie, sojaolie, vlasolie, malnootolie en in een iets grotere hoeveel heid in lijnzaadolie. Het zaad van vlas. De meest geconcentreerde bron van omega-3 vetzuren die momenteel verkrijgbaar is. Bevat ook veel vezels, is kankerbestrijdend en reguleert de bloedsuikerspiegel. Omega-3-vetzuren worden bijna uitsluitend gevonden in maritieme organismen maar ook in kleinere hoeveelheden in planten en plantaardige oliën. Zeevruchten worden beschouwd als de beste bron van omega-3 vetzuren. Alle vis en schaaldieren bevatten één of ander omega-3 vetzuur. Over het algemeen bevat vette vis meer omega-3 vetzuren dan magere vis, maar het aandeel van verzadigde, onverzadigde en omega-3 vetzuren variëert aanzienlijk van de ene op de andere vissoort. In het lichaam maken wij van deze alfa-linoleenzuur (ALA) eicosapentaëenzuur (EPA) en docosahexaëenzuur (DHA) van, wat ook in visolie zit. Olijfolie daarentegen bevat geen Omega 3 vetzuren.
Het staat vast dat omega-3 vetzuren een duidelijke rol kunnen spelen in het verminderen van het risico op hartkwalen welke de belangrijkste doodsoorzaak in het Westen zijn. Onderzoekers hebben geconstateerd dat omega-3 vetzuren het bloed minder kans geven te gaan klonteren (en zo worden tromboses vermeden), en dat omega-3-vetzuren leiden tot een vermindering van de hoeveelheid vet in het bloed en misschien zelfs het cholesterol-gehalte.
Het mogelijke verband tussen omega-3-vetzuren en aandoeningen zoals kanker, artritis, en astma wordt momenteel bestudeerd. Omega-3-vetzuren zijn ook van groot belang voor de aanmaak van celmembranen van de hersenen en het oogweefsel. Aldus zijn goede bronnen van omega-3 nodig om de juiste ontwikkeling van deze organen te verzekeren.
Een goede (een van de beste) bron van Omega 3 is koud geperste lijnzaadolie, beter zelfs dan capsules met visolie. Het is belangrijk dat je eraan denkt dat vissen tegenwoordig ook erg aangetast zijn door watervervuiling. Waar vindt men nog gezonde vissen? Denk maar aan olierampen, het dumpen van afval op zee of het zeetoerisme dat vaak afval achterlaat. De vissen moeten plankton en algen eten om Omega 3 vetten binnen te krijgen, dit omdat deze eigenlijke hoofdleverancier ervan zijn. De hoeveelheid omega-3 vetzuren in gekweekte vis is sterk afhankelijk van het soort voedsel dat de vis in de kwekerij kreeg. Veel viskwekerijen erkennen sinds kort dit feit, en geven omega-3 -rijk voedsel aan hun vissen. Dit feit is één van de belangrijkste redenen waarom het macrobiotische dieet, waar veel algen op het menu staan, zo gezond kan zijn. Er zijn ook capsules met Omega 3 VZ op de markt, die gemaakt zijn uit algen in vegetarische capsules (zonder gelatine): Neuromind, te koop bij de firma Decola, en Neuromin Neuromin van de firma Biodynamics / België, een nadeel is dat die erg duur zijn. Het is bovendien beter om aan een dagelijkse opname met de voeding te wennen.
De omega 3 vetzuren uit uit vis EPA (eicosapentaeenzuur) en DHA (docosahexaeenzuur) blijken uit een groeiend aantal verschillende soorten onderzoek bescherming te bieden tegen:
hoge bloeddruk, hartritmestoornissen, aandoeningen van de luchtwegen,
darm-, slokdarm-, maag- en alvleesklierkanker de ziekte van Alzheimer,
Omega 3 vetzuren zijn belangrijk bij het tot stilstand brengen van ontstekingsprocessen, voor een gezond vaatsysteem, de ontwikkeling van het ruggenmerg en het zenuwstelsel, het opbouwen van een sterk afweersysteem. De omega 3 vetzuren zijn de belangrijkste vetten die voor de opbouw van de hersenen en het vormen van het oognetvlies zorgen. Daarnaast beïnvloeden deze omega 3 vetzuren ons IQ en gedrag, daarnaast zijn ze ook erg van belgin bij het beschermen van het lichaam tegen allergische reacties.
Wanneer we in een beperkte hoeveelheid Omega-3 in onze voeding dan kan dit een nadelig effect hebben op onze gezondheid. De snelle verandering van gewoontes wat betreft vetopname in de laatste 50 tot 100 jaar zijn er de oorzaak van dat de menselijke fysiologie, die voor een optimaal functioneren afhankelijk is van een gelijke opname van de omega's, behoorlijk verstoord is. Diëten met overwegend Omega 6 vetten ten koste van de Omega 3, begunstigen ontstekingsprocessen. Omega 3 vetten echter stimuleren ontstekingsremmende processen.
Bij studies rond Eskimo’s blijft dat deze groep mensen door omega-3 veel minder laste hebben van arteriosclerose, dit is de verkalking van de bloedvaten, ook komt hier kanker mindere frequentie voor. De voornaamste reden die hiervoor werd gevonden was doordat deze bevolkingsgroep meer vis eet.
Bij een andere studie, vergelijking van eetgewoonten van Japanners en Amerikanen blijkt dat Japanners minder snel sterven van ziekten (door Omega 3) omdat ze meer vis eten. Ook bleek uit dit onderzoek dat het niet genetisch is maar het effectief aan de voeding zou liggen. Uit onderzoek in Amerika is gebleken dat er een duidelijke samenhang bestaat tussen Alzheimer, dementie en depressie en een lage opname van Omega 3 vetzuren. Daarnaast heeft de World Health Organisation (WHO) geadviseerd om alle babyvoeding te verrijken met DHA (afbouwproduct van de ALA), dit om de reden dat deze bij Amerikaanse moeders als te laag werd bevonden. Het gevolg is dat baby's, die borstvoeding krijgen, nog een extra tekort eraan hebben. Bij de baby's die een aanvulling kregen met docosahexaëenzuur (DHA) werd het gezichtsvermogen beter en hun IQ hoger dan van een vergelijkbare groep. Zelfs bij psychoses, schizofrenie en manische depressiviteit werden door een Amerikaanse psychiater goede verbeteringen gemeld door behandeling met vlasolie (bevat Omega 3).
http://gezondheid.infoblog.be/
Visolie
De omega 3 vetzuren uit uit vis EPA (eicosapentaeenzuur) en DHA (docosahexaeenzuur) blijken uit een groeiend aantal verschillende soorten onderzoek bescherming te bieden tegen:
hoge bloeddruk, hartritmestoornissen, emotionele instabiliteit,
aandoeningen van de luchtwegen, prostaatkanker, de ziekte van Alzheimer,
Vermoedelijk komt dit doordat de hedendaagse voeding anders te veel omega 6 vetzuren (linolzuur) en arachidonzuur bevat t.o.v. de W 3 vetzuren (alfalinoleenzuur, DHA en EPA) wat de onstekingsprocessen, de bloedstolling en de samenstelling van de celwanden kan verstoren. Met hoge doses EPA visolie kunnen o.a. de volgende aandoeningen worden verlicht (dus niet genezen)
Reumatische artritis Nierziekten. Bij patiënten met IgA nefropathie kon met visolie het verlies van de nierfunctie worden vertraagd.
De ziekte van Crohn. Psychische stoornissen zoals depressiviteit, schizofrenie, borderline, agressiviteit COPD (chronische bronchitis en longemfyseem)
Er bestaan verschillende soorten en kwaliteiten EPA visoliecapsules met verschillende verhoudingen tussen het vetzuur EPA (eicosapentaeenzuur) en DHA (docosahexaeenzuur). Van het nut van EPA is meer bekend dan van DHA met name op het gebied van hart- en bloedvaten en voor emotionele stabiliteit.Ook lijken hoge doses EPA veiliger te zijn dan hoge doses van het meest onverzadigde vetzuur DHA. Wel bestaan er sterke aanwijzingen dat DHA een belangrijke voedingsstof is voor de hersenen van zuigelingen en van oude mensen.
Haring, makreel en zalm zijn goede voedingsbronnen van deze vetzuren.
Studies over en met visolie:
Visolie en lichaamsbeweging: Men bestudeerde het gezamelijke en afzonderlijke effect van lichaamsbeweging en visoliecapsules op het gewicht en op meetbare risicofactoren van hart- en vaatziektes van 80 proefpersonen. Deze mensen hadden last van overgewicht en van één of meer van het volgende: hoge bloeddruk, verhoogd plasma triacylglycerol en verhoogd cholesterol (>5,5). De proefpersonen werden in vier groepen verdeeld . Groep één kreeg visoliecapsules met 1900mg EPA+DHA per dag, groep twee kreeg alleen zonnebloemoliecapsules (de placebogroep), Groep drie kreeg de visolie met de opdracht 3 x per week 3 kwartier te wandelen en de laatste groep kreeg de placebo- zonnebloemoliecapsules + deze lichaamsbeweging. Bij het begin van het onderzoek en na 6 en 12 weken werden o.a. de genoemde vetzuren gemeten alsmede de bloeddruk, het vetgehalte en de werking van de bloedvaten.
Het bleek dat de visolie een gunstige invloed had op het triacylglycerol (-14% t.o.v. +5% placebo), het hdh-cholesterol (+10% t.o.v +3% placebo). De lichaamsbeweging had hierop geen invloed. Er werd geen effect gemeten op de bloeddruk, wel was er een duidelijke verbetering door de visolie van de werking van de bloedvaten (verminderde endotheeldysfunctie) en zowel de visolie als de lichaamsbeweging had een daling van het percentage lichaamsvet tot gevolg.( Am J Clinical Nutrition, 2007)
EPA gunstig voor de bloedvaten: ook in een ander onderzoek mat men een gunstig effect van het visvetzuur EPA op de bloedvaten. De proefpersonen kregen twee maal een maaltijd met veel vet. Bij de helft was 5 gram van de zonnebloemolie vervangen door EPA. Na drie uur en na zes uur werd oa. de elasticiteit van de bloedvaten gemeten. Bij de tweede meting was deze beter in de groep die de EPA had gekregen dan in de controlegroep. Ook hier mat men geen verschil in de bloeddruk.( The Journal of Nutrition)
Andere voedingsstoffen - met de maaltijd ingenomen - die gunstig zijn voor de bloedvaten zijn alfa-liponzuur, vitamine C en E, polyfenolen en magnesium. Ook heeft lichaamsbeweging drie uur na de maaltijd een gunstig effect.
COPD en omega-3 vetzuren: Chronische bronchitis en longemfyseem worden tegenwoordig COPD (chronisch obstructieve longziekte) genoemd. COPD wordt gekenmerkt door chronische ontstekingen. Omdat van de omega-3 vetzuren uit vis bekend zijn dat ze ontstekingsremmende eigenschappen bezitten werd het volgende onderzoek uitgevoerd onder 64 COPD patiënten. Men diende elke dag een met omega-3 of omega-6 (linolzuur) vetzuren verrijkt drankje te nuttigen. Na twee jaar bleek dat degenen die de omega-3 vetzuren gekregen hadden er op vooruit gegaan waren. De ademhaling tijdens inspanning was verbeterd en het gehalte ontstekingsstoffen, zoals leukotrienes en interleukine-8 in het bloed en de spuug waren afgenomen. (Chest, 2005) Eerder onderzoek (zie hieronder) vond een sterk verband tussen het veel eten van vis, rijk aan omega-3 vetzuren, en het veel minder vaak voorkomen van chronische bronchitis en emfyseem onder rokers en ex-rokers.
Omega-3 vetzuren en Alzheimer: Diverse onderzoeken hebben duidelijke verbanden gevonden tussen een hoge visconsumptie, rijk aan de omega-3 vetzuren EPA en DHA en een kleinere kans op dementie, met name de ziekte van Alzheimer: Het Rotterdamse ERGO-onderzoek bestudeerde de lichamelijke en geestelijke gezondheid en de vet- en visinname van 7176 55-plussers in 1990 en nog eens in 1993- 1994. Hieruit bleek dat een hoge consumptie van -met name verzadigd- vet leidde tot een grotere kans op dementie in het algemeen en vasculaire dementie in het bijzonder. (Dementie is hier onderverdeeld in vasculaire oftewel aderverkalking en de ziekte van Alzheimer.) Het eten van vis verlaagde, volgens de onderzoekers, de kans op dementie met 60% en op de ziekte van Alzheimer met 70%.. (Voeding, 1998) Tot soortgelijke conclusies voor wat betreft de vetzuren uit vis kwamen ook Franse onderzoekers die de eetgewoonten van 1674 68-plussers uit Zuid-Frankrijk hadden bestudeerd. Na zeven jaar bleek dat de mensen die minstens 1 maal per week vis aten 34% minder risico hadden gelopen dement te worden dan zij die slechts af en toe vis aten. De omega-3 vetzuren die overvloedig in vis voorkomen worden hiervoor verantwoordelijk geacht. Men onderzocht ook een mogelijk verband tussen het eten van vlees en dementie. Men kon hier echter geen duidelijke lijn in ontdekken. De opvallendste bevinding was dat van degenen die nooit vlees aten binnen zeven jaar de helft dement was geworden. De groep was echter te klein om er conclusies aan te verbinden. (British Medical Journal, 2002)
Een derde soortgelijk onderzoek kwam tot vergelijkbare conclusies: 60% minder kans op Alzheimer door regelmatige vis te eten. Het vetzuur docosahexaeenzuur (DHA) biedt, volgens dit onderzoek, meer bescherming dan eicosapentaeenzuur (EPA). (Archives of Neurology, 2003) Bij proefdieren waarbij door toediening van amyloid b Alzheimerverschijnselen waren opgewekt konden deze verschijnselen aanzienlijk worden teruggedrongen door extra DHA in de voeding te geven. (J of Nutrition, 2005)
Het laatste nieuws betreft onderzoek naar hoe het vetzuur DHA (docosahexaeenzuur) bescherming biedt tegen Alzheimer. DHA vermindert, althans in de reageerbuis, de aanmaak van amyloid-beta. Een tweede mechanisme is dat in de hersenen en de ogen van DHA een stof wordt gemaakt die men neuroprotectin D1 heeft genoemd. Deze bouwstof voor de hersenen zorgt ervoor dat neuronen (hersencellen) in leven blijven en niet aangetast worden door schadelijke stoffen als amyloid- beta. Dit blijkt o.a. uit onderzoek van hersenweefsel van overleden Alzheimerpatiënten. "Experts bevelen 200mg-300mg DHA per dag aan - een veel grotere hoeveelheid dan de 60mg-80mg per dag die Amerikanen karakteristiek in hun dieet hebben" (The New York Times News Service, 2005) Omega-3 vetzuren en depressiviteit: Uit diverse studies komt naar voren dat mensen die lijden aan depressies lage gehaltes van de vetzuren uit vis (EPA en DHA) in hun bloed en celmembranen hebben. Dit bleek o.a. uit de Rotterdam Studie. Men vergeleek 264 personen van 60 jaar en ouder die leden aan depressies met 461 mensen zonder symptomen van depressiviteit.Voor mensen waarbij geen artherosclerose (aderverkalking) was vastgesteld (geen verhoogde C-reactive proteïne) gold dat depressieve personen een hoger gehalte omega-6 vetzuren (linolzuur en arachidonzuur) t.o.v. omega -3 vetzuren (EPA,DHA en alfa linoleenzuur) hadden dan niet depressieve personen en lagere gehaltes omega-3 vetzuren. Bij mensen met aderverkalking bestond dit verband niet. Ook de niet-depressieven met dichtslibbende aderen hadden relatief lage omega-3 en hoge omega-6 vetzuren. Hieruit concluderen de onderzoekers dat het verband dat bestaat tussen lage gehaltes omega-3 vetzuren en depressies niet veroorzaakt wordt doordat zij vaker lijden aan artherosclerose en andere ontstekingsziektes maar door een direct effect op het humeur van de vetzuren uit vis. (Am J Clinical Nutrition, 2003)
In een ander onderzoek werd het effect van hoge doses visoliecapsules op zwaar depressieve patiënten bestudeerd. In dit dubbelblind placebogecontroleerd onderzoek kregen de proefpersonen, naast de gebruikelijke therapie, 9,6 gram omega-3 vetzuren per dag of placebo's. Na acht weken bleken degenen die de visolie hadden gekregen zich mentaal veel beter te voelen dan de andere patiënten. (European Neuropsychopharmacology, 2003)
70 langdurig depressieve personen, die al medicijnen (antidepressiva) gebruikten, deden mee aan een Engelse studie waarbij verschillende doses van het omega-3 vetzuur EPA (eicosapentaeenzuur) werd gegeven. Vier onderzoeksgroepen ontvingen gedurende 12 weken respectievelijk 1 gram, 2 gram of 4 gram EPA per dag, dan wel een placebo (nepmiddel). De groep die 1 gram EPA per dag had gekregen deed het duidelijk het beste. Volgens de Hamilton Depression Rating Scale, (een puntensysteem dat aan de hand van een vragenlijst de ernst van een depressie tracht te meten), trad bij 53% van de personen die 1 gram EPA per dag gebruikten minimaal een halvering van de ernst van de klachten op. Bij de placebogroep was dit 29%. (Arch Gen Psychiatry, 2002) Bij dit onderzoek werd gebruik gemaakt van een speciaal bewerkt soort EPA: ethyl-EPA, die in het lichaam van sommige personen wellicht beter wordt opgenomen dan de gewone onbewerkte vorm van dit in vis en visoliepreparaten aanwezige vetzuur. Dat kan van invloed zijn op de dosering.
In een ander (Amerikaans) onderzoek kregen 36 ernstig depressieve personen, (verdeeld in twee groepen) per dag 2 gram DHA (docosahexaeenzuur, een omega-3 vetzuur uit vis) of placebo's. 28% van de mensen in de DHA groep voelden zich na zes weken mentaal in een beter vel steken . Dit was 24% bij de proefpersonen uit de andere onderzoeksgroep. In dit onderzoek werd dus geen noemenswaardig effect van DHA op het humeur gemeten . (Am Journal of Psychiatry, 2003)
Uit de testresultaten van bovenstaande onderzoeken lijkt ons de conclusie gerechtvaardigd dat een tekort aan omega-3 vetzuren een negatief effect kan hebben op de mentale gezondheid en dat extra inname van deze vetzuren bij depressiviteit het humeur positief kan beïnvloeden waarbij het vetzuur EPA de beste perspectieven biedt.
EPA Visolie en borderline stoornis: Mensen die lijden aan de psychische aandoening met de ongelukkige naam borderline persoonlijkheidsstoornis kunnen te kampen hebben met stemmingswisselingen, verlatingsangst, woedeaanvallen, zelfvernietigingsdrang en psychotische verschijnselen. Dertig jonge vrouwen die aan deze ziekte leden en hiervoor op dat moment geen medicijnen ontvingen deden mee aan een dubbelblind onderzoek. Twintig personen kregen een visolie -extract te slikken met 1000mg EPA per dag (het extract bevatte geen DHA); de andere tien kregen placebo's. Tijdens het acht weken durende onderzoek werden geregeld tests uitgevoerd om de agressiviteit en de depressiviteit van de vrouwen te meten. De verminderde agressie en depressie die in beiden groepen optrad was aanmerkelijk groter in de EPA groep dan in de placebogroep. Opmerkelijk was ook dat reeds na twee weken de gemeten agressiviteit in de EPA visolie groep sterk was gedaald terwijl dit in de placebogroep nog constant was gebleven. Nadelige bijwerkingen zijn niet gemeld. (Am J Psychiatry, 2003)
EPA Visolie en schizofrenie: De afgelopen jaren zijn bij schizofreniepatiënten een zestal dubbelblind onderzoeken uitgevoerd met visolie-extracten. Bij de meeste van deze studies werd visolie met een extra hoog EPA en een laag DHA gehalte toegepast. Hoewel het ging om kleinschalige onderzoeken deden bij elkaar toch circa 400 mensen aan deze studies mee. In vier van de zes studies waren bij degenen die de visolie hadden gekregen verbeteringen duidelijk aantoonbaar t.o.v. de placeboslikkers. Zowel wat betreft de zogenaamde positieve symptomen (wanen, hallucinaties) als de negatieve symptomen (apathie, depressiviteit). Het gemeten effect was het grootst bij hen die geen of weinig andere medicatie ontvingen. Wat niet wil zeggen dat EPA visolie zonder meer neuroleptica kan vervangen. Als aanvulling op de reguliere therapie kan EPA visolie van nut zijn. Volgens één onderzoek vermindert het de bijwerkingen van neuroleptica, met name tardieve dyskinesie en kan het de mentale gesteldheid van de patiënten verbeteren. Dit laatste blijkt niet uit alle studies. Twee onderzoeken konden geen noemenswaardige verbeteringen aantonen. Sluitende bewijzen dat een therapie bij een ziekte helpt zijn veel moeilijker te leveren als de patiënten al krachtige medicijnen tegen deze ziekte nemen. Afgezien daarvan zijn er andere mogelijke verklaringen: uit bloedonderzoek bleek dat niet alleen bij de patiënten die de EPA visolie slikten, maar ook bij de placebogebruikers het EPA gehalte was gestegen. Dit duidt er waarschijnlijk op dat veel mensen n.a.v de informatie die ze gekregen hadden en de wetenschap dat ze 50% kans hadden een neppil te slikken te krijgen op eigen gelegenheid vis zijn gaan eten of visoliecapsules zijn gaan slikken. Zoiets verwatert natuurlijk de resultaten. Ook kan de verkeerde doses gegeven zijn. Uit één studie, waarbij 3 verschillende doses EPA visolie-extract gegeven werd (1 gram, 2 gram of 4 gram EPA per dag) bleek dat 2 gram EPA de beste en 4 gram EPA de minste resultaten te zien gaf. Bij de onderzoeken die geen resultaten te zien gaven werd 3 gram EPA per dag gegeven. Wellicht een te hoge dosering. Uit dit alles concluderen we dat EPA visolie bij schizofrenie veelbelovend maar nog experimenteel is. Gezien de afwezigheid van ernstige nadelige bijwerkingen en de vele andere gunstige gevolgen van extra visolie voor de gezondheid zien we geen bezwaar dit experiment aan te gaan en wel in een dosering van 2000mg EPA en DHA bij elkaar opgeteld per dag. Waarbij een hoog EPA gehalte t.o.v. DHA vooralsnog de voorkeur geniet. Omega 3 en grijze massa: Om te kijken of de inname van omega 3 vetzuren in verband staat met de hoeveelheid grijze massa in de hersenen werden 55 personen getest. De mensen werden twee maal geïnterviewd over hun voedingsgewoontes om te bepalen wat de gemiddelde inname van deze vetzuren was. De hoeveelheid grijze massa werd door middel van MRI scans bepaald. Het bleek dat de mensen met een hoge visolie-inname meer grijze massa hadden in het rechter gedeelte van de anterior cingulate cortex, de hippocampus en de amygdala. Deze gebieden zijn o.a. van belang voor emotionele processen. Volgens de onderzoekers kan dit mogelijk de gunstige effecten verklaren van de toediening van visvetzuren op de emotionele stabiliteit en het geheugen. ( Neurosci lett, 2007) Capsules even goed als verse vis: Een groep vrouwen kreeg dagelijks twee porties vis - zalm of tonijn - te eten waardoor ze ongeveer 500mg van de omega-3 vetzuren EPA en DHA per dag binnenkregen. Een andere groep kreeg deze hoeveelheid vetzuren in capsulevorm. Na 16 weken bleek het gehalte van deze vetzuren in de rode bloedcelwanden en het plasma met hetzelfde percentage te zijn gestegen ( 50%). (Am J Clinical Nutrition, 2007) In tegenstelling tot (kweek)zalm bevatten visoliecapsules gelukkig geen digoxines
Visolie en een vegetarisch dieet bij reumatische artritis: Reumapatiënten vinden baat bij een dieet zonder vlees en suppletie met extra visolie. Volgens sommige onderzoekers hebben mensen met reuma baat bij een vegetarisch dieet omdat het minder arachidonzuur bevat. Dit omega-6 vetzuur, dat het lichaam grotendeels zelf maakt van linolzuur, wordt geacht ontstekingen te verergeren terwijl de omega-3 vetzuren uit vis, EPA en DHA, ontstekingsreacties verminderen. In dit onderzoek volgden 30 van de 60 proefpersonen die leden aan reumatische artritis gedurende 8 maanden een vegetarisch dieet en de andere 30 een typisch westers dieet. Tevens kreeg, gedurende de eerste 3 maanden, de helft van iedere groep visoliecapsules te slikken (30mg EPA en DHA per kg gewicht d.w.z. 2100mg voor van 70kg) en de andere helft een placebo. De laatste 3 maanden van het onderzoek kregen degenen die eerst de visolie hadden gekregen de placebocapsules en andersom. Tijdens het placebogebruik bleken de mensen die het vegetarisch dieet hadden gevolgd 14% minder last te hebben van gevoelige en gezwollen gewrichten. Bij het westers dieet was er geen verbetering tijdens het gebruik van de placebo. De inname van visoliecapsules leidde in de vegetarische dieetgroep tot een afname van 28% van gevoelige en van 34% van gezwollen gewrichten. In de westerse dieetgroep waren deze percentages respectievelijk 11% en 22%. Dit beeld werd bevestigd door veranderingen van de concentraties ontstekingsbevorderende stoffen in het bloed (leukotriene, thromboxane, prostaglandine). (Rheumatology, 2003)
GISSI Prevenzione Trial. In dit Italiaanse onderzoek werden 11000 mensen die recentelijk een hartaanval hadden gehad in 4 groepen verdeeld. Eén groep kreeg visoliecapsules te slikken met per dag 1000mg omega-3 vetzuren (EPA+DHA), een tweede groep kreeg 300mg vitamine E per dag, de derde groep beiden en de vierde groep niets. Na 3 ½ jaar werden het aantal hartaanvallen, beroertes en sterftes door hart- en vaatziektes geteld. De vitamine E leek de kans hierop niet te hebben beïnvloed. De extra visolie bleek echter bij deze mensen met een toch al behoorlijk gezond mediterraan dieet de sterfte door hartaanvallen en de sterfte in het algemeen met 20 % te hebben verminderd.Dit kwam voornamelijk door een daling van 45% van het aantal gevallen van dodelijke hartstilstand.
Visolie en plotselinge sterfte: Eerder onderzoek wijst uit dat de lange keten omega 3 vetzuren (EPA en DHA) uit vis een gunstige invloed hebben op het hartritme (zie elders op deze pagina). Ook toonde eerder onderzoek aan dat visoliecapsules bij mensen die een hartinfarct hebben gehad de kans op een plotselinge hartstilstand verkleinen. Nu werd onderzocht of deze vetzuren ook van invloed zijn op de kans plotseling te overlijden aan een hartstilstand bij mensen bij wie nog niet eerder hart- en vaatziekten zijn vastgesteld. In het kader van een grootschalig onderzoek (Physician's Health Study) werd het gehalte omega 3 vetzuren bepaald van het ooit opgeslagen bloed van 94 mannen die plotseling aan een hartstilstand waren gestorven. Dit onderzoek vond ook plaats bij 184 vergelijkbare mannen die geen hartstilstand hadden gehad. Naar gelang het gehalte van deze vetzuren werden vier groepen ingedeeld. Berekend werd dat mensen die in de op één na hoogste groep zaten voor wat betreft het gehalte omega-3 vetzuren 72% minder risico hadden gelopen plotseling te sterven dan personen uit de groep met het laagste gehalte van deze vetzuren. Personen uit de groep met het hoogste gehalte vetzuren hadden 81% minder risico gelopen dan personen in de laagste groep. Geconcludeerd wordt dat de EPA en DHA vetzuren uit vis ook mensen die nooit eerder hartklachten hebben gehad hoogstwaarschijnlijk aanzienlijke bescherming bieden tegen een plotselinge dood door hartstilstand. (The New England Journal of Medicine, 2002) Visolie en het risico op prostaatkanker: In 1967 werd aan Zweedse mannelijke tweelingen van middelbare leeftijd en ouder een vragenlijst voorgelegd. O.a. werd gevraagd of ze zelden of nooit, af en toe, regelmatig of veel vis aten. Na 30 jaar werd van de 6272 mannen nagegaan wie er prostaatkanker hadden gekregen. Dit bleek bij 466 personen het geval van wie er 340 aan waren overleden. Het bleek dat degenen die zelden of nooit vis aten twee tot drie keer meer risico hadden gelopen prostaatkanker te krijgen dan degenen die regelmatig vis aten (de grootste groep). De kans te sterven aan prostaatkanker was in de groep die zelden of nooit vis at zelfs 3,3 keer groter dan in de regelmatig visetende groep mannen. In de groep die aangegeven had af en toe vis te eten kwam 30% meer sterfte door prostaatkanker voor dan bij de regelmatige viseters. Deze cijfers zijn gecorrigeerd voor leeftijd, roken, lichaamsbeweging en andere voedingsgewoontes. Omdat het tweelingen betrof kon men ook bepalen dat genetische factoren geen invloed hebben op de beschermende werking van vis. Omdat in Zweden met name de vette vissoorten zalm, haring en makreel wordt gegeten en omdat bekend is dat EPA (eicosapantaeenzuur), één van de omega 3 vetzuren, tumorgroei bevorderende prostaglandines verlaagt, concluderen de onderzoekers dat de omega-3 vetzuren in vis bescherming bieden tegen prostaatkanker. (The Lancet, 2 juni 2001)
Aanvulling 2006: Enkele recente laboratorium- en dieronderzoeken onderschrijven het belang van de omega-3 vetzuren uit vis bij prostaatkanker. Daarbij is de juiste verhouding tussen de omega-3 en omega-6 vetzuren belangrijk. De omega-6 vetzuren, vooral arachidonzuur, bevorderen tumorgroei en uitzaaiïngen in het beenmerg terwijl EPA en DHA deze stimulering van de tumorcelgroei belemmeren. De verhouding tussen de twee groepen meervoudig onverzadigde vetzuren omega-3 en omega-6 dient volgens één van de onderzoekers 1:2 te zijn (terwijl deze verhouding soms 1:6 is.) (British J of Cancer, 2006; Neoplasia, 2006)
Vis vermindert kans op hartaanval: Van 4000 mensen van boven de 65 werd bijgehouden hoe vaak ze vis aten. Tevens werd gekeken naar de soort vis en de bereidingswijze. Na zeven jaar bleek dat degenen die minstens één keer per week vette, niet gebakken of gefrituurde vis hadden gegeten zoals,zalm, makreel, haring en sardientjes, een 44% lager risico hadden gelopen te sterven aan een hartaanval. Het eten van gebakken vis bleek de kans op een fatale hartaanval niet te verkleinen. Het eten van vette vis kwam overeen met een hoger gehalte in het lichaam van omega 3 vetzuren. Volgens de onderzoekers verminderen deze vetzuren hartritmestoornissen die een belangrijke oorzaak zijn van plotselinge dodelijke hartaanvallen. Het is niet geheel duidelijk waarom gebakken vis deze bescherming niet biedt. De soort vis die doorgaans gebakken wordt bevat veel minder omega 3 vetzuren dan vette vis maar door verhitting op hoge temperaturen zouden deze vetzuren juist kunnen veranderen in schadelijke stoffen. (CBS Healthwatch, 2001)
Omega-3 vetzuren mogelijk goed voor de botten: De botdichtheid en het gehalte omega-3 vetzuren van 78 jonge mannen werd gemeten op 16 en op 22 jarige leeftijd. Er bleek een sterk verband te zijn tussen het gehalte van deze vetzuren, met name DHA, en de botdichtheid. Uit dierproeven blijkt dezelfde relatie. De verklaring die wordt gegeven is dat omega-6 vetzuren (linolzuur) indirect botafbraak bevorderen en de omega-3 vetzuren dit niet doen. De verhouding tussen deze twee soorten meervoudig onverzadigde vetzuren zou dus van belang moeten zijn.
(http://www.ajcn.org/cgi/content/full/85/3/803?ijkey=a1990267e43d02e1862a...) (http://www.ajcn.org/cgi/content/full/85/3/647)
Vis ook goed voor de ogen: Uit een onderzoek onder 3500 mensen van 49 jaar en ouder blijkt dat het af en toe eten van vis bescherming biedt tegen degeneratie van de macula bij ouderen, een oorzaak van blindheid op latere leeftijd. Degenen die één keer per week vis aten hadden 50% minder risico gelopen op deze ziekte dan degenen die minder dan één keer per maand vis hadden gegeten. Vaker vis eten bood geen extra bescherming. Vermoedelijk omdat bij een hoge consumptie van vis of visoliecapsules een vitamine E tekort kan ontstaan en deze vitamine ook van belang is voor de gezondheid van de ogen. De omega-3 vetzuren (EPA en DHA) zijn volgens de onderzoekers ook in dit opzicht het belangrijkste ingrediënt van vis aangezien de ogen deze vetzuren bevatten (Archives of Ophthalmology, 2000)
Visolie versus lijnzaadolie: Van het eten van vis en het slikken van visoliecapsules zijn veel gunstige effecten bekend. O.a. zijn bewezen de positieve invloed op hart- en vaatziekten, reuma, aandoeningen van de luchtwegen en nierziekten. Ook zijn er sterke aanwijzingen dat visolie bescherming biedt tegen hart- en vaatziekten, kanker, Alzheimer en luchtwegaandoeningen. Tot de soort vetzuren die voor de gunstige werking van visolie verantwoordelijk zijn behoort ook alfa linoleenzuur. Om deze reden wordt vaak lijnzaadolie, dat rijk is aan alfa linoleenzuur, als alternatief voor visolie aanbevolen. Uit het volgende onderzoek blijkt dat niet zonder meer kan worden aangenomen dat lijnzaadolie even goed is. Vijftig mensen werden in drie groepen verdeeld. Eén groep kreeg een dieet rijk aan olijfolie, één groep een dieet met 6,8 gram alfa linoleenzuur per dag en de derde groep kreeg hoge doses visolie capsules. Hierna werd het effect op de samenklontering van bloedplaatjes gemeten. Alleen de visolie bleek dit gunstig te beïnvloeden. De samenklontering van bloedplaatjes die nodig is voor wondheling werd er niet door beïnvloed. (Br. J. Nutr. 99)
EPA visolie en warfarine: De regulering van de omega 3 vetzuren EPA en DHA uit vis op de samenklontering van bloedplaatjes die o.a. uit bovenstaande onderzoek blijkt werpt de vraag op of visolie wel veilig gebruikt kan worden samen met bloedverdunnende medicijnen. Uit een onderzoek onder mensen die het bloedverdunnende medicijn warfarine gebruiken bleek dat extra EPA visolie (3 of 6 capsules per dag) geen verdere bloedverdunning tot gevolg had. EPA visolie kan dus zonder gevaar samen met warfarine gebruikt worden. (J. Thromb. Thrombolysis,1998)
Visolie, arginine en chemotherapie bij honden met kanker: 32 honden met lymfoma (non-Hodgkin) kregen een dieet met extra visolie en l-arginine of met extra sojaolie. Ook kregen ze chemokuren met doxorubicine. Het bleek dat de honden die het dieet met visolie en l-arginine hadden gekregen het beter deden. De kanker bleef langer weg en ze leefden langer. De onderzoekers schrijven het gunstige effect met name toe aan een verhoging van het lichaamsgehalte van de omega 3 vetzuren EPA en DHA. Dit kan, volgens hen, bij zowel mens als dier, de effectiviteit van chemotherapy vergroten en de uitzaaiïng van kanker vertragen. (Cancer, 2000)
EPA-visolie en de ziekte van Crohn: 78 mensen met de ziekte van Crohn die in de remissiefase verkeerden (grotendeels klachtenvrij) kregen EPA-visolie capsules of placebos. Na een jaar waren 41% van de visoliegebruikers weer ziek geworden t.o.v. 74% van de placebogroep. De ontstekingsremmende werking, zoals aangetoond door bloedonderzoek, was vermoedelijk verantwoordelijk voor het gunstige effekt van de visolie. De dagelijkse dosis was meer dan 2000mg EPA+DHA per dag en de capsules waren van een maagsapresistente coating voorzien. (Ortho Abstracts, 1998) Omega 3 vetzuren en manische depressiviteit: Dertig mensen die leden aan manische depressiviteit kregen, naast de bestaande therapiën, hoge doses EPA visolie capsules of placebocapsules met olijfolie te slikken. Gekozen was voor een zeer hoge dagelijkse dosis, om niet het risico te lopen te weinig te geven en visolie bijzonder veilig is. De patiënten die de visolie hadden gekregen vertoonden minder manische en , vooral, minder depressieve symptomen dan de anderen en de periode dat ze weinig klachten hadden duurde langer. (Archives of General Psychiatry, 1999) Jammer genoeg moest na vier maanden het onderzoek worden stopgezet vanwege gebrek aan visoliecapsules anders had men een grotere groep kunnen behandelen en waren de resultaten wellicht nog opmerkelijker. Het duurt tamelijk lang voordat EPA visolie het functioneren van de hersenen verbetert. De vetzuren moeten geleidelijk opgenomen worden in de celwanden.
W -3 vetzuren en luchtwegaandoeningen: EPA en DHA vetzuren, de zogenaamde omega 3 vetzuren die in vis voorkomen, hebben waarschijnlijk een beschermende werking tegen luchtwegaandoeningen die veel bij rokers en ex-rokers voorkomen. Aan de hand van een voedselfrequentie vragenlijst werd van 8960 rokers en ex-rokers geschat wat de inname van deze vetzuren was. Bij degenen bij wie dit het hoogst was (gemiddeld 4 keer per week vis ) kwam 66% minder emfyseem en 41% minder chronische bronchitis voor dan bij degenen die slechts 1 keer in de 2 weken vis aten. (Ned.Tijds. Diëtisten, 1995) W-3 vetzuren en hartziekten: Aan 55 patiënten die een hartinfarct hadden gehad werd 5,2 gram EPA visolie capsules of een placebo met olijfolie gegeven. De visoliegroep had na twee jaar 29% minder nieuwe hartaandoeningen. Met name de hartslagvariabiliteit was beter wat een kleinere kans op hartaritmieën en hartstilstand zou geven. (Ortho, 1996)
Bloeddruk en vetzuurgehaltes: Twee groepen Bantu dorpelingen uit niet ver van elkaar gelegen dorpen in Tanzania werden met elkaar vergeleken wat betreft dieet en risicofaktoren van hart- en vaatziekten. Eén van de twee dorpen ligt aan een meer. In dit dorp wordt veel vis gegeten. In het andere dorp eet men vegetarisch. De mensen in het visetende dorp hebben meer omega -3 vetzuren (EPA en DHA) in hun voeding en hun bloed dan de vegetarische dorpelingen. Dit is de reden, volgens de onderzoekers, dat zij een lagere bloeddruk hebben - met veel minder mensen met hoge bloeddruk - en gunstigere vetzuurgehaltes (triglyceriden, cholesterol en lipoproteina) dan de vegetarische dorpelingen. Alleen wat betreft de ldl/hdl-ratio was er geen verschil.
Het belang van deze studie in samenhang met eerdere studies over de hartbeschermende werking van vis en visolie is dat het aantoont dat het al dan niet eten van vlees niet van invloed is geweest op de resultaten van deze en eerdere studies net zo min als erfelijke factoren. (The Lancet, 21 sept. 1996)
http://www.vita-send.nl/
Welke bron van omega-3-vetzuren kan ik het beste gebruiken – visolie of lijnzaadolie?
Visolie is een betere bron van omega-3-vetzuren dan lijnzaadolie. Het omega-3-vetzuur ALA dat in lijnzaadolie voorkomt moet namelijk door het lichaam nog worden omgezet in de werkzame omega 3’s, EPA en DHA. Deze omzetting verloopt erg traag en volgens onderzoeken wordt ALA voor maar 2-10% omgezet in EPA en DHA, bij mensen met een optimale gezondheid. Visolie levert EPA en DHA in hun kant-en-klaar vorm. Door een aantal studies is inmiddels aangetoond dat zowel de borstvoeding van vegetarische moeders, als het bloed van hun pasgeboren baby’s, lage EPA en DHA gehaltes bevatten. Vooral DHA wordt in zeer minieme concentraties gevonden. Dit zou een nadeel kunnen zijn omdat DHA nodig is voor de groei en ontwikkeling van de hersenen, ogen en zenuwstelsel.
http://www.efamol.nl/
Algen
Superieure Fosfolipiden vorm
DHA is een zeer belangrijk omega-3 vetzuur en is één van de twee belangrijke vetzuren die visolie zo gezond maken. DHA uit algen heeft echter een andere structuur, de fosfolipiden vorm, waardoor algen DHA beter door het lichaam wordt opgenomen en beter door het lichaam kan worden gebruikt. De omega-3 vetzuren in visolie hebben de triglyceriden vorm en slechts een zeer klein percentage fosfolipiden. Hoewel ook deze triglyceriden vorm erg gezond is, kan het niet op tegen de superieure fosfolipiden vorm. Algenolie bevat een veel groter percentage van deze omega-3 fosfolipiden dan visolie.
Omega-3 vetzuren in visolie
Visolie wordt door een groot aantal mensen gebruikt om zijn positieve invloed op de gezondheid. De omega-3 vetzuren EPA en DHA worden echter niet door vissen zelf aangemaakt. Zij vergaren deze gezonde vetzuren door het eten van algen (plankton) of door het eten van kleine zeediertjes die van algen leven. De bron van alle EPA en DHA omega-3 vetzuren in visolie zijn dus algen. Algen bevatten, in vergelijking met visolie, een hoog percentage omega-3 vetzuren in de fosfolipiden vorm. Wanneer vissen deze fosfolipiden verteren worden zij omgezet in triglyceriden, een vorm die weliswaar nog zeer gezond is, maar een minder sterke werking heeft dan de oorspronkelijke omega-3 fosfolipiden. Algenolie is daarom een zeer hoogwaardige bron van omega-3 vetzuren.
Van nature vrij van verontreiniging
Omdat algen aan het begin van de voedselketen staan bevatten zij geen verontreinigingen zoals zware metalen als kwik en dioxinen en PCB's. Hoge kwaliteit visolie, zoals in ons assortiment, is tevens vrij van deze verontreinigingen door de visolie sterk te zuiveren. Algenolie is echter zo zuiver en vrij van verontreinigingen dat deze sterke zuivering overbodig is. Algenolie is van nature vrij van verontreinigingen.
Algenolie beter dan lijnzaadolie
Veel vegetariërs gebruiken lijnzaadolie, vloeibaar of in capsules, maar de werkzaamheid van lijnzaadolie is veel minder sterk dan dat van algenolie. Algenolie bevat al de omega-3 vetzuren die zo goed zijn voor het lichaam, lijnzaadolie dient eerst te worden omgezet.
http://www.smeetsengraas.nl/
Diverse informatie over voeding
Goede darmflora geeft extra weerstand.
70 % van de weerstand wordt bepaald in de darmen.
Natuurtherapeuten gaan er van uit dat ruim 70 % van de immuniteit, ofwel de natuurlijke weerstand, bepaald wordt in de darmen. We zijn ons daar niet bewust van, wellicht omdat we onze darmen niet kunnen zien of ervaren. Bij weerstand denken we meer aan de neus-, keel- en luchtwegen. En toch komen we via ons maagdarmkanaal het meest in kontakt met de buitenwereld. Het oppervlak van het maagdarmkanaal is vele malen groter dan dat van de huid en de longen tezamen. Om dit alles te beschermen tegen indringers, zoals ziekteverwekkende bacteriën, is onze afweer nodig. Deze wordt bepaald door o.a. de witte bloedlichaampjes. Gelukkig krijgen we daarbij hulp van bacteriën, die ons geen kwaad doen, maar zelfs nuttig zijn. Alle darmbacteriën samen noemen we de darmflora. De verhouding tussen potentieel ziekteverwekkende- en goede bacteriën bepaalt of onze darmflora de weerstand verhoogt of niet.
Noodzaak goede darmflora.
Tientallen jaren is het belang van de darmflora onderschat. Via eenzijdige voeding en het gebruik van antibiotica krijgen op den duur de verkeerde bacteriën ( rottings- en gistingsbacteriën ) de overhand. Het gevolg is een opgeblazen gevoel, winderigheid en een slechte stoelgang. Erger is dat we ook nog stofwisselingsresten van deze rottingsbacteriën binnen krijgen en dat schaadt de gezondheid. Dit kan voorkomen worden door de nuttige bacteriën, vooral Acidophilus-, Bifidum- en melkzuurbacteriën te stimuleren. Deze nuttige bacteriën zijn van nature altijd aanwezig, maar moeten in hun groei gestimuleerd worden. Acidophilus-, Bifidum- en melkzuurbacteriën hebben de volgende positieve invloed:
1. ze produceren B-vitamines en vitamine K
2. ze produceren stoffen die de darmen aktief houden
3. ze verbeteren de opname van een aantal mineralen zoals calcium
4. ze kunnen, wanneer ze voldoende in hun groei gestimuleerd worden, de ongewenste bacteriën afremmen.
Voeding kan darmflora verbeteren.
Via de voeding kan de darmflora gezond gehouden worden en positief beïnvloed. Enerzijds door voor de goede bacteriën een goede omgeving en voedingsbodem te creëren zodat ze sterker kunnen groeien dan de ongunstige, anderzijds door gunstige bacteriën in te nemen. In het laatste geval spreken we van probiotica, in het eerste van probiotica. Er zijn ook preparaten waarin pro- en prebiotica gecombineerd zijn, dit wordt een synbioticum genoemd.
Probiotica.
Probiotica zijn levende micro-organismen die zich in het darmkanaal vestigen en de darmflora weer in het natuurlijke evenwicht terugbrengen. Deze bacteriestammen moeten maagsap en galresistent zijn om deze twee natuurlijke barrières te kunnen passeren. Van leveranciers mag verwacht worden dat dit het geval is. Een ander zwak punt van probiotica kan zijn dat de bacteriën niet meer zo levensvatbaar zijn bij inname. Met andere woorden bij de produktie van het produkt waren er vele miljoenen gunstige bacteriën aanwezig, maar is dat nog het geval na weken of maanden verblijf van het produkt in een warme omgeving. Zeker bij kamertemperatuur kunnen de bacteriën soms snel verloren gaan. De kwaliteit is dus van groot belang voor de werkzaamheid. Vraag de leverancier hiernaar. Probiotica zijn zeer populair geworden waarvan Mona Vifit, Yakult (helaas met suiker en smaakstof) en vele ander supermarktprodukten mede verantwoordelijk zijn. Biogarde yoghurt en drinks zijn zeker aan te raden mits zonder suiker en additieven. Deze produkten zijn goed te gebruiken om de darmflora te onderhouden. Om de darmflora gericht te verbeteren zijn er produkten in capsule of poedervorm, met speciale bacteriestammen zijn o.a. verkrijgbaar bij Essential Organics (Probionte), Orthica en Vitals. Van oudsher bekend is het produkt Symbioflor.
Prebiotica.
De darmflora dient dagelijks te beschikken over een goede voeding. Belangrijke voeding voor de goede bacteriën zijn voedingsvezels, inclusief slecht verteerbare zetmeelfracties, niet verteerbare koolhydraten (bv. oligi-fructose en inuline) en stoffen zoals suikeralcoholen. Door onze huidige voedingswijze krijgen de goede darmbacteriën minder voeding dan enkele tientallen jaren geleden. Volkoren voeding, groente, fruit, peulvruchten, haver zijn de voornaamste leveranciers van deze stoffen. Het lijkt er dan ook op dat suppletie op dit gebied noodzakelijk wordt, zeker in periodes waarin we de darmflora willen herstellen. Als we wel extra goede bacteriën toevoeren, maar deze bacteriën onvoldoende voeding geven om zich te handhaven in de darmen, dan zal er op den duur geen herstel plaatsvinden. Het gaat er om dat de goede bacteriën zich nestelen ofwel koloniseren en vervolgens handhaven door zich steeds weer te kunnen vermenigvuldigen. Dit kan alleen bij een regelmatige toevoer van prebiotica. De meest bekende prebiotica zijn oligo-fructose en inuline uit cichorei. Door dagelijks oligo-fructose te eten is gebleken dat de van nature aanwezige Bifidum- en Acidophilus-bacteriën worden gestimuleerd. Het is een keten van vruchtensuiker(=fructose) moleculen, die niet door onze spijsverteringsenzymen kan worden gesplitst en daardoor onveranderd in de dikke darm terecht komt, waar oligo-fructose als voeding dient voor Acidophilus en Bifidum- bacteriën.
Praktische aanwijzingen.
Een combinatie van een pro- en een prebioticum is altijd het beste. Gelet moet worden op suiker en overmatig eiwit in de voeding. Als de darmflora verstoord is, en dus verkeerde darmbacteriën de overhand hebben, moeten we juist deze bacteriën afremmen in hun groei. Een te overdadige voeding, wat suiker en eiwit betreft, stimuleert de verkeerde bacteriën, zoals Candida. Volg een natuurvoedingsdieet.
- Probiotica: zeker aan te raden na een antibiotica-kuur, bij een verstoorde darmflora en bij Candida. Let op de levensvatbaarheid op het moment van gebruik. Probiotica moeten na openen altijd in de koelkast bewaard worden. Combinatie met een prebioticum is wenselijk.
- Prebiotica. Voor herstel van de darmflora ongeveer 8 gram oligofructose per dag, voor onderhoud naast een goed volwaardig natuurvoedingsdieet ongeveer 4 gram per dag.
- Synbiotica. Combinatiepreparaten die de juiste bacteriën bevatten en de groei bevorderen verdienen de voorkeur. Om de zuurwaarde, ofwel pH, in de darmen gunstig te beïnvloeden, kan BroodDrank gunstig zijn. Omdat Brooddrank ook levensvatbare melkzuurbacteriën bevat is het een goed middel. Herstel van de darmflora is bij onderzoek vastgesteld, zeker ook wanneer gebrek aan vitaliteit een belangrijk verschijnsel is bij de patiënt. Als de stoelgang niet goed funktioneert en dus extra voedingsvezels nodig zijn is Colon Clean aan te bevelen. Het bevat psylliumvezels die de stoelgang soepel maken, oligo-fructose en Acidophilus -bacteriën. Sinds kort is er een vernieuwd Budwig-papje, Lynolax-ontbijt (verkrijgbaar bij reform- en natuurvoedingswinkels), waarin naast lijnzaad, havervlokken o.a. oligo-fructose aanwezig is. Het lijkt me een goed ontbijt omdat het de darmflora en de darmwerking tegelijkertijd aanpakt. Lijnzaad bevat unieke omega-3-vetzuren die een veelzijdige werking hebben. Dr. J. Budwig beval dit type ontbijt met lijnzaad en lijnzaadolie aan voor kankerpatiënten. Lijnzaad is een oeroud gewas met velerlei toepassingen. Ook in de natuurvoedingstherapie hoort lijnzaad en zeker de lijnzaadolie thuis.
ir Th. van Rooij, voedingskundige
Nadelen van het gebruik van zuivelproducten
Eigenlijk is het vreemd dat mensen koemelk gebruiken, want de samenstelling van koemelk is geschikt voor kalveren en niet voor mensen. Het is ook merkwaardig dat mensen na de tijd dat ze alleen drinken, dus de eerste zes maanden van hun leven, nog koemelk blijven gebruiken. Koemelk is een goedkope bron van eiwitten, vitamines en mineralen (vooral calcium en fosfor, maar geen magnesium!). De melkvetten bevatten echter in vet oplosbare gifstoffen zoals PCB's, DDT, dioxines, e.d. Deze stoffen worden opgeslagen in het lichaam. Gaat het meisje later als moeder borstvoeding geven en ze gebruikt niet voldoende vetten, dan worden deze vetten gebruikt voor de bereiding van moedermelk. De baby krijgt dan moedermelk met gifstoffen. Daarom zouden meisjes van de peuterleeftijd karnemelk (0,5% vet, dus weinig in vet opgeloste gifstoffen) moeten drinken. De aanwezigheid van giftige en zelfs kankerverwekkende stoffen in de melkvetten zouden - naast het vooral op jonge leeftijd langdurig gebruik van de anticonceptiepil - wel eens een belangrijke oorzaak kunnen zijn van het veelvuldig voorkomen van borstkanker in ons land, het hoogste percentage ter wereld. Eigenlijk zou men uitsluitend magere of eventueel halfvolle biologische of biologisch-dynamische melk moeten nuttigen omdat deze zuiverder is en meer mineralen bevat. Grasland dat alleen kunstmest (met weinig mineralen) krijgt, wordt op den duur mineralenarm; het gras en de melk daardoor ook. Grasland dat bemest wordt, krijgt veel mineralen; het gras en de melk daarvan zijn dan ook rijk aan mineralen. Overmatig melkgebruik belast het immuunsysteem, waardoor de afweer tegen ziekteverwekkers afneemt. De overmaat aan eiwitten uit de melk wordt afgezet in de wanden van de bloedvaten, hetgeen bijdraagt aan het ontstaan van hoge bloeddruk en verdikking van het lymfevocht veroorzaakt; daardoor ontstaat lymfestuwing en kan het lichaam niet goed ontgift en ontzuurd worden. Veel mensen, met name kleine kinderen, zijn allergisch voor koemelk. Dit alles heeft er toe geleid dat de reclameslogan van het zuivelbureau 'Melk is goed voor elk' van de reclamecodecommissie niet meer gebruikt mag worden. Een goed algemeen advies over het gebruik van zuivelproducten luidt: Beperkt gebruik van zuivelproducten: alleen magere, zure zuivelproducten zoals biologische karnemelk, Yomio (= biologisch-dynamische yoghurt met rechtsdraaiende melkzuur), eventueel Biogarde en Biogarde drink, kwark en niet te vette kaas. Per dag één glas karnemelk, één boterham met kaas en één yoghurt- toetje. Melk is een slecht middel tegen osteoporose / botontkalking Wanneer men met bovenstaand advies bang is dat men kalk te kort komt, is het goed dat men zich realiseert dat er nog vele andere kalkbronnen zijn zoals sesamzaad (bevat het meeste kalk van alle voedingsmiddelen) en sesamzaadpasta (= TAHIN, dat ook zeer rijk is aan magnesium, ijzer en selenium!), thee (minder slecht dan koffie!), noten (amandelen, hazelnoten en walnoten), boerenkool, sojabonen en kikkererwten. De kalk (= calcium) uit melk wordt trouwens slecht opgenomen. De verhouding tussen de mineralen calcium, fosfor en magnesium in melk is niet goed: te veel fosfor en geen magnesium. Bij osteopose speelt magnesiumtekort een belangrijke rol.
L.P. Huijsen, arts voor natuurgeneeswijze
Is alcohol verwerpelijk of niet?
Nu een verhaal over een heet hangijzer, namelijk het gebruik van alcohol. Is het gebruik van alcohol zinvol, is het verwerpelijk, kortom, vragen en nog eens vragen. Je ziet posters waarop staat: Alcohol maakt meer kapot dan je lief is..... Goeie poster, want dom gedrink kan inderdaad veel ontwrichten, en als verkeersdeelnemer kun je maar beter helemaal de alcohol laten staan. Over alcohol is heel veel geschreven, onderzoek gedaan en de voor en tegens lijken een beetje op de manier waarop mensen van verschillende kerkgenootschappen elkaar de eeuwige verdoemenis voor ogen hielden, althans in vroeger tijd. Laten we beginnen te zeggen dat alcoholgebruik wellicht zo oud is als de mensheid. In het oude testament van de Bijbel kan je lezen dat Noach, nadat de zondvloed een einde had genomen, een wijngaard plantte. Enige tijd verder in dat verhaal blijkt dat Noach behoorlijk in het glaasje gekeken te hebben, want hij is dronken. Dit feit heeft een diepere, meer geestelijke achtergrond en hoeft ons geen vrijbrief tot ordinaire dronkenschap te geven. Het zegt wel iets over het feit dat alcohol een geestverruimend middel is, waardoor de mens in een andere "zinsfase" kan geraken. Recent is gebleken, naar aanleiding van een langdurig wetenschappelijk onderzoek, dat het drinken van gedistilleerd het leven bekort. Bier blijkt noch positief, noch negatief te werken, bij normaal gebruik, maar rode wijn met name Bordeaux blijkt een positieve uitwerking op de menselijke gezondheid te hebben. In dat scandinavische onderzoek komt tot uiting dat 2 glazen wijn per dag, een zeer heilzame uitwerking heeft. Zeg ik er wel bij voor wie het verdraagt, want er zijn mensen die na het drinken van één glas wijn al vervelend voor zichzelf worden. Hoe komt het nu dat rode wijn heilzaam kan zijn? Wel, in de rode wijn bevinden zich stoffen die tot de groep van de zogenaamde pro-cyaniden behoren. Die pro-cyaniden zijn stoffen die veel overeenkomst vertonen met vitamine C en vitamine E. Vitamine C en vitamine E beschermen de lichaamscellen en met name de membraan van de cellen tegen een te veel aan oxydatie. Oxydatie komt niet alleen voor bij een ijzeren tuinhek dat immers gaat roesten, want roesten is een vorm van oxydatie, maar oxydatie komt ook voor bij alle lichaamsweefsels en cellen. In dat geval worden de uiterst gevoelige eiwitstructuren, waaruit zo'n celmembraan is opgebouwd, kapot gemaakt door verkeerde zuurstofverbindingen of andere agressief werkende stoffen, de zogenaamde vrije radikalen. Die pro-cyaniden zoals ze aanwezig zijn in rode Bordeaux, vangen als het ware die verkeerde zuurstofverbindingen weg, waardoor de celmembraan minder beschadigd wordt. Dat het drinken van rode wijn zoals uit het onderzoek blijkt, een levensverlengende functie heeft, berust dus niet op een fabeltje. Zelfs in het nieuwe testament van de Bijbel kunnen we lezen dat de apostel Paulus zegt: Een weinig wijn is goed voor de maag. Nog een interessant aspect: waar komen in Frankrijk de meeste 100 jarige voor? Wel, in de streeks rond Bordeaux. Zo'n gegeven moet u niet aangrijpen om het nu maar op een zuipen te zetten, integendeel.
Het is met alcohol net als met snoep, koffie en chocolade: Weet wat je doet. Wijn blijkt dus zinvol, mits..... En dat mits bepaalt uzelf. Dat is het zelf kunnen stellen van grenzen. Met dit verhaal wilde ik u vertellen dat zwart/wit denken ook ten aanzien van alcohol met name de rode wijn, nooit zinvol is. Het is de maat der dingen, die ook ten aanzien van zaken die het genot betreffen, uiteindelijk de mate van genieten bepaalt. Een borrel hoeft niet. Een glas rode wijn is een heelmeester uit de natuur, vanouds geweten.
Jaap Huibers
http://www.natuurlijk-welzijn.org/
Natuurgeneeskunde en voeding
Natuurgeneeskunde en voeding / voeding binnen de natuurgeneeskunde
Het belang van goede voeding
De grote vraag is altijd: wat is goed voor mij en hoe kan ik dat beoordelen? In eerste instantie is het nodig naar het lichaam te luisteren. Is het eten lekker, hoe voel je je na de maaltijd, hoe is de spijsvertering en de stoelgang? De zintuigen en onze organen zijn onze belangrijkste hulpmiddelen en ze geven vaak duidelijke signalen. Bij de anamnese in een natuurgeneeskundig consult gaat de therapeut uitgebreid op dit soort vragen in. Bedenk wel dat voedsel de brandstof is die onze 'motor' draaiende houdt. Het geeft energie, levert bouwstoffen, zorgt dat we optimaal functioneren en bevordert herstel. Maar eten is ook plezierig en vormt een belangrijk onderdeel van ons sociale leven. Terwijl in grote gebieden op de wereld mensen met moeite wat eten kunnen bemachtigen om in leven te blijven, zitten wij met een tegenovergesteld probleem. In de welvarende landen is er mede door het aanbod een ongekende luxe ontstaan, waaraan we maar al te snel gewend zijn geraakt. Onze eetgewoonten zijn meer een 'sociaal culinair gebeuren' geworden in plaats van wat het zou moeten zijn: een uitgebalanceerde voeding voor een gezonde levenswijze. Een gezonde trek, de natuurlijke stimulans om te eten, is verdrongen door gewoontes. De voeding die we dagelijks tot ons nemen kan een aantal ernstige ziekten veroorzaken, waarvan hart- en vaatziekten, overgewicht, verschillende soorten kanker en spijsverteringsstoornissen de koplopers zijn. Ze worden niet voor niets 'welvaartsziekten' genoemd. De slechte westerse eetgewoonten hangen nauw samen met de voortgang van onze productie- en consumptiemaatschappij. Tijdens de vorige eeuwwisseling heeft een grotere welvaart geleid tot het eten van fabrieksmatig vervaardigd voedsel (dat toen als 'luxe' werd beschouwd), met hoge percentages vetten en suiker. In dezelfde tijd was een dalende lijn te zien in het gebruik van de natuurlijke voeding, die voornamelijk rechtstreeks van boeren en landbouwers werd betrokken. Natuurlijk had ook de voedselindustrie voordelen: de producten waren schoon, betrouwbaar en vrijwel overal verkrijgbaar, maar dat leidde in latere jaren, zoals we zelf kunnen constateren, tot overdadig gevulde supermarkten. Door de vele publicaties die ons dagelijks onder ogen komen, weten we dat ongezond eten allerlei onaangename consequenties met zich meebrengt. Een eenzijdig dieet kan nare kwalen veroorzaken, waarvan stress en zenuwaandoeningen slechts voorbeelden zijn. De kans op een allergie, speciaal voor bepaalde ingrediënten in de voeding, is niet uitgesloten en zowel geestelijke als lichamelijke klachten komen in alle vormen voor. Teveel van één soort voeding kan, zonder dat iemand dit merkt, een reactie in het lichaam oproepen die aan vergiftigingsverschijnselen doet denken, terwijl tegelijkertijd zich het verschijnsel voordoet dat men er steeds grotere behoefte aan krijgt. Maar het grootste gevaar van verkeerde en overdadige voeding is wel overgewicht, een kwaal waaraan duizenden Nederlanders lijden. Een heel klein deel hiervan kan, door genetische overdracht, niets aan dit overgewicht doen, maar we kunnen aannemen dat 95% van de mensen die te dik zijn, teveel of verkeerd eten. Om de voedingsgewoonte te veranderen is moed en doorzettingsvermogen nodig. Belangrijk is het kiezen van een gevarieerde voeding van goede kwaliteit, waarbij kan worden uitgegaan van persoonlijke speciale wensen of behoeften. Naar aanleiding van de voedingsgewoontes van een persoon, zoekt de therapeut samen met de patiënt naar een gezond en op die persoon afgestemd voedingspatroon.
Tips om gezond te eten
Los van alle individuele verschillen en specifieke eisen in geval van ziekte, is het mogelijk om algemeen geldende voedingsrichtlijnen te geven: - Varieer zo veel mogelijk. Hierdoor kun je tekorten aan noodzakelijke voedingsstoffen voorkomen. Bovendien vermijd je dat je teveel schadelijke stoffen, die van nature in de voeding voorkomen (nitraat in groente bijvoorbeeld), binnenkrijgen. Ook is er minder kans om een voedselovergevoeligheid te ontwikkelen.
- Kies voor natuurvoeding, je krijgt dan geen resten van bestrijdingsmiddelen binnen en de smaak is meestal ook veel beter.
- In de winkel zorgvuldig het etiket lezen, kan je een stuk wijzer maken. Handig om te weten is dat de volgorde van de ingrediënten niet willekeurig is: het meest gebruikte ingrediënt wordt als eerste genoemd.
- Eet meer plantaardige en minder dierlijke producten
- Eet royaal groente (minimaal 250 gram per dag) en fruit (minimaal 200 gram/2 stuks per dag).
- Rauwkost heeft vaak een gezondheidsimage, maar niet iedereen is in staat om het goed te verteren. Slecht verteerde rauwkost kan de gezondheid eerder schaden dan goed doen. Probeer het daarom eerst met een kleine hoeveelheid en snijd het heel fijn. Goed kauwen is belangrijk. Sperziebonen, snijbonen en peultjes niet rauw eten en kiemen van peulvruchten (zoals taugé) niet te vaak onverhit eten.
- Door groente te smoren of te roerbakken in een beetje koudgeperste (olijf)olie blijven de voedingsstoffen en de smaak beter behouden.
- Bètacaroteen is een belangrijk vetoplosbare vitamine in groenten en fruit. Een kleine hoeveelheid vet vergroot de opname. Roerbakken, maar ook een theelepel olie in een glas groentensap of (gedroogde) abrikozen met wat noten eten, zijn enkele voorbeelden.
- Combineer nitraatrijke groentesoorten, zoals andijvie, bleekselderij, postelein, raapstelen, rode biet, sla, spinazie en spitskool niet met vis. Er kunnen schadelijke stoffen (nitrosamines) gevormd worden. Ook het groentennat van nitraatrijke groenten niet gebruiken voor saus of soep en geen restjes bewaren. Eet nitraatrijke groenten niet vaker dan twee keer per week. Biologische groenten van de volle grond bevatten het laagste nitraatgehalte.
- Natuurtroebele vruchtensappen geven veel minder snel aanleiding tot diarree bij kinderen.
- De meeste kinderen houden van zoet, maar een minder zoete smaak is aan te leren. Diksap is hiervoor ideaal, omdat de verdunning met water zelf bepaald kan worden. Probeer vanaf het begin geen suiker in de kruidenthee te doen: venkel, anijs en zoethoutthee zijn van nature al een beetje zoet.
- Volkoren koekjes met gezoet met graanstropen smaken ook minder zoet en vinden kinderen toch erg lekker, evenals ongezwaveld gedroogd fruit.
- Gebruik zo veel mogelijk ongeraffineerde graanproducten zoals volkoren brood, pasta, zilvervliesrijst en graanvlokken.
- Ook peulvruchten kunnen eens wat vaker op het menu verschijnen. Peulvruchten kunnen zowel het vlees als de aardappelen vervangen, maar niet de verse groenten.
- Verminder de hoeveelheid vlees en vleeswaren tot maximaal 100 gram (rauw gewicht) per dag en eet het niet elke dag.
- Eieren kunnen het vlees vervangen bij de warme maaltijd.
- Vanwege het milieu, dierenwelzijn en de goede smaak kun je het beste biologisch of biologisch- dynamisch vlees en eieren kopen.
- Probeer gemiddeld twee keer per week vis te gebruiken en kies regelmatig de vette soorten zoals haring, makreel, zalm, sardines. Leuk om te weten is dat een gemiddeld vette vis ongeveer net zo weinig vet bevat als mager rundvlees.
- Vlees en vis stomen is beter dan bakken in vet.
- Kaasgebruik beperken tot een of twee boterhambeleggingen en het niet te vaak als vleesvervanger bij de warme maaltijd eten.
- Ongezoete zure melkproducten, zoals karnemelk, yoghurt of biogarde, hebben de voorkeur boven zoete melkproducten, zoals gewone melk en vla. Twee a drie porties (glas, schaaltje) per dag is voor de meeste mensen voldoende.
- Kwark is verse kaas en daardoor zeer eiwitrijk, wees er niet te royaal mee.
- Varieer eens met vleesvervangers en vegetarisch beleg bij de maaltijd.
- Voor op brood kunt u met mate biologische roomboter of biologische margarine/halvarine nemen.
- Als u geen roomboter, margarine of halvarine gebruikt, let dan op uw vitamine A en D inname. Vette vis, meer groenten en fruit en regelmatig naar buiten zijn dan zeker aan te raden.
- Gebruik in plaats van zout: oerzeezout, zeezout of gejodeerd mineraalzout. Ook met verse en gedroogde kruiden en specerijen kun je een pittige smaak krijgen, waardoor er minder zout nodig is.
- Gebruik zo min mogelijk geraffineerde suiker of zoetstoffen.
- In de natuurvoedingswinkel vindt u naast de pindakaas veel soorten noten- en zadenpasta's voor op brood of voor een lekkere saus bij de warme maaltijd.
- Noten, zaden en pinda's kunnen behalve als tussendoortje ook verwerkt worden in de warme maaltijd als vleesvervanger.
- Bij de warme maaltijd kunt u olie gebruiken om te (roer)bakken en voor dressings.
- Drink minimaal 1,5 liter vocht en reken koffie, (zwarte) thee en alcohol niet mee. Beter is:
kruidenthee, rooibosthee, granen- of vruchtenkoffie, groenten- of vruchtensappen, zure melkproducten, bronwater eventueel met Diksap, kruidenbouillon.
http://www.natuurgeneeskundigcollectief.nl/
Voeding
Vitamines in voeding
De meeste vitamines halen we uit onze voeding. Mensen zijn niet in staat om vitamines zelf aan te maken. Er zijn een paar uitzonderingen. Vitamine K en D kunnen wel door het lichaam aangemaakt worden. Vitamine B en A kan het lichaam ook zelf maken, maar daar is wel het aminozuur tryptofaan of bèta-caroteen voor nodig uit de voeding.
Wie voldoende én gevarieerd eet (zie hiervoor de Schijf van Vijf), krijgt alle vitamines binnen die dagelijks nodig zijn. Maar niet iedereen kan voldoende vitamines uit de voeding halen. Voor deze groepen is een supplement wenselijk.
Zie verder voor meer informatie op http://www.vitamine-info.nl/
Te weinig groenten en vezels in kant-en-klaarmaaltijd 18 september 2006
DEN HAAG - In kant-en-klaarmaaltijden zitten over het algemeen te weinig groenten en voedingsvezels. Slecht 2 procent van de maaltijden voldoet aan alle voedingsrichtlijnen voor een hoofdgerecht. Dat is maandag gebleken uit onderzoek dat de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA) deed naar de samenstelling van de meest verkochte kant- en klaarmaaltijden.
De VWA wilde weten in hoeverre de maaltijden voldoen aan de richtlijnen van het Voedingscentrum en de Gezondheidsraad, aangezien steeds meer mensen ze gebruiken. De onderzochte maaltijden bleken verder over het algemeen zout en hadden een hoog gehalte aan vetzuur.
'Glasheldere regels voor voedingsclaims' Uitgegeven: 15 september 2006
DEN HAAG - Het ministerie van Volksgezondheid moet met glasheldere regels komen voor het gebruik van claims op levensmiddelen. Dat bepleit de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA) in een rapport dat vrijdag werd gepubliceerd.
Fabrikanten proberen via claims klanten te lokken, bijvoorbeeld door te beweren dat hun product gezond is of dat het een bepaalde voedingswaarde heeft. De VWA onderzocht in juni vorig jaar 175 voedingsmiddelen op het gebruik van claims. In totaal werden er 235 van dit soort lokkertjes aangetroffen op de verpakkingen. De meeste claims, 157 stuks, hadden betrekking op de voedingswaarde. Zes op de tien beweringen over de voedingswaarde gingen over de aanwezigheid van vet in het product.
Melding
Veel artikelen in de schappen van de supermarkt zouden volgens de fabrikanten weinig tot geen vet bevatten. De VWA constateert dat deze fabrikanten doorgaans geen melding maken van de soms overvloedige aanwezigheid van andere 'ongunstige' ingrediënten in het product, zoals suiker. Volgens de VWA zijn er op het moment diverse levensmiddelen waarop voedingswaardeclaims staan die niet voldaan aan de eisen van de wet. Tijdens het onderzoek traden VWA-inspecteurs dertien keer op tegen oneigenlijke claims.
Medicijnen
In het rapport onderscheidt de VWA vier soorten claims: voedingswaarde, gezondheid, medisch en overig. Medische claims mogen alleen worden gebruikt op medicijnen en zijn dus verboden voor levensmiddelen. Beweringen over medische effecten komen zelden voor op eten en drinken. De VWA ondernam tijdens het onderzoek een keer actie tegen een producent die een medische claim op een product had geplaatst. Een op de drie aangetroffen claims past in de categorie overig. Deze beweringen zijn volgens de VWA "vaak vaag en betekenisloos, zoals : 'perfect geschikt voor de verantwoorde lekkere trek', of: 'draagt bij aan een evenwichtige voeding'. Dit soort claims kan verwarring wekken bij de consument of zelfs misleiden.
Verboden
Een Europese verordening voor claims moet de huidige wetgeving op termijn gaan vervangen. Het is nog onduidelijk of de 'overige' claims verboden worden. De VWA vindt dat het ministerie van Volksgezondheid in Nederland er alles aan moet doen om ervoor te zorgen dat de nieuwe claimwetgeving niets aan duidelijkheid te wensen overlaat.
www.nu.nl
Is olijfolie geschikt voor bakken en braden?
Al jaren gebruik ik olijfolie. Ik neem altijd extra vierge, maar las laatst dat deze soort niet geschikt is om in te bakken en te braden. Daarvoor moet gewone olijfolie worden gebruikt. Maar tot mijn grote verbazing werd in een ander artikel beweerd dat olijfolie helemaal niet geschikt is om te verhitten, omdat er gevaarlijke stoffen vrij kunnen komen. Hoe zit het nu eigenlijk?
Maggy Owel, diëtist: Olijfolie is een prima olie voor bakken en braden. Zowel de gewone olijfolie als de eerste persing of extra vierge is hiervoor te gebruiken. Olijfolie is een olie die rijk is aan vetzuren met één dubbele binding (enkelvoudig onverzadigd). Bij verhitten is deze soort olie stabieler dan oliesoorten met meerdere dubbele bindingen (meervoudig onverzadigd zoals sesamolie). Voor alle olie geldt: bak en braad niet bij te hoge temperatuur (blauwe walm) en bak, indien mogelijk, kort.
De olijfolie-discussie gaat over frituren waarbij een temperatuur van 180°C of hoger wordt bereikt. Door hoge temperaturen kunnen de in de extra vierge olijfolie aanwezige vele aromatische verbindingen veranderen in polycyclische aromatische koolwaterstoffen, kortweg PAK's genoemd. Deze PAK's kunnen het ontstaan van kanker bevorderen. Olijfolie die geen 'extra vierge' op het etiket heeft staan, bevat veel minder aromatische verbindingen waardoor er weinig of geen PAK's gevormd kunnen worden.
Kregen we vroeger meer voedingsstoffen binnen?
Ik lees vaak dat onze voeding veel minder voedingsstoffen bevat dan vroeger. Broccoli zou bijvoorbeeld 75 procent minder calcium bevatten dan vijftig jaar geleden, spinazie bevat 60 procent minder ijzer en rabarber 32 procent minder kalium dan in opa’s tijd. Als we de raad krijgen veel groenten en fruit te eten, heb ik het gevoel dat we enorme porties moeten eten om voldoende vitaminen en mineralen binnen te krijgen. Kan een vitamine/mineralensupplement dit allemaal opvangen?
Gert Schuitemaker, apotheker: Vergelijking met vroeger is zinloos. Het hangt namelijk af wat u in de supermarkt in uw winkelwagentje doet. Misschien zit er in broccoli minder calcium, maar vroeger was er nauwelijks broccoli. Hetzelfde geldt voor vruchten van ver weg; van sinaasappels tot kiwi’s. Wilt u producten van de hoogste kwaliteit, ga dan naar de biologische winkel of verbouw zelf uw groenten en fruit. Maar eet wél verse groente en vers fruit, ook al zit er minder calcium in broccoli. Vermijd zoveel mogelijk de door de industrie hoogbewerkte levensmiddelen. Vaak zitten ze vol met verborgen vetten, geraffineerde suikers en meel. En lees Gezondheid om op de hoogte te blijven van de nieuwste gezondheidsinzichten, die nú, met de veranderde leefomstandigheden en inzichten, van belang zijn. Wat mij betreft hoort daar zeker een hooggedoseerd vitamine/mineraalsupplement bij en extra vitamine C, minstens 1000 mg.
http://www.gezondnu.nl/
2 januari 2006 Nederlanders volop aan de pillen
Steeds meer Nederlanders slikken voedingssupplementen. Toch zijn de pillen bij een gezonde en gevarieerde voeding vaak niet nodig. Met de R in de maand kwamen vroeger steevast de vitaminepillen op tafel. Inmiddels slikken we ze het hele jaar door en: meer dan ooit. Het nut daarvan is al jaren onderwerp van discussie. Zo zouden slikkers van supplementen volgens de laatste berichten zelfs vaker griep hebben. ,,Een voorbarige conclusie,’’ meent biologe Karin Postelmans. ,,We weten niets over de leefgewoonten van de slikkers, dus is het helemaal niet gezegd dat het de vitaminepillen zijn die griep veroorzaken. ’Baat het niet, dan schaadt het niet’ is vooral de publieke opvatting als het om voedingssupplementen gaat.’’ Dat we meer slikken hangt ongetwijfeld samen met de toegenomen aandacht voor een gezonde levensstijl. Winkels barsten uit hun voegen met ontelbare soorten pillen, poeders en drankjes. Met één specifiek vitamientje of mineraal, of combinaties. Toch heeft lang niet iedereen die supplementen nodig, meent Astrid Kruizinga van het Vitamine Informatie Bureau. ,,Ouderen kunnen wel wat extra vitamine D gebruiken voor de botten, en ook baby's, kinderen en zwangere vrouwen hebben baat bij voedingssupplementen. Maar in principe levert gezonde en gevarieerde voeding genoeg vitaminen en mineralen. Een supplement is dan niet nodig.’’ Toch zweert Marianne Perdaen (48) bij haar uitpuilende kast met wondermiddelen. Als zelfverklaarde gezondheidsfreak eet ze veel groenten en fruit, regelmatig vis, geen slechte vetten en snoept ze bijna nooit. Daar bovenop komt een batterij vitaminen uit een potje, die er volgens haar voor zorgen dat ze nooit ziek is. ,,Dagelijks slik ik drie pillen; multivitaminen, een pil met Omega 3 en 6 vetzuren en een vitamine E pil om die vetzuren te beschermen. Dan neem ik af en toe nog een supplement met bessen erin voor mijn ogen, proteïnepoeder na het sporten ter bevordering van het spierherstel, neem ik af en toe wat calcium, en vitamine C als ik een kou voel opkomen. Een behoorlijke berg inderdaad, maar mijn gezondheid is me heel wat waard. Vroeger had ik altijd last van verkoudheid en voorhoofdsholteontsteking. Dat is nu voorbij.’’ Gaat het louter om de vitaminen, dan maakt het niet uit of die uit een potje komen of puur natuur zijn. Maar gooi niet meteen de sinaasappels de deur uit: ,,Groenten en fruit leveren natuurlijk nog meer goede stoffen zoals koolhydraten, vezels en energie,’’ zegt Kruizinga. ,,In principe zou iemand als mevrouw Perdaen genoeg vitaminen en mineralen binnen kunnen krijgen met haar voeding. Maar extra slikken kan geen kwaad; van vitamine C is bijvoorbeeld bewezen dat het de verkoudheid verkort. De maximaal veilige dosis niet overschrijden is het belangrijkst. Te veel kan schadelijk zijn; een overdosis vitamine C bijvoorbeeld vergroot de kans op maag- en darmklachten.’’ Het Vitamine Informatie Bureau noemt op haar website de categorieën mensen die extra vitaminen nodig hebben. Helemaal niets slikken vergroot bij die groepen de kans op kwalen. Ouderen krijgen bijvoorbeeld te maken met botontkalking, en foliumzuur zou bij zwangere vrouwen de kans verkleinen op een kind met een open ruggetje.
Bron: Algemeen Dagblad Auteur: Marjolein Straatman
http://www.gezondheid.nl/
De schijf van vijf onder vuur
Voedingsrichtlijnen hebben tot doel ons zo te laten eten dat we welvaartsziekten zo lang mogelijk op afstand houden. De stelligheid waarmee ze worden uitgedragen, wekt de indruk dat het in graniet gebeitelde waarheden zijn. Maar de voedingsschijven en -pyramides voor de soort Homo sapiens verschillen van land tot land. Soms op cruciale punten.
Onlangs herintroduceerde het Voedingscentrum de oude vertrouwde Schijf van Vijf. In 1980 moest die het veld ruimen voor de Maaltijdschijf, die op zijn beurt in 1991 werd vervangen door de Voedingswijzer. Het lijkt erop dat de chefkoks van de Gezondheidsraad hun kaart ieder decennium bijstellen ‘naar de laatste wetenschappelijke inzichten.’ Maar één blik op de nieuwe schijf en je weet genoeg: oude wijn en niet eens in nieuwe zakken. Baseer je voeding op de complexe koolhydraten in aardappelen, brood, pasta en andere graanproducten. Wees matig met vet en vervang verzadigd vet zoveel mogelijk door meervoudig onverzadigde varianten. Gebruik dagelijks magere zuivel (waar is de kaas?!) en eet twee stuks fruit en 200 gram groenten. Op het plaatje zien we een kuipje halvarine en een fles mais- of zonnebloemolie. Géén boter, géén olijfolie, de vetbronnen die in de landen rond de middellandse zee domineren. De Nederlandse Schijf van Vijf lijkt, het grafische smoel even buiten beschouwing gelaten, als twee druppels water op de onlangs eveneens ‘vernieuwde’, maar niet wezenlijk veranderde Amerikaanse voedingspyramide. Dat model werd drie jaar geleden door het ‘opperhoofd’ van de humane voedingsleer, epidemioloog Walter Willett van Harvard, bestempeld als ‘recept voor vetzucht en welvaartziekten’. Amerikanen blijken zo goed te luisteren naar hun autoriteiten, dat ze zich onder invloed van de ‘fat scare’ braaf het schompes zijn gaan eten aan allerlei vetvrij gemaksvoedsel. Daarvan word je, zo ontdekte Willett, júíst dik en ziek, omdat ons lijf in de war raakt van grote hoeveelheden suiker en zetmeel. Zo’n vaart zal het bij ons niet lopen. De voedselconsumptiepeilingen laten zien dat Nederlanders nog altijd verrassend trouw zijn aan hun stamppot, hun aardappelen-groenten-en-vlees maaltijd en zelfs aan het broodtrommeltje met thuis gesmeerde sandwiches en een stuk fruit. Daarvan wordt niemand dik of ziek. Bovendien heeft elke Nederlander een fiets, die hij in tegenstelling tot de gemiddelde Amerikaan zonder direct levensgevaar kan gebruiken. Toch is onze Schijf van Vijf volgens sommige wetenschappers verre van optimaal. De hoofdbezwaren? Tweehonderd gram groenten en twee stuks fruit zijn belachelijk weinig. De schijf spoort ons aan tot royale consumptie van zwaar bewerkte koolhydraten, die op de lange duur onze gevoeligheid voor het hormoon insuline verminderen, met desastreuze gevolgen. De schijf raadt het gebruik van verzadigd vet af, terwijl er geen enkel bewijs is dat verzadigd vet slecht is voor de gezondheid. Wèl vast staat dat het vult, niet oxideert en bepaalde micro-organismen onschadelijk maakt. Ter vervanging verwijst de schijf naar vetbronnen die hoofdzakelijk bestaan uit het omega-6 vetzuur linolzuur, zonder de burger te informeren dat daar een adequate bron van plantaardige omega-3 (alfa linoleenzuur) tegenover moet staan. Dat laatste – een evenwichtige vetzuurbalans – is in talloze grote onderzoeken komen bovendrijven als hoofdverklaring voor het hartvriendelijke effect van een zogenoemd ‘mediterraan eetpatroon’, maar om minder duidelijke redenen wordt het door het Voedingscentrum niet gecommuniceerd. Het leek ons aardig om eens te gaan shoppen in een paar andere ontwikkelde landen, om te kijken wat de mensen daar op hun bordje ‘moeten’ leggen. Een blikverruimend reisje naar Duitsland, Griekenland, Zweden en Japan levert een aardige rode draad op: eet alles (ook vette kaas!), maar laat je niet te vaak verleiden door de vele slimmerikken die uitstekende, goedkope basisproducten strippen, van suiker en transvetzuren voorzien en voor veel te veel geld in een oogverblindend cellofaantje doen.
Japan
Alle werkstress en zelfmoorden ten spijt worden de ijverige bewoners van het land van de rijzende zon het oudst van ons allemaal. En binnen de uitgestrekte natie doen de eilanders van de Okinawa archipel het het allerbest. Nergens op aarde passeren meer mensen de eeuwgrens; niet mummelend achter rolatoren, maar tuinierend en golfend. Wie de relatie tussen voeding en gezondheid serieus neemt, kan dus niet om de Japanse voedingspyramide heen.
Wat valt op
Groenten, fruit en peulvruchten vormen drie afzonderlijke vakken en beslaan het hele middensegment van de pyramide. De porties rijst uit de basis komen bij iedere maaltijd aan bod, maar zijn erg bescheiden. Brood is er een exotisch product. De Japanner eet naar onze maatstaven enorme hoeveelheden groente. Een voorbeeld van de typische Japanse hoofdmaaltijd: een kommtje rijst, kort gewokte groenten met schaaldieren of tonijn en wat fruit toe. Okinawanen eten dat ook ’s ochtends. Uit analyses blijkt dat de originele Japanse voeding ondanks het relatief lage vetgehalte een aanzienlijk lagere glycemische load heeft dan de voeding volgens het Voedingscentrum. Het aandeel soja is veel kleiner dan doorgaans wordt aangenomen; Japanners gebruiken hun tofu, miso en natto voornamelijk als smaakmaker en zeker niet als vleesvervanger. De homp tofu die onze Schijf van Vijf siert, is in de Japanse pyramide ondenkbaar. Opmerkelijk: op Okinawa werd tot midden jaren ’80 gekookt met reuzel (varkensvet). Dat verzadigde vet heeft de vele huidige eeuwelingen dus kennelijk weinig kwaad gedaan. Japanners worden officieel gewaarschuwd voor de nadelige gezondheidseffecten van te veel linolzuurrijke oliën en vetten. Koolzaadolie (in hoofdzaak enkelvoudig onverzadigd) is hun basisvet.
Duitsland
Duitsers eten veel worst, maar per capita ook meer groenten en fruit dan wij. Deels komt dat doordat in hun supermarkten slechts weinig gemaksvoedsel verkrijgbaar is. Meer dan wij willen Duitsers (vooral hun nog erg trotse huisvrouwen) de basiswaren in hun eten kunnen herkennen. Hun voedingsschijf krijgt steeds meer weg van die van de mediterrane landen. Brood neemt een derde van de schijf in, maar Duits brood en Nederlands brood zijn twee totaal verschillende voedingsmiddelen. Duits brood heeft volgens prof dr Jennie Brand-Miller, auteur van ondermeer The Glucose Revolution een lagere glycemische index, het vult langer en bevat meer eiwit en micronutriënten.
Wat valt op
Ook in Duitsland worden groenten en fruit afzonderlijk gepresenteerd. Onlangs meldde NRC Handelsblad op eigen autoriteit dat de wetenschappelijke basis voor zo’n splitsing niet hard is, maar dat is volgens Prof. dr. Claus Leitzmann, hoogleraar aan Universiteit van Giessen, niet juist. "Het doel is mensen meer groenten en fruit te laten eten. Door die twee items in afzonderlijke vakken te presenteren, geef je een prikkel om rijkelijk van beide te kiezen. Daardoor gaat de totale consumptie omhoog. Groenten en fruit vullen bijna de helft van onze schijf." Twee keer zoveel dus als in de Schijf van Vijf. De Duitse autoriteiten vertellen er bovendien bij dat de voedingswaarde van gewassen als gevolg van bodemverarming achteruit loopt en dat het dus verstandig is geregeld voor biologisch te kiezen. In het vakje vetten zien we boter en olijfolie (dus géén halvarine en maisolie), terwijl het verstandig gebruik van appetijtelijke, volle zuivelproducten wordt aangemoedigd. Bij onze oosterburen geen tofu, maar gewoon kaas. De wetenschappelijke basis voor die frivoliteit is groter dan je wellicht denkt. Uit de in juli gepresenteerde Malmö Studie (waarin 11.000 mensen bijna vijftien jaar werden gevolgd) blijkt dat mannen die relatief veel verzadigd vet eten minder vaak hart- en vaatziekten krijgen dan mannen die vooral meervoudig onverzadigd vet gebruiken. De beste voorspeller van cardiovasculair leed was de consumptie van suiker, transvetzuren en margarines.
Griekenland
Griekenland baseert haar officiële adviezen op het traditionele dieet van Kreta. Hoewel de bewoners van dit eiland meer dan 40 procent van hun energie uit vet halen, komen hart- en vaatziekten er nòg minder voor dan in Japan. De landen aan de Middellandse zee hebben elk hun eigen voedingsgewoonten en -adviezen. ‘Model Kreta’ wordt vanwege zijn associatie met excellente gezondheid en een lang leven doorgaans aangeduid als de ‘Mediterrane voedingspyramide’. In de Lyon Diet Heart Study verminderde deze manier van eten het relatieve risico op een dodelijk infarct met 70 procent. Er zijn geen geneesmiddelen die dat presteren.
Wat valt op
Het strookje olijfolie. Dat zou de indruk kunnen wekken dat Kretenzers matig zijn met vet, maar zowat 40 procent van hun dagelijkse energie komt uit de groene fles. In tegenstelling tot wat nog vaak wordt verondersteld, maakt een voeding met relatief veel vet niet dik. Toen onderzoekers van de Rockefeller Universiteit in de jaren vijftig dieten met 10 procent respectievelijk 40 procent vet bestudeerden, zagen ze dat proefpersonen in de ‘light’ groep grote hoeveelheden vet aanmaakten en opsloegen en hogere cholesterolwaarden ontwikkelden, terwijl de ‘vette’ groep geen eigen vet produceerde, een lager cholesterol kreeg en het normale gewicht behield. De Washingtonse arts en voedingsfysiologe Dr. Artemis Simopoulos heeft talloze studies verricht naar de heilzame effecten van de cuisine op het eiland van haar jeugd. Patiënten krijgen van haar standaard de zeven richtlijnen van de mediterrane voeding.
1. Eet dagelijks producten die rijk zijn aan omega-3 vetzuren, zoals vette vis, walnoten, koolzaadolie, lijnzaad(olie) en groene bladgroenten, vooral postelijn.
2. Gebruik enkelvoudig onverzadigd vet (olijfolie en koolzaadolie) als basisvet.
3. Eet tenminste zeven porties groenten en fruit per dag (de pyramide deelt groenten, peulvruchten en fruit op, de drie vakken beslaan het hele middensegment).
4. Eet veel plantaardige eiwitten uit bonen en noten.
5. Beperk de consumptie van rood vlees en zuivel tot enkele malen per week.
6. Ontwijk olieën en vetten die rijk zijn aan omega-6 vetzuren, zoals maisolie, zonnebloemolie, soja-olie en de meeste sauzen en majonaises. Maak die laatste zelf van koolzaadolie.
7. Ontwijk halvarine, margarine, koekjes en gefrituurd voedsel.
Als je alles wilt weten over de voordelen van een mediterrane voeding, lees dan Simopoulos’ boek The Omega Diet; the lifesaving nutritional program based on the diet of the island of Crete.
Zweden
In Zweden ontbreekt een invloedrijke ‘linolzuurlobby’ (producenten van lucratieve, omega-6 rijke vetten), omdat het land al erg lang vrijwel uitsluitend koolzaadolie verwerkt. Mede daardoor geeft Livsmedelsverket, de Zweedse levensmiddelenautoriteit, de burgers duidelijke richtlijnen ten aanzien van de vetzuursamenstelling van hun voeding. De ratio omega-6/omega-3 mag niet hoger dan 4 zijn. Becel (dat omega-6 bekend en gewild maakte) is er een slechts vaag bekend merk en het nieuws dat het spul door een Nederlandse zorgverzekeraar wordt vergoed, wekt onder Zweedse voedingsdeskundigen ongeloof en hilariteit. Wie om een fles plantaardige olie gaat, komt bij gebrek aan linolzuurrijke vetten vanzelf thuis met een fles koolzaadolie of olijfolie. Uit de twee jaar geleden afgesloten LiviCordia Studie, een vergelijkend onderzoek naar de cardiovasculaire gezondheid van mannen in het Zweedse Linköping en de Litouwse hoofdstad Vilnius, bleek dat de Zweden ondanks een fors hoger cholesterol vier keer minder hartinfarcten krijgen.
Wat valt op
Ook in het Zweedse model-smörgåsbord nemen groenten en fruit bijna de helft van de ruimte in. Zweden moeten meer groenten eten dan wij. Het segment is opgedeeld in knolgewassen, overige groenten en fruit. Dit om de Zweed, die van oudsher verknocht is aan koolrapen, bieten, wortelen, pastinaken en uien, aan te sporen een belangrijk deel van zijn koolhydraten uit deze vitaminen- en mineralenbommen te halen. De glycemische load van knolgewassen (en overige groenten) is laag, terwijl de maaltijden die je er mee maakt goed vullen. In het Zweedse broodmandje vind je vooral knäckebröd, dat een relatief geringe glycemische belasting geeft. Het eiwitsegment is eerlijk gevuld met kip, vlees, eieren, vis en garnalen, producten die in Zweden, net als bij ons, al honderden jaren dagelijks op het menu staan.
Drie Querulanten over de Schijf van Vijf
Een toenemend aantal academische zwaargewichten in de voedingsleer zet zich af tegen de huidige Amerikaanse en Westeuropese voedingsrichtlijnen, die op de zojuist beschreven uitzonderingen na nog altijd stevig waarschuwen voor het gebruik van vet. Die ‘dwarsliggerij’ wordt hen allerminst in dank afgenomen – er zijn enorme belangen in het geding – maar ze baseren zich op harde feiten. Men’s Health etaleert drie afwijkende visies.
Walter Willett
Hoogleraar epidemiologie en humane voedingsleer van de Harvard School of Public Health, die een dikke vinger in de pap had bij zo’n beetje elk groot onderzoek dat ooit is gedaan naar de invloed van voeding op gezondheid en ziekte. Willett legde gedurende de jaren ’70 en ’80 mede de basis voor de magere voedingsrichtlijnen die door onze instanties nog altijd bijna religieus worden uitgedragen. In 2002 zorgde deze autoriteit voor grote opschudding door in een toonaangevend vaktijdschrift en in de New York Times te stellen dat de Amerikaanse voedingspyramide (vrijwel identiek aan onze Voedingsschijf) grotendeels verantwoordelijk moet worden gehouden voor de epidemie van vetzucht, diabetes en hart- en vaatziekten. Tot ontzetting van de voedingsindustrie en het diëtistencorps schreef hij dat de huidige voedingsadviezen veel te zwaar leunen op geraffineerde graanproducten (pas op, ook het Nederlandse bruinbrood dat het Voedingscentrum zo royaal adviseert is een sterk geraffineerd graanproduct), aardappelen en magere zuivel en dat niet langer valt te ontkennen dat dat rampzalige consequenties heeft. De vraag waarom er drie jaar later niets aan de adviezen is veranderd, beantwoordde Willett toen ook al, in de laatste regels van zijn Mea Culpa: ‘Goede voedingsvoorlichting behoort uitsluitend te zijn gebaseerd op wetenschappelijke waarnemingen. De huidige voedingscentra zijn niet de aangewezen instanties om onafhankelijke voedingsrichtlijnen op te stellen, omdat die doorgaans nauwe banden onderhouden met de voedingsindustrie. Helaas heeft de politiek dermate weinig inzicht in de materie, dat vanuit die hoek nauwelijks corrigerende maatregelen te verwachten zijn.’ Willett ontwierp een eigen voedingspyramide, waarin veel meer nadruk ligt op groenten en fruit, onverzadigde vetzuren en ongeraffineerde graanproducten met een lage glycemische index. In tegenstelling tot veel collega ‘kritici’ maakt Willet nog steeds geen onderscheid tussen de onverzadigde vetzuren omega 6 en omega 3. Opmerkelijk in zijn advies is de dagelijkse multivitaminenpil, die hij aanbeveelt omdat veel producten naar zijn mening als gevolg van bodemverarming geen optimale hoeveelheden vitaminen, mineralen en sporenelementen meer bevatten.
Berit Johansen
Celbiologe Dr. Berit Johansen van de Technische en Natuurwetenschappelijke Universiteit in het Noorse Trondheim is ervan overtuigd dat de meeste voedingsschijven en -pyramides binnen tien jaar ondersteboven zullen worden gekeerd. "Er is inmiddels zo overweldigend veel bewijs dat de huidige aanbevelingen het ontstaan van chronische ziekten in de hand werken, dat de vraag niet langer is of het roer omgaat, maar wanneer. De officiële adviezen zetten mensen indirect aan tot de consumptie van ongezonde hoeveelheden pizza, baguettes, pasta en gezoete producten. Voor voedingsfysiologen en dierenartsen is het zo klaar als een klontje waarom we dikker en zieker worden. We eten ‘soortvreemd’." Johansen construeerde op basis van haar onderzoek een eigen voedingspyramide, maar mag die van haar overheid niet algemeen aanbevelen. Na een hoop gesteggel kreeg haar universiteit toestemming om het hiernaast afgedrukte model officieel te adviseren aan (uitsluitend) chronisch zieken. Een beknopte toelichting:
- Rond de 30 procent van de energie moet worden gedekt met hoogwaardig eiwit uit vis, schaaldieren, ei, vlees en gevogelte.
- Het leeuwendeel van de koolhydraten (die idealiter zo’n 40 procent van de totale energie-inname beslaan) dient te komen uit grote hoeveelheden groenten en fruit.
- De resterende 30 procent vet moet zoveel mogelijk worden geleverd door bronnen van enkelvoudig onverzadigde vetzuren, zoals olijfolie en koolzaadolie. Voor de meervoudig onverzadigde vetzuren kunnen we het beste vertrouwen op vette vis en kleine hoeveelheden koolzaadolie. Johansen: "Het is onvergeeflijk dat in sommige Europese adviezen nog geen onderscheid wordt gemaakt tussen de verschillende onverzadigde vetzuren. Mensen denken dat ‘plantaardig’ per definitie ‘goed’ is en kopen een olie of spread met veel linolzuur. Dat is nou net de achterdeur uit. Het bevordert ontstekingsreacties, maakt ons insulineresistent, stimuleert de vetopslag en ondermijnt het immuunsysteem."
Loren Cordain
Ook deze ‘godfather van de evolutionaire voedingsleer’, hoogleraar aan de Colorado State University, veegt de vloer aan met onze Voedingsschijf. Nog even als opfrisser: Den Haag beveelt volwassen mannen een dagmenu aan bestaande uit 6 boterhammen met halvarine plus ‘iets’ erop, 200 gram groenten, 2 stuks fruit, 1 plak kaas, een glaasje melk en 120 gram vlees (inclusief vleeswaren). Cordain: "Het is onmogelijk om met zo’n gemankeerd rantsoen een optimale en evenwichtige hoeveelheid voedingsstoffen binnen te krijgen. Zelfs een stilzittende bejaarde heeft er niet genoeg aan." Dat laatste werd enkele jaren geleden pijnlijk aangetoond in een Rotterdamse studie, waaruit bleek dat driekwart van de senioren die worden gevoed met volgens de voedingsschijf samengestelde Tafeltje Dekje maaltijden, ernstige tekorten heeft aan een hele rits vitale vitaminen en mineralen. Cordain: "Het resultaat van zo’n bordkartonnen voeding is natuurlijk ook dat mensen niet verzadigd raken en waarschijnlijk gaan snaaien. En de vetzuurverhouding van dit voorschrift schreeuwt om moeilijkheden. Waar zijn de bronnen van plantaardige omega-3?" Cordains eigen voedingsadvies komt vrijwel overeen met dat van Berit Johansen en valt uitgebreid te bestuderen op www.thepaleodiet.com.
Door Melchior Meijer Men’s Health december 2005